De Naam van JHWH

De Naam van JHWH
Met de doop in de Heilige Geest, komen wij de
gemeenschap van heiligen binnen. Gods Huis de gemeente,
is daar waar leden van Christus elkaar ontmoeten en zij de
liefde van Jezus praktiseren. De Geest van Christus stelt de
mens die JHWH aanbidt in staat om zijn nieuwe leven
heilig, dus onaantastbaar voor demonen te houden. Met het
ontvangen van dit kostbare vermogen van Gods Geest, is de
gelovige geheiligd en behoort hij tot het heilige volk van
God. ‘Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg, en is de
wortel heilig, dan ook de takken.’
Door de Heilige Geest zijn de Vader en de Zoon temidden
van de heiligen, daar is JHWH tegenwoordig en wordt Hij
door hen aanbeden. De Leidsman van onze behoudenis
Jezus Christus de Heilige Gods, kwam van de Vader om
ook ons tot heiligdom te maken, zodat wij met Hem in
Gods Huis aanwezig zijn. ‘Want Hij, die heiligt, en zij, die
geheiligd worden, zijn allen uit één; daarom schaamt Hij
Zich niet hen broeders te noemen, en Hij zegt: Uw naam zal
ik aan mijn broeders verkondigen, in het midden der
gemeente zal ik U lofzingen’. (Hebr.2:11,12)
Vanwege Christus Lichaam bevindt het Heiligdom van God
zich tussen de mensen, dit eeuwige verblijf van de Vader
wordt door Jezus opgebouwd uit geheiligde mensen en door
Hem in schitterende heerlijkheid voltooid. De liefde van
God functioneert in de heiligen en door hen kan JHWH de
boze oordelen; worden zonden vergeven en zieke mensen
ontvangen genezing. Heilige personen spreken de woorden
van God, zoals de apostel schreef: ‘Spreekt iemand, laten
het woorden zijn als van God.. opdat in alles God
verheerlijkt worde door Jezus Christus’ (1Petr.4:11)
Jezus had gezegd: ‘Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die
zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze
toegerekend.’ (Joh.20:23) Met dit grote vergevingswerk,
om de genade van Jezus uit te delen, begonnen de apostelen
te Jeruzalem. Toen de lokale bevolking der stad hun keuze
had gemaakt, werd dit Evangelie van Jezus ook over de rest
van de het Midden Oosten verspreid en vervolgens over Alle
delen van de wereld. Na Pinksteren kwamen door de
eeuwen heen en van over de hele wereld mensen tot geloof
in Jezus Christus, werden zij geheiligd door Zijn Naam en
lieten zich dopen om de Kracht van God te ontvangen.
Halleluja! Jezus bad om Zijn apostelen te behouden en Hij
heeft ook persoonlijk voor ons gebeden, wij die door
overlevering Zijn Evangelie hebben gehoord en tot geloof
in Hem zijn komen. (Joh.17:20)
Wat een wijsheid en wat een visie van de Vader om Zijn
Naam ter beschikking te stellen, waardoor heilige gelovigen
in Zijn tegenwoordigheid kunnen verkeren. Geen
beeltenissen of religieuze voorwerpen, maar enkel langs de
weg van het geloof kan men tot JHWH naderen en op Zijn
Kracht rekenen. Dit zal er wel de reden van zijn geweest
dat de onwilligen uit het oude bondsvolk JHWH de rug
toekeerden en de afgoden met hun gesneden beelden
achterna liepen, omdat zij ongelovig en ongeduldig waren
en slechts accepteerden wat zij met hun natuurlijke ogen
zagen. Je ziet JHWH niet met natuurlijke ogen, maar door
geloof in Jezus Christus is Hij nabij. De Heer Jezus sprak:
‘Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die
niet gezien hebben en toch geloven.’ (Joh.20:29)
De strijd voor de gelovigen bestaat erin dat zij hun geloof
dienen te bewaren, dat de heiligen door de doop in de
Heilige Geest op de aanwezigheid en de providentie van
JHWH kunnen rekenen, ongeacht de omstandigheden die
de boze kan veroorzaken.
Wie deel neemt aan deze goede strijd en zijn geloof in de
Heilige God bewaart, zal de volle rijkdom van Zijn genade
in ontvangst mogen nemen. Ook nu nog, in deze eindfase
waar wij deel van uitmaken, roept God van over de hele
wereld Zijn zonen en dochters op, zich met Zijn Kracht aan
te doen:
‘Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet
terug, breng mijn zonen van verre en mijn dochters van het
einde der aarde, ieder die naar mijn naam genoemd is, en
die Ik geschapen heb tot mijn eer, die Ik geformeerd heb,
die Ik ook gemaakt heb.’ (Jes.43:6,7)
Uit elk volk, uit elke tong en uit elke natie staan mensen op
die vanwege hun geloof in Jezus gedoopt worden met de
Heilige Geest en daarmee deel worden van Christus. Door
deze heiligende doop kan de Heer Jezus mensen uit alle
landen aan het Huis van Zijn Vader toevoegen, en hen Zijn
Naam geven.
‘Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel
mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op
hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad
mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel
nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam.’
(Opb.3:12)

De gemeente van heiligen

De gemeente van heiligen
Nadat Jezus Zijn taak geheel heeft volbracht en de Vader in
alle dingen gehoorzaam is geweest, heeft Hij Zich gezet aan
de rechterhand van de Allerhoogste, bij Hem op de Troon.
(Kol.3:1) Vervolgens gaan de woorden van de Meester in
vervulling en worden Zijn gelovige volgelingen aangedaan
met de Kracht uit het Koninkrijk van God. ‘En zie, Ik doe
de belofte mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de
stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den
hoge.’ (Luc.24:49) En na volhardend in gebed bij elkaar
gebleven te zijn, wisten Zijn trouwe volgelingen zich na
korte tijd door Zijn tegenwoordigheid gesterkt. ‘en zij
werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met
andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te
spreken… En er kwam vrees over alle ziel en vele
wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.’
(Hand.2:4 en 43)
De volgelingen van de Heer Jezus, die van de begintijd
maar ook die in onze tijd, ontvangen na de schulddelging
op hun gelovig gebed voorzeker de Heilige Geest. Hemelse
rijkdom en heerlijkheid, waar Jezus de Zoon van God als
eerste mens in volheid over kon beschikken. Doordat Jezus
ons doopt met de Heilige Geest, verzamelen wij de kostbare
schatten in de hemel en bekleden wij ons met Zijn
gerechtigheid. ‘Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt,
hebt u met Christus bekleed.’ (Gal.3:27) De mens,
aangedaan met de gave van Christus, is het waardevolste
wezen dat de Schepper ooit bedacht. De glorie en majesteit
waaraan de heilige mens in Christus deel krijgt, gaat in het
bestek van God alle creaturen te boven. De heerlijkheid en
luister die over de mens in Christus geopenbaard wordt, is
met geen schepsel te vergelijken. Nimmer bedacht JHWH
een wezen dat hoger en mooier was dan Christus.
Deze mens is daarom de Partner van God. Schreef de
Psalmist nog van de mens ‘gij hebt hem bijna goddelijk
gemaakt’, in Christus wordt dit doel daadwerkelijk bereikt.
Goddelijk wil zeggen, heilig zijn volgens de wil van God en
dankzij Christus in Zijn nabijheid verkeren. De gehele
engelenwereld staat voltallig ten dienste aan de Vader en
Christus; de Zoon en de mensen die van Hem zijn. Deze
menigte heeft haar doel als Partner van God bereikt.
‘Want wie (de Heilige Geest) heeft, hem zal (verhoring)
gegeven worden; en wie (de Heilige Geest) niet heeft, ook
wat hij heeft zal hem (door de boze geesten) ontnomen
worden.’ (Mar.4:25) Van de in genade van JHWH gekregen
hemelse schatten en rijkdom van Zijn Geest, kan men door
Zijn liefde uitdelen aan behoeftige mensen. Vanwege de
rijkdom van Christus konden de heiligen Petrus en
Johannes tot de verlamde man bij de Schone poort der
tempel zeggen: ‘Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik
heb geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër:
Wandel!’ (Hand.3:6) Het gebed der heilige mensen roept
Gods Kracht aan en haalt Hem er Persoonlijk bij. Jezus is
voor Zijn gelovige volgelingen de betrouwbare Parakleet,
de Krachtige Helper uit ‘de Hoge’. Hijzelf is het die door
het rechtvaardige gebed (kaleoo = roepen) erbij wordt
gehaald (paraklčtos = erbij halen). Door de gave van de
Geest van Christus ontvangen de heiligen Zijn liefde, en
worden zij in staat gesteld om voor de zieken God erbij te
halen en hen te genezen. Net als Koning Jezus bestaat hun
werk op aarde uit het reinigen en redden van mensen die
geloven, door de werken des duivels te verbreken.
(1Joh.3:8)
De Geest van God stelt de heilige mens in staat om de
volheid van Christus te bereiken, dus uiteindelijk
gelijkvormig aan Jezus zelf te zijn. Onze Heer Jezus sprak:
‘Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet
het de Vader zien doen; want wat deze doet, dat doet ook de
Zoon evenzo.’ De gelijkenis met de Heer Jezus blijkt vooral
uit de geloofswandel van Zijn volgelingen, zij zijn zich van
hun hoge positie bewust geworden en bidden bij alles wat
zij ondernemen de Vader in de hemel en danken Hem, dat
Hij in alles zal voorzien. Jezus zei: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik
zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook
doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en
wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de
Vader in de Zoon verheerlijkt worde.’ (Joh.14:12) Het
Koninkrijk van God, dat door Jezus was ontsloten en
bekendgemaakt, daar waren Zijn discipelen naar binnen
gegaan.
De apostel Petrus is vervolgens een van de eersten die de
woorden van Jezus gaat toepassen. Als hij naar Joppe wordt
geroepen, vindt hij daar de pas overleden discipelin Tabita.
In navolging van zijn Heer Jezus bidt hij in Gods nabijheid
om Zijn hulp en tussenkomst; hij knielt bij het lijk en bidt
dat Jezus de gestorven vrouw weer levend zal maken. Net
als bij Jezus, verhoort de Vader ook Petrus en geeft hem
Zijn Kracht. Als deze de Heer Jezus heeft gedankt voor
hetgeen hij Hem vroeg, spreekt hij tot de vrouw ‘Tabita, sta
op!’, waarop zij haar ogen opent en overeind komt. De
innerlijke rijkdom die Petrus door de doop in de Heilige
Geest had gekregen, is zo enorm dat hij daarvan kan
uitdelen en tot Gods zegen in zijn omgeving kan zijn. Op
aarde bezat Petrus niet veel, maar in de hemelen was hij een
zeer vermogend lid van Christus en behoort hij tot de
Geliefde van JHWH, die alles van God Almachtig
ontvangt. Tot Zijn discipelen had Jezus gezegd: ‘geneest de
zieken, die er zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is
nabij u gekomen.’ (Luc.10:9) Dit is nu wel te begrijpen,
omdat de met de Heilige Geest gedoopte leden van
Christus, de Kracht van JHWH Zelf ter plaatse brengen.

Abba Vader

Abba Vader
Voor de mens die door de doop in de Heilige Geest wordt
ingevoegd in het Lichaam van Christus, geldt dat hij deel
heeft gekregen aan het zoonschap Gods. Alle uitspraken en
beloften die voor de Zoon van God van toepassing zijn,
gelden nu ook voor hem. Christus is de Zoon van God en de
Zoon van God is Christus, zij zijn één en dezelfde. De
woorden die JHWH in de Psalmen en andere boeken van
het Oude Testament tot Zijn Zoon richt, hebben betrekking
op alle ‘nakomelingen’ in Christus. Dit mens heeft
volmacht zich kind van God te noemen. (Joh.1:12) Dankzij
Jezus heeft JHWH voor het eerst de mogelijkheid gekregen,
om vanuit Zijn Vaderhart tot ons te spreken:

je werd gevormd in je moeders buik.
V..r het begin van de wereld, had Ik Mijn plan al klaar
om je in mijn heerlijkheid te brengen.
Je bent prachtig,
je werd naar Mijn evenbeeld gemaakt.
Jij hebt Mij leren kennen zoals Ik echt ben,
en Ik zal Mijzelf helemaal aan jou openbaren.
Ik ben jou zeer nabij, je hoeft niet meer bang te zijn.
Ik heb je lief en al wat Ik heb geef Ik jou,
omdat jij Mijn kind bent en Ik jouw Vader.
Mijn gedachten over jou zijn net zo min te tellen als
het zand bij de zee. Ik heb werkelijk alles voor je over,
want je bent Mij een kostbaar bezit.
Ik ben je Vader en Ik houd van je zoals Ik
van Mijn zoon Jezus houd.
In Jezus kun je Mijn liefde voor jou zien, Hij is het
evenbeeld van wie Ik ben.
Door Hem kon Ik jou je ongerechtigheid vergeven.
Ik maak scheiding en heilig je, zodat je Mijn Naam en
heerlijkheid kunt dragen.
Nu jij en Ik bij elkaar zijn, zal Ik een groots feest in de
hemel aanrichten
en niets kan je ooit meer van Mijn liefde scheiden.
Ik heb al die tijd op je gewacht.
Je liefhebbende Vader.
JHWH

De Tempel van Jezus

De Tempel van Jezus
‘Er kunnen veel mensen wonen in het huis van mijn Vader.
Als dat niet zo was, zou ik het jullie gezegd hebben. Ik ga
nu weg om een plaats voor jullie in orde te maken’
(Joh.14:2) Met deze woorden geeft Jezus aan een start te
maken met de bouw van het schitterende en kostbare Huis
voor de Naam van JHWH. Dit Huis met al haar schatten en
kostbaarheden, vanwege de heerlijkheid van de in haar
gebrachte volheid aan heilige mensen, is de Tempel van
JHWH in het Koninkrijk der hemelen, ditmaal dus ‘niet met
handen gemaakt’. (Hand.17:24) Ingepast als levende
bouwstenen van Christus, geeft Jezus ieder mens die Hij
met de Heilige Geest kan dopen een hemelse plaats in de
Tempel van JHWH. Met de Samaritaanse vrouw had Jezus
het er reeds over, dat de geestelijk wedergeboren mensen de
Vader waarachtig zullen aanbidden. ‘Geloof Mij, vrouw, de
ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de
Vader zult aanbidden.. ..maar de ure komt en is nu, dat de
waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest
en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; God
is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest
en in waarheid.’ (Joh.4:21-24)
Jezus Zelf was de éérste bouwsteen van Gods Huis, de
voornaamste, daarom ook de hoeksteen genoemd. Van dit
huis Gods sprak onze Heer: ‘Breekt deze tempel af en
binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.’ De
ongelovige Joodse leiders bespotten Hem hierom, omdat zij
niet wilden geloven dat JHWH in Jezus Christus Zijn
woning heeft.

Voor hen telde slechts hetgeen zij zagen, de imposante oude
Tempel met zijn enorme stenen, die door Nehemia was
herbouwd. Jezus echter gebruikt voor de Tempelbouw geen
natuurlijke maar levende stenen, mensen die Zijn Evangelie
hebben gehoord en zich alle beloften daarvan hebben
toegeëigend, inclusief het ontvangen van de Heilige Geest.
De woorden van Salomo ‘hetgeen Gij met uw mond hadt
gesproken, met uw hand hebt volbracht’, worden omdat
Jezus doopt met de Heilige Geest, volledig vervuld.
De ‘hand’ vertegenwoordigt ook hier de Kracht van de
Heilige Geest, net zoals dat het geval was toen Jezus bij
Zijn sterven sprak: ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn
geest.’ Op dat moment scheurde het voorhangsel in de
Tempel. Wel een heel duidelijke bevestiging van God om
aan te tonen, dat voor hen die waarachtig in Hem geloven
de oude tempeldienst met haar talloze dierenoffers
voorgoed heeft afgedaan! Door koning Salomo gesproken:
‘Zou God dan waarlijk op aarde wonen? Zie, de hemel,
zelfs de hemel der hemelen, kan U niet bevatten, hoeveel te
min dit huis dat ik gebouwd heb.’, worden met het Huis dat
Jezus bouwt werkelijkheid, want door Hem zijn wij
geworden een woonstede Gods in de Geest. (Ef.2:22) Door
de doop in Christus, woont de heerlijkheid van JHWH op
aarde in hen die van Christus zijn. Paulus schrijft ‘Zijn huis
zijn wij’ (Hebr.3:6) Wederom was er een Koning uit het
geslacht van David voortgekomen die een Tempel voor de
Naam van JHWH ging bouwen, de telg door wie
uiteindelijk al de beloften Gods in vervulling zouden gaan.
(2Kor.1:20)
Toen ten tijde van koning Sedekia de oversten der priesters
en het volk ontrouw aan de inzettingen Gods werden en aan
de gruwelen der heidense volken meededen, deden zij wat
kwaad was in de ogen van JHWH God en maakten zij Zijn
huis onrein. Ook wilden zij niet luisteren naar de profeten,
die God tot hen stuurde om hen hierover te vermanen.
Om die reden werden zij door de Heilige God prijsgegeven,
werd hun Tempel door de Chaldeeën verbrand, de muren
van Jeruzalem afgebroken en alle kostbaarheden vernietigd.
Het Huis dat Salomo voor de Naam van JHWH had
gebouwd ‘om daar eeuwig te wonen’, werd vanwege de
ontrouw, de goddeloosheid en de onreinheid der Joden
verbrand en in puin gelegd. Salomo bouwde in zijn
wijsheid met natuurlijke bouwmaterialen een grote en
schitterende Tempel, maar ook die bleek tijdelijk te zijn. De
voorzegging aan koning David gedaan, ‘gij evenwel zult
het huis niet bouwen, maar de zoon die uit uw lendenen zal
voortkomen, die zal het huis voor mijn naam bouwen.’,
werd in tijdelijke zin door Salomo tot stand gebracht, maar
voor de eeuwigheid werden deze woorden door zijn
nakomeling Jezus vervuld.
Net als de Tabernakel was ook de oude Tempel van Salomo,
ooit een afspiegeling en een parabel van het bouwwerk dat
Christus is voor JHWH God. Jezus bouwt voor Zijn God en
Vader een Huis van heilige mensen, waardoor Gods woning
voor eeuwig kan blijven bestaan. Het Koningschap van
Jezus Christus geldt daarom vanaf Zijn kroning tot in
eeuwigheid, in Hem heeft JHWH een altijddurende
welbehaaglijke woning. Om die reden kon Jezus zeggen:
‘meer dan Salomo is hier’. (Matt.12:42)
Door de doop in de Heilige Geest zijn wij eigendom van
Jezus Christus geworden en aan Zijn heilig Lichaam, de
gemeenschap der heiligen toegevoegd. Door de doop met
de Heilige Geest kunnen wij onze heilige plaats innemen in
het huis van JHWH. Jezus Christus maakt van ieder mens
die in Hem gelooft een heilig mens, die de Naam van
JHWH kan dragen.
Het Evangelie van Jezus reinigde allereerst de apostelen,
vervolgens de zeer velen die door hun prediking tot het
geloof in Jezus kwamen, en uiteindelijk zijn ook wij door
Jezus’ Evangelie gereinigd en geheiligd.
De gemeente is daar waar de heiligen elkaar ontmoeten en
aan haar leden wordt het oordeel van JHWH gegeven, om
alle onreinheid weg te doen. (Opb.20:4) Het kenmerk van
mensen die de Naam van JHWH dragen is, dat wanneer zij
elkaar ontmoeten of samenkomen, de liefde van God
temidden van hen herkenbaar is. Met de liefde waarmee
Jezus hen heeft liefgehad hebben zij elkaar lief, dat wil
zeggen dat zij hun leven voor elkaar inzetten. Zij zoeken
niet hun eigen belang, maar dat van de ander. Zij bidden tot
Jezus dat Hij verlossing en herstel aan hun broeder of zuster
geven zal. Het gebed van deze rechtvaardigen vermag net
als Jezus’ gebeden, heel veel. Het gaat bij de heiligen van
Jezus net als bij hun Heer, van wie Marta sprak: ‘Ook nu
weet ik, dat God U geven zal al wat Gij van God begeert.’
(Joh.11:22) Dit is gelijktijdig een getuigenis voor
ongelovigen, dat de waarachtige God en Vader, JHWH vol
van liefde en reinheid in hun midden is. Jezus sprak: ‘Waar
twee of meer in Mijn Naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun
midden.’

Zoon van David

Zoon van David
Terwijl Salomo een tempel voor de Naam van God bouwde,
was hij er zich terdege van bewust dat JHWH Zijn
residentie in de hemelen heeft, ‘Gij dan in de hemel, de
vaste plaats uwer woning.’ (1Kon.8:39a) Zoals de
Tabernakel dat door Mozes was geweest, werd er nu door
Salomo een huis voor de Naam van God gebouwd, om
JHWH te aanbidden. Met de bouw van de Tempel
verschafte Salomo de Allerhoogste een plaats waar Hij te
midden van Zijn volk kon zijn. In de Tempel kon het volk
zich in hun gebeden tot God wenden, zodat Hij in hun
noden zou voorzien. Salomo sprak tot God: ‘welke plaag en
welke ziekte ook; welk gebed, welke smeking ook, die enig
mens van uw gehele volk Israël doen zal, omdat ieder van
hen de plaag van zijn eigen hart kent,…vergeef, grijp in, en
vergeld ieder naar al zijn wegen, daar Gij zijn hart kent’.
(8:38,39)
Net als de Tabernakel werd ook dit heiligdom met de
heerlijkheid van JHWH gevuld. (8:11) De belofte die God
aan David had gedaan, deed Hij ook aan Salomo gestand.
Indien Salomo in de inzettingen Gods zou blijven wandelen
en Zijn geboden in acht neemt, zou JHWH net als bij David
temidden van Zijn volk verblijven en het niet verlaten. Net
als zijn vader David, geloofde ook Salomo in het Woord
van JHWH en hij getuigt: ‘er is in de hemel boven en op de
aarde beneden geen God als Gij, die vasthoudt aan het
verbond en de goedertierenheid jegens uw knechten welke
met hun gehele hart voor uw aangezicht wandelen’.
De Tempel van koning Salomo was met haar bijgebouwen,
vertrekken en schatkamers een zeer indrukwekkend en
schitterend bouwwerk geworden, een pracht voor het oog.
Toen de koningin van Seba koning Salomo bezocht, sprak
zij: ‘gij hebt in wijsheid en welvaart de roep overtroffen,
die ik vernomen had. Gelukkig zijn uw mannen, gelukkig
deze dienaren van u, die gedurig in uw dienst staan, die uw
wijsheid horen! Geprezen zij de HERE, uw God, die zulk
een welgevallen aan u had, dat Hij u op de troon van Israël
geplaatst heeft!’ (10:8,9) In zijn wijsheid had Salomo de
imposante stenen Tempel gerealiseerd volgens het oude
ontwerp van de Tabernakel, dus met een voorhof, een
hoofdzaal met voorhangsel en daarachter een achterzaal;
het heilige der heiligen. Ooit was de Tabernakel door
Mozes gebouwd, overeenkomstig het hemelse model dat
JHWH hem had getoond. (Ex.25:9)

Dit geeft aan dat wij zowel de betekenis van de Tabernakel
als die van de enorme Tempel van koning Salomo, moeten
transponeren naar de hemelse werkelijkheid. Zij waren
beiden in al hun luister slechts een afspiegeling van Gods
Heiligdom in het Koninkrijk der hemelen. (Hebr.9:24)