Vrijdagavond en de nacht van vrijdag op zaterdag

(Dag 2: vrijdagavond en de nacht van vrijdag op zaterdag.)
Zonder dat Jezus aan slaap of nachtrust is toegekomen,
wordt Hij vrijdagmorgen al vroeg door de overpriesters en
oudsten van het Joodse volk geboeid en overgedragen aan
de Romeinse stadhouder Pilatus, met de intentie dat deze
Hem tot de doodstraf zal veroordelen. Nadat Pilatus de
Heer Jezus heeft bevraagd waar men Hem van beschuldigd,
komt de stadhouder tot de conclusie dat hij in deze mens
geen enkele schuld kan vinden waar de doodstraf op staat.
Pilatus probeert dan ook vanaf dat moment om Jezus los te
laten, doch de Joden schreeuwden ‘Weg met Hem! Kruisig
Hem!’ Uiteindelijk, als Pilatus niet onder hun aanhoudend
verzoek Hem te kruisigen vandaan kan, laat hij Jezus
geselen en geeft hij Hem aan hen over om gekruisigd te
worden. (Joh.19:15,16)
Als Jezus door de gehele afdeling der Romeinse soldaten is
bespot en geslagen, voeren zij Hem af naar de
Schedelplaats Golgota, waar zij Hem in de loop van vrijdag
(op het derde uur) kruisigen. Terwijl Jezus al aan het kruis
hangt en Hij voor de Joden geen enkele bedreiging meer
vormt, gaan zij toch nog door Hem te bespotten. Terwijl zij
er eigenlijk van overtuigd kunnen zijn dat zij deze hun
godsdienstvijand hebben overwonnen, gaan zij nochtans
door Hem te kleineren en proberen Hem wanhopig te
maken. Tot op het laatste moment spreekt satan zo door
vele mensen heen om Jezus Zijn geloof en vertrouwen in
God af te nemen. (Marc.11:22) Als de Heer Jezus onder
hevige pijnen zijn laatste stervensuren doorbrengt, lezen we
de reacties van de omstanders: ‘En de voorbijgangers
spraken lastertaal tegen Hem, schudden hun hoofd en
zeiden: Ha, Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen
opbouwt, red Uzelf, kom af van het kruis!
Evenzo spotten de overpriesters onder elkander samen met
de schriftgeleerden, en zij zeiden: Anderen heeft Hij gered,
Zichzelf kan Hij niet redden. Laat de Christus, de Koning
van Israël, nu afkomen van het kruis, dat wij het zien en
geloven. Ook die met Hem gekruisigd waren beschimpten
Hem.’ (Marc.15:29-32) Het antwoord van Jezus op het
onwaardig spreken en handelen der ongelovige mensen, is
dat Hij voor hen bidt met de woorden ‘Vader, vergeef het
hun, want zij weten niet wat zij doen’ (Luc.23:34) Hij blijft
rechtvaardig, Hij blijft vol liefde voor Gods gebod en
liefdevol jegens Zijn naasten en Hij zondigt niet.
Tijdens de tijd dat de satan over Jezus kon heersen, zette
deze alles op alles om de Meester ook maar één enkele keer
zover te brengen dat Hij ongehoorzaam aan Zijn Vader
wordt, om Hem dan zo, vanwege deze ongehoorzaamheid
aan God, in zijn dienst te brengen. Zoals bekend kan de
mens die door de zonde éénmaal in satans diens treedt, niet
meer opstaan uit het dodenrijk. Dit was de misrekening
geweest die de duivel had gemaakt, toen God hem het
voorstel had gedaan om Zijn Zoon de enige Rechtvaardige
mens als losprijs voor alle onrechtvaardige mensen te
ruilen. (Matt.20:28)
De duivel kon niet geloven dat de mens Jezus zo goed en
rechtvaardig was en van dermate kwaliteit, dat ook wanneer
de Sterke arm van Zijn Vader Hem had verlaten en het
gruwelijke geweld der demonenlegers op Hem losbarstte,
Jezus ondanks dat dezelfde dus rechtvaardig en goed zou
blijven. De duivel had iedereen ten val kunnen brengen,
ieder mens was vroeg of laat in zijn dienst gekomen en was
de goede God ongehoorzaam geworden. Ook bij deze mens
Jezus zou het hem lukken! Dit was de redenering van de
duivel. Maar de satan is niet bij machte om de hoog
verheven gedachten van de Allerhoogste God te
doorgronden en hij had er geen rekening mee gehouden dat
een mens uit God geboren kan worden. Want ieder mens die
uit God geboren is zondigt niet, en op die mens heeft de
boze geen vat. (1Joh.5:18)
De satan had tijdens het leven van Jezus voortdurend
geprobeerd Hem te verleiden en Hem zodoende in zijn
dienst te stellen, want in wiens dienst men zich vrijwillig
stelt die moet men gehoorzamen. (2Petr.2:10) Vanwege de
‘Almachtige Kracht uit de hoge’ had Jezus altijd de
aanvallen en listen van de duivel weten te pareren. Nu de
geestelijke en lichamelijke bescherming rond Jezus was
opgeheven, had de duivel vrije toegang tot de Uitverkorene.
Wat hem door middel van leugen en verleiding bij Jezus
niet was gelukt zou hem dit keer door bruut geweld wel
lukken, indien hij Jezus maar eenmaal in zijn macht had en
Hem kon vermoorden!
De duivel dacht dat hij van ieder mens een zondaar kon
maken, dus ook van deze uit God geboren Zoon des
mensen. Bij de gehele mensheid was hem dat gelukt, bij
allen die uit een vrouw waren geboren, ja zelfs bij de mens
die in begin door God Zelf was geschapen. (Gen.1:27) Die
eerste mens die God al scheppende tot stand had gebracht,
was ook Gods zoon. (Luc.3:38) Dat satan bij deze ‘tweede’
mens wederom met een Zoon van God te maken kreeg was
dus niet zo bijzonder, het was hem al eerder gelukt om een
zoon van Jahweh God ten val te brengen. Als het hem ook
dit keer zou lukken om deze ‘nieuwe’ Zoon tot
ongehoorzaamheid aan Zijn Vader te brengen – indien de
Zoon de Vader niet boven .lles lief had -, dan zou Jezus ook
Zelf een zondeschuld maken en was het herstelplan van de
Vader voor altijd verloren. De duivel zette hiertoe vanaf
Getsemane tot en met Golgota, door middel van verraad,
hoon, bespotting, vernedering, haat en geweld, alles op
alles!
De haat die satan jegens zijn Schepper heeft en Wiens
evenbeeld hij nu al jaren in Zijn Zoon Jezus had gezien,
kon hij op Golgota eindelijk in alle hevigheid tonen en ten
uitvoer brengen. De duivel moest ook deze nieuwe hemelse
mens aan zichzelf onderdanig maken. De kans om dit te
doen liet hij zich niet ontnemen en nu de Allerhoogste hem
had toegestaan om Zijn Zoon te doden in ruil voor
zondaars, moest deze bezeten machtswellusteling hiervan
gebruik maken. Hij meende dat hij Jezus in deze
martelperiode tot ongehoorzaamheid en dus liefdeloosheid
kon pressen, om Hem vervolgens te vermoorden. Daarmee
zou hij dan de waardevolste en belangrijkste Persoon voor
altijd hebben geëlimineerd, waardoor hij de macht over de
wereld zou behouden. Als deze Jezus eenmaal was
uitgeschakeld, zou God niets meer kunnen doen om hem
nog zijn verworven rijk te ontnemen. Jezus, die zijn
werkterrein en territorium was binnengedrongen zou
bezwijken, waardoor de heerschappij over de aarde en de
mensen erop voor altijd van satan zou blijven.
Ditmaal wordt Jezus onder pressie gezet om te doen wat de
boze in het begin van de evangeliën aanvankelijk met
listige woorden probeerde, bijvoorbeeld toen de verzoeker
zei: ‘Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen
broden worden.’ (Matt.4:3) Jezus zou door te gehoorzamen
dienstbaar aan satan zijn geworden. Uiteindelijk als Jezus
Zijn taak helemaal gaat volbrengen en Hij reeds aan het
kruis hangt, zijn er verschillende mensen die Hem
bespotten en openlijk in twijfel trekken of Hij inderdaad de
waarachtige Zoon van God is. Zelfs op de valreep probeert
de boze nog om de Heer Jezus uit de dienst van Zijn Vader
te brengen, door het lijden niet volledig te ondergaan maar
van lichamelijk sterven af te zien: ‘Gij, die de tempel
afbreekt en in drie dagen opbouwt, red Uzelf, indien Gij
Gods Zoon zijt, en kom af van het kruis!’ (Matt.27:40)
Deze mensen werden door de duivel geďnspireerd, die zo
probeerde door de mond van zondaren heen om Jezus te
ontmoedigen en Hem Zijn geloof af te nemen dat Zijn
Vader voor een uitkomst zou zorgen; ook al moest die
uitkomst dwars door de dood héén tevoorschijn komen!
Denk in dit verband ook aan het geloof van Abraham, die
geloofde dat hij zijn zoon Isaak terug zou krijgen ook als
dat betekende dat die eerst zou sterven. (Hebr.11:18b)
Indien Jezus Zijn lijdensweg niet geheel ten einde zou
gegaan zijn, door ergens voortijdig een einde aan de
martelingen te maken en Zijn Vader om hulp van de heilige
engelen te vragen, dan zou Hij de wil van de Allerhoogste
niet geheel volbracht hebben. Doch Jezus hield tot en met
Zijn sterven vol en deed de wil van Zijn Vader, ongeacht de
gevolgen voor Zijn eigen leven. Bij aanvang van Zijn lijden
bad de Heer Jezus daar in Getsemane over: ‘Abba, Vader,
alles is U mogelijk, neem deze beker van Mij weg. Doch
niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.’
(Marc.14:36) Jezus geloofde dat de Vader altijd trouw blijft
aan hetgeen Hij heeft gesproken, ook op dit punt kende
Jezus de Schrift. (Ps.16:10,11) De macht van de duivel was
niet voldoende om Jezus tegen de wil van Zijn Vader te
laten spreken of te handelen. De Meester had gezegd ‘want
met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld
worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten
worden.’ (Matt.7:2) Jezus wilde dat de Vader Hem onder
de zondelast der mensheid vandaan zou halen, daartoe
rekende ook Hij Zijn schuldenaren hun zonden niet aan.
Jezus leefde als rechtvaardige en stierf als rechtvaardige en
op grond hiervan kon de Vader Hem uit de dood
regenereren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *