Vrede

Vrede
Hoewel Job niet wist dat de boze verantwoordelijk was
voor al de ellende en rampspoed die hem overkwam en
dacht dat het God was die dit veroorzaakte, werd Job niet
verbitterd en nam hij het God niet kwalijk door Hem de rug
toe te keren. Job vertrouwde erop dat God wel zou weten
waarom Hij hem in deze toestand had gebracht, en sprak
daar ook zo over. (Job 2:10) De vrede die Job ervoer,
ontstond vanwege zijn geloof dat God de Almachtige is en
zijn leven te allen tijde in Gods hand was en Hij ermee kon
doen wat Hij maar wilde. Ondanks de vele beproevingen
was Job het met zijn Schepper eens. Deze totale overgave
aan God de Vader, dat Hij bij machte is ons in Zijn Hand te
bewaren en Hij zelfs uit de zwaarste storm zal redden, geeft
een mens vrede en rust.
Mensen die het Koninkrijk van God nog niet zijn
binnengegaan kennen ook deze vrede en de vreugde die
men daar ontvangt niet en kenmerken zich dikwijls door
hun bezorgdheid, hun snelle boosheid en ontevredenheid.
De omstandigheid en situatie waarin de ongelovige
zondigende mens verkeert zijn dan ook meestal aan de
gelaatstrekken te herkennen. ‘Moogt gij het niet opheffen,
indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt,
ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte
naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen.’ (Gen.4:7)
Het Koninkrijk van God resideert na de wedergeboorte nu
ook in de gelovige mens, die zijn hemelse Vader vanwege
zijn nieuwe naam “Christus” om de Heilige Geest bidt en
Hem uiteraard zal ontvangen. Zoals de apostel schreef ‘- en
Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God
en Vader gemaakt – Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot
in alle eeuwigheden! Amen.’ (Opb.1:6), dus toegevoegd of
geannexeerd aan het Koninkrijk van Christus.
In deze onzienlijke hemelse werkelijkheid waar Gods
Koninkrijk existeert, kan men enkel binnenkomen door
middel van de wedergeboorte. De innerlijke mens dient
daartoe vooraf contact te krijgen met het Woord van God,
dat is Jezus. Hij geeft de mens die de waarheid liefheeft en
Hem aanvaardt toegang tot Zijn hemelse Koninkrijk, Hij is
voor die mens de deur om binnen te gaan. Men wordt door
de woorden Gods aan te nemen ‘verwekt uit onvergankelijk
zaad’, dus geboren uit het Woord van God en dat is zoals
we zeiden Christus. (Joh.1:1) Mét Hem komen dan ook de
gelovigen ‘van boven’, zij functioneren wel in de wereld
doch vanuit het Koninkrijk van hun Heer Jezus. Terwijl de
wereld in het domein van de satan ligt, handelen de
kinderen Gods op hun dagelijkse situaties en
omstandigheden vanuit deze ‘hoogte’.
Daar waar de mensheid massaal door de duivel en de
demonen wordt opgejaagd en beangstigd, blijven de
kinderen Gods bij het vaste geloof in de kracht van hun
Koning Jezus en onkwetsbaar voor deze gewelddadige
vijanden. Zij weten dat Hij die in hen aanwezig is, meerder
is dan die buiten hen is en hun bestaan probeert te belagen.
(1Joh.4:4) De vrede Gods die door het verlossende werk
van Jezus in de harten van Zijn kinderen is komen wonen,
wordt door hen op aarde temidden van toekomstige
problemen en tegenslagen geopenbaard. Z. is Christus
komende in het vlees dat nog op aarde is! Wij zijn deel
geworden van het Koninkrijk van God, en het koninkrijk
van satan waar wij ooit als zondaren toe behoorden
verdwijnt door de prediking van het Evangelie steeds
verder. (Opb.5:10) Daarom riep de Heer Jezus de
omstanders op het Koninkrijk der hemelen binnen te gaan.
Hij sprak: ‘Gaat in door de enge poort, want wijd is [de
poort] en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen
zijn er, die daardoor ingaan’ (Matt.7:13) Ook maakt Hij
ons erop attent dat het binnengaan in het Koninkrijk van de
Hoogheilige strijd zal kosten, Hij zei derhalve: ‘Strijdt om
in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen
trachten in te gaan, doch het niet kunnen.’ (Luc.13:24)
De val van satan creëerde een ‘anti-JHWH-rijk’ in de
hemelse gewesten, de onzienlijke wereld. Vanuit dit rijk,
vanuit deze duisternis en ongerechtigheid wordt de boze
actief en attaqueerde hij ook het eerste mensenpaar.
Doordat zij tijdens hun geestelijke ontwikkeling
ongehoorzaam werden aan de geboden van JaHWeH,
werden ze onderdaan van dit duivelse ‘anti-Christus-rijk’.
Hierdoor breidde dit demonenimperium zijn machtsgebied
vanuit de onzienlijke wereld uit over de aarde, die vanaf dat
moment ‘in de boze’ ligt en onder zijn directe invloed is
gekomen. Het gevolg is dat de mens in zijn zondige staat
geen toegang meer heeft tot de Boom van eeuwig Leven,
Christus. Deze eeuwigheidgedachte, om de mens aan
Christus deel te laten hebben, koestert de Schepper echter
niet aangaande een onrechtvaardige maar over een
rechtvaardige, niet over een zondaar maar over een
onschuldig en goed mens. Het gevolg daarvan is dat de
mens steeds minder kon profiteren van de verkwikkende
omgang met zijn Schepper en God, en dat zij steeds verder
afdwaalden in zonde en bezet werden door het leger aan
demonen. Compleet onbruikbaar geworden voor Gods plan
met hen, moest de Schepper helaas tot de conclusie komen
dat de mens die Hij schiep, enkel ‘vlees’ is. Het kenmerk
van mensen die steeds verder afraken van Gods wil en Zijn
oorspronkelijke plan met hun leven is, dat zij steeds verder
‘verworden’ en zoals ooit de bevolking van Sodom en
Gomorra, zij onreinheid, slechtheid en haat bedrijven.
(Gen.18:20)
Via de begeerten proberen demonen toegang te krijgen tot
de innerlijke mens de ‘mens des harten’ , deze dimensie van
een persoon heeft betrekking op zijn ziel en geest. De
gelovigen zijn door de Heilige Geest in staat de begeerten
af te schermen voor demonen, zodat deze niet door hen
kunnen worden omgebogen tot zondige begeerten dus
evenmin tot zondige daden. Dit is de geloofsstrijd van hen
die van Christus zijn, om tijdens hun aardse leven de
demonen die van ‘beneden’ zijn te weerstaan en vanuit ‘de
hoogte’ van Gods Koninkrijk over hen te heersen! God is
liefde. (1Joh.4:8) Zonder liefde sterft een mens geestelijk,
dat wil zeggen naar zijn ziel en geest vervalt hij aan de
dood, indien iemand dus geen contact met de Schepper
heeft. De zonde(macht) maakt scheiding tussen een mens
en God (Jes.59:2) Door te zondigen komt de mens in dienst
van de duivel en kan hij de liefde die God voor hem of haar
heeft niet (met gehoorzaamheid) beantwoorden, omdat de
boze machten hem dit beletten. Het loon dat de zonde dus
geeft is de dood (Rom.6:23). Als een mens op de woorden
van Jezus Christus ingaat en het Koninkrijk van God
binnengaat, dan maakt hij innerlijk contact met Jahweh
waardoor de liefdesband ontstaat en hij geestelijk tot leven
komt. De woorden van God zijn dus Geest en Leven, Jezus
is dit Leven (Joh.6:63 en 14:6). In het Koninkrijk van God
ontvangt een mens leven en overvloed doordat hij waarlijk
liefde ontvangt en ervaart. Zijn geest (zijn ‘hart’) stroomt
over van de liefde Gods zoals Jezus had gezegd ‘Wie in Mij
gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water
zullen uit zijn binnenste vloeien.’ (Joh.7:38) Deze liefde
van Jezus eenmaal ontvangen, geeft de nieuwe mens van
Christus op zijn beurt ook aan zijn naasten. Hiermee vervult
hij dan de eis der wet : ‘Gij zult uw naaste liefhebben als
uzelf.’ (Matt.22:39)

De naasten ervaren hierdoor de liefde van God in hun leven
en kunnen daardoor ook tot leven komen indien zij Jezus
aannemen. Dit geven of liever doorgeven, maakt anderen
dus ook zalig. ‘Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om
niet.’ (Matt.10:8) Uit dit oogpunt is geven dus zaliger dan
ontvangen, daar het bij het geven van waarlijk Leven steeds
om kostbare mensen gaat, die God als Vader hebben en
hierdoor met Hem verbonden worden.
Het mooie van de Trooster de Heilige Geest is dat Hij door
de bede van onze Heer Jezus ‘Vader uw Koninkrijk kome’,
ook in ons dit Koninkrijk manifesteert op aarde in ons leven
van alle dag. W..rheen de gelovige in Christus zich op
aarde ook begeeft, altoos bevindt hij zich in het hemelse
gezag van de Geest van God Die rust op Christus, tot wie
hij behoort. In de omgang met de broeders, zusters en de
naasten kan Gods liefde openbaar gemaakt en bewezen
worden. Dit zijn dan de werken der liefde, waarbij Christus
Jezus in het midden is. (Matt.18:20) Van gelovige tot
gelovige onderling wordt de liefde van God door en dankzij
Christus Jezus met groot enthousiasme en ingetogenheid
elkaar bewezen en voorgehouden.
Juist de confrontaties tussen Christus en de machten der
duisternis die door hun slechte begeerten actief zijn bij
mensen van de wereld, geeft reden voor vertroosting want
telkens worden er overwinningen op de boze geesten
geboekt. De liefde Gods en de levenskracht door de Heilige
Geest is onverzettelijk aanwezig in de door God
gerechtvaardigde mensen die eigendom van Christus zijn.
Het overeind blijven in moeilijke, bedreigende, maar ook in
verleidelijke situaties geeft aan dat de Kracht Gods nabij is,
ja in ons heiligen aanwezig is. (Luc.17:21) Mensen die
geleid worden door de eeuwig levende Geest van God zijn
dan ook altijd vol liefde voor hun naaste, in hen
functioneren de wetten van het Koninkrijk van God.
Christus zoekt immers niet zichzelf maar de naaste om ook
die Levend te maken.Dit tot leven komen van zondaren is
de grote wens van de Schepper. Hij wil immers niet dat er
ook maar één verloren gaat maar dat iedereen tot erkentenis
van de Waarheid komt. (1Tim.2:4) Zij bidden dagelijks in
de taal van de Geest tot de Almachtige God om nog meer
liefde te ontvangen, die zij aan hun naasten en mensen uit
hun directe omgeving willen geven. Hierdoor komen tevens
de heilige engelen Gods in actie die hen – die het Leven
hebben – helpen en terzijde staan. Het komt door de heilige
leiding van de Geest van Christus met de gelovigen zover
dat zij ook voor hun vijanden kunnen bidden en hen
liefhebben. Door de bovennatuurlijke liefde van Christus
zijn zij in staat dat als iemand hen op de wang slaat zij hem
ook de andere toekeren (Luc.6:29).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *