Rechtvaardigheid, vrede en blijdschap

Rechtvaardigheid, vrede en blijdschap
‘Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken,
maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de
heilige Geest. Want wie door deze Geest een dienstknecht is
van Christus, is welgevallig bij God, en in achting bij de
mensen.’ (Rom.14:17,18)

Rechtvaardigheid
De Heilige Geest overtuigt een mens van zonde en van
gerechtigheid en van oordeel. (Joh.16:8) Zodra een zondaar
van zijn misstappen wordt overtuigt, kan hij daar afstand
van doen door in het geloof het Offer van Jezus te
aanvaarden. De Heer Jezus gaf Zijn bloed en Zijn leven
enkel en alleen om zondaars aan hun verdiende straf te
laten ontkomen, door die in onze plaats te ondergaan. Wie
gelooft dat Jezus zijn of haar zondeschuld heeft
overgenomen, die heeft geen moeite te geloven dat Hij
tevens de daarbij horende straf heeft overgenomen en die
ook heeft ondergaan. Nu dan de schuld en de straf van deze
mens zijn verdwenen, is dit mens rechtvaardig en zeer
gelukkig geworden want hij is dankzij Jezus Christus aan
de dood ontkomen. De voorzegging die Jezus daarbij heeft
gedaan is dat wie in Hem gelooft dus in Zijn
rechtvaardigheid, in Zijn heiligheid, in Zijn aan-God-gelijkzijn
en in Zijn Koningschap, die mens vervolgens de Vader
mag vragen hem of haar de Geest van Christus te geven.
Dit is de Heilige Geest Die dit mens vervolgens tot Zijn
eigendom kan maken en daarmee deel van het Koninkrijk
van God. In het Koninkrijk van God heeft de Heilige Geest
de leiding. Hij is de leraar ter gerechtigheid Die het kind
van God in wie het Koninkrijk nu ook functioneert, de weg
wijst naar de ‘volle’ waarheid. Dat is de toestand die door
wasdom wordt bereikt en waarin de gehoorzame zonen en
dochters van God de geestelijke ‘volheid’ of volmaaktheid
ervaren en daarvan getuigen. Dan is ook de kracht die door
de overweldigende genade van de Geest van Christus in
deze mensen Gods is gevestigd, in staat om de dingen te
doen die Jezus deed. (Joh.14:12) Bij het vanuit het
Koninkrijk der hemelen volkomen worden van hen die
onder de leiding staan van Gods Geest, wordt de beeltenis
met Jezus als volmaakte Zoon van God geheel compleet.
De gerechtigheid ving voor de zondaar aan toen hij de
woorden van Jezus hoorde en berouw kreeg over zijn
wetteloze zondige daden en niet langer in dienst wilde staan
van de ongerechtigheid, waarin hij gemeenschap had met
demonen en dus in dienst stond van de duivel. Zijn oude
leven op het niveau van de wereld waar hij in de duisternis
verbleef, achtte hij niet langer waardevol en deed daar
afstand van door dit aan Jezus toe te vertrouwen. Jezus
draagt dit oude zondige bestaan samen met dat van alle
andere zondaars die om deze reden hun toevlucht tot Hem
zochten, op de schouders van Zijn eigen leven en geeft het
aan de dood prijs. De nieuw gelovigen willen hiervan
getuigen door deze waarheid in de waterdoop uit te
beelden, waarbij wij in de handen van de doper (Jezus)
onder gaan in het water (dood) en in Zijn handen (de kracht
van God) daaruit opstaan! (2Tim.2:11)
Het oude bestaan wierp de zondaar zo als een oude jas van
zich af, om daarna het nieuwe hemelse leven van het
Koninkrijk Gods te ontvangen en ‘aan te doen’. (Gal.3:27)
Hij richt zich voortaan steeds op de woorden van Jezus, die
zegt eerst het Koninkrijk van God te zoeken en zijn
gerechtigheid, dus door geloof bezig zijn met de onzienlijke
hemelse werkelijkheid. (Mat.6:33) De mantel die hij van
Christus voor zijn oude jas terug ontvangt, is die der
gerechtigheid. (Jes.61:10) In tegenstelling tot vroeger mag
hij voortaan ‘stralend witte kleding’ dragen, die hij van God
ontving. (Opb.22:14) Dit is gerechtigheid, want Jezus heeft
op volkomen legale wijze de toegang tot dit Koninkrijk der
hemelen voor de mensen geopend. De mens die op Jezus’
woorden en toezeggingen ingaat, sluipt niet als een
wetteloze het domein van God binnen maar is dankzij Hem
als rechtvaardige bezig de gerechtigheid van deze ‘hogere
orde’ in ontvangst te nemen.
De Vader had in Zijn onbegrensde wijsheid voorzien in
deze mogelijk voor de mens die Hem zoekt, om nog tijdens
hun verblijf in het ‘vlees’ door de prediking van Christus
Zijn hemels Koninkrijk binnen te gaan. Daarbij maakt men
geen reis met het aardse lichaam naar een locatie op aarde
of ergens in de ruimte, maar het grote geheim van Christus
is dat door Hem de Heilige Geest in de gehoorzame mens
kan komen wonen. (Opb.3:20) Het Koninkrijk van God is
met de Heilige Geest aanwezig in de gelovige, terwijl hij in
het vlees is dus in zijn dagelijkse leven temidden van
andere mensen. Deze Goddelijke inwoning van de
Allerhoogste in de gewone mens die in Zijn Zoon Jezus
gelooft en op Hem vertrouwt, wordt door de antichrist
ontkent en geloochend. (2Joh.1:7) De gewone mens wordt
vanwege de eeuwen van zonde geassocieerd met een
verdorven natuur en een onderworpen zijn aan de
zondemachten die liefdeloos zijn, die hem laten zondigen
en slecht maken waardoor hij dan uiteraard geen aanspraak
heeft op de heerlijkheid en de genade om in Gods
Koninkrijk te mogen functioneren. Dit zou ook geen
gerechtigheid zijn omdat in dat geval een zondaar in Gods
heerlijke nabijheid zou kunnen bestaan, dus net als de
rechtvaardige eeuwig in het licht zou kunnen leven.
(Gen.3:24)
Hier wordt de goedheid en de liefde van de Vader
geopenbaard, doordat Hij om zondaars te redden en hen
toegang te verschaffen tot Zijn eigen heerlijkheid, Zijn
Zoon Jezus overgaf aan de dood om vervolgens allen het
waarachtige leven te schenken die in Jezus Christus
geloven. De genoegdoening van de dood, dat iedere ziel die
gezondigd heeft met de dood moet worden uitbetaald, werd
aan Jezus uitbetaald in ruil voor het leven van alle mensen.
(Ez.18:20 en Rom.5:12) Door deze ‘losprijs’ te betalen
heeft de Vader met het leven van Jezus het eigendomsrecht
van de mensheid wettelijk en legaal teruggekocht. Als de
Vader Zijn doel wil bereiken, dan is Hij bereid daarvoor op
eerlijke wijze te betalen. Hij neemt nooit hetgeen Hem niet
toekomt.
De duivel die het geweld over de wereld had gekregen en
die iedereen die in zijn domein als natuurlijke baby werd
geboren en opgroeide in zijn macht kreeg, was bereid om al
deze zondeslaven te ruilen voor die Ene rechtvaardige
Jezus.
Jezus was eveneens in het domein van de duivel als baby
geboren, maar werd door Zijn eigen Vader bij het opgroeien
geheiligd en beschermd tegen gevaren van buitenaf. Ieder
kind is immers geheiligd in zijn ouders, Jezus dus ook.
(1Kor.7:14) In het evangelie van Mattheus wordt de ruil
tussen God en de boze in de gelijkenis van de koopman die
parels zoekt uitgebeeld. De koopman heeft al zijn parels er
voor over indien hij die Ene kostbare parel maar in zijn
bezit zal krijgen. (Matt.13:46) Zo had de duivel vanuit zijn
macht die hij in de wereld had verworven zijn claim op de
miljoenen slachtoffers er voor over om de macht over Jezus
te kunnen krijgen, omdat hijzelf Hem nimmer tot zondigen
had kunnen overhalen. (Luc.4:6) De boze was bereid om
alle mensen te laten gaan, indien hij de eigen Zoon van de
Allerhoogste God in zijn macht kon krijgen. Zó kocht de
Vader ons vrij, het was daadwerkelijk één voor allen! Dat
de duivel vanwege zijn macht over Jezus Hem vermoordt
en denkt zodoende deze Zoon van God onder zijn controle
te kunnen houden, komt voort uit machtswellust. De duivel
wil namelijk koste wat kost heersen over en meer zijn dan
een mens en wil dat mensen hem dienen. Hij wil dus
eigenlijk de positie van God Zelf en heeft zijn plaats als
dienaar verlaten om zelf als een god gediend en aanbeden te
worden. (2Tess.2:4) Wie echter dankzij Jezus het
Koninkrijk van God binnen gaan, die ontrukken zich aan de
overheersing der demonen door wie zij ongerechtigheden
bedreven en daardoor een zondeschuld opbouwden. De
rechtvaardigen worden met hun intrede in de gerechtigheid
overgeplaatst vanuit het rijk van satan in het Koninkrijk van
de Zoon van Gods liefde. (Col.1:9)
In het Koninkrijk van God worden uitsluitend ‘werken der
gerechtigheid’ uitgevoerd, waardoor de rechtvaardigen hun
kleed der gerechtigheid kunnen voltooien. (Opb.19:8)
De strijd die de gelovige moet leveren bestaat erin dat de
satan probeert door de natuurlijke omstandigheden zodanig
te manipuleren dat het kind van God niet meer ziet op de
werkelijkheid van Gods Koninkrijk maar zich door
zintuiglijk waarneembare factoren laat misleiden, angstig
wordt en zijn geloof dat God zijn Vader hem zal uitredden,
loslaat. Indien hij struikelt komt dit dus doordat hij ziet op
wat ‘voor ogen’ is, in plaats van dat hij door zijn geloof ziet
op het ‘niet zintuiglijk waarneembare’, dus op het
Koninkrijk Gods. (Hebr.11:3)
Als bijvoorbeeld een ongelovig persoon het kind van God
in zijn dagelijkse werkomgeving verbaal aanvalt en dus
geweld gebruikt, dan komt het er voor de rechtvaardige op
aan dit voorval te negeren. De liefde voor de medemens
rekent immers het kwade niet toe maar blijft daarentegen de
persoon in kwestie liefdevol en respectvol behandelen.
(1Cor.13:5) De rechtvaardige blijft dus vanuit het
Koninkrijk Gods reageren op situaties in de wereld waarin
hij functioneert en zijn plaats heeft tussen allerlei
verschillende mensen die dikwijls zelf de Vader niet
kennen. Door zich niet in dienst te stellen van de
geweldgeesten, krijgt de boze geen vat op hem en komt hij
dus niet in dienst van de ongerechtigheid. Met andere
woorden, het woord Gods dat zegt dat hij de naaste dient
lief te hebben, blijft in hem en daardoor kán hij niet
zondigen. (1Joh.3:9) Hij is dan in de duistere wereld van
geweld, onreinheid en ongerechtigheid aanwezig, terwijl hij
er een geheel andere benadering en visie op na houdt. Hij is
dan wel in de wereld, maar er niet van. (Joh.15:19) Dit
komt overeen met hoe Jezus zich tussen de mensen bewoog
en met zondaars kon verkeren, omdat Hij altijd vanuit het
Koninkrijk van God en Diens liefde reageerde. De
gerechtigheid Gods komt ook hierin naar voren dat de
kinderen Gods door de Leraar ter gerechtigheid de mensen
hun zonden niet aanrekenen, maar de demonen die hen
aanzetten als eerste verantwoordelijk houden. Door het
optreden van deze heilige mensen vanuit het licht van Gods
Koninkrijk, houden de demonen geen stand en worden zij
uit de omgeving van de kinderen Gods geweerd en buiten
geworpen. Ook dit komt overeen met hetgeen onze Meester
Jezus deed en aldus volgen wij Zijn voorbeeld en opdracht
na. (Marc.16:15-17)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *