Ook Jezus zegt dat wij als God zullen zijn. (Mat.5:48)

Ook Jezus zegt dat wij als God zullen zijn. (Mat.5:48)
Als er één thema uit het Nieuwe Testament is waar de
‘vrome’ gevestigde orde moeite mee had en heeft, dan zijn
het wel de passages waarin Jezus meedeelt dat wie in Hem
gelooft en wederom geboren wordt, door de leiding van
Zijn Geest volmaakt zal worden.
God zal uiteindelijk in ons gelovigen ‘alles in allen’ zijn,
waarbij wij dan door Christus’ Geest net als Hij God zijn
geworden. (1Kor.15:28) De Almachtige God heeft Christus
voortgebracht en Hij is Zelf ook God, en Hij heeft van de
Vader macht gekregen het leven te geven wie Hij wil.
(Joh.5:21) Mensen voortbrengen konden we zelf al,
daarvoor hoefde Jezus Christus niet op aarde te komen. Hij
daarentegen is gekomen om in ons God voort te brengen,
Hij wil dat waar Hij is (volmaakt) ook wij bij Hem zullen
zijn om Zijn heerlijkheid te aanschouwen. (Joh.17:24) Ooit
sprak de Heer Jezus tot de rijke jongeling: ‘Niemand is
goed dan God alleen’, met andere woorden als je Mij goed
noemt, kom dan tot erkentenis dat je God eert in Mij.
Sterker nog de Heer Jezus nodigde deze jonge man uit om
eveneens volmaakt te worden, wat een aanbod!
(Matt.19:21)

Christus heeft omdat Hij Volkomen is en daarmee ook God,
een ‘levendmakende’ Geest. (1Kor.15:45) Christus heeft
door Zijn liefde .ns voortgebracht en Hij zal, wanneer wij
de volheid van de Heilige Geest hebben ontvangen ook ons
aan God gelijk maken. Wij zullen dan net als Hijzelf in de
gestalte van God zijn, dit is van aanvang aan Zijn ultieme
wens en doel geweest. Bij Zijn uitleggingen voor wie het
Koninkrijk van God is, spreekt Jezus daar dan ook
onomwonden met Zijn volgelingen over. (Matt.5:48)
Sommige leden van Christus hebben reeds dingen gedaan,
die je alleen kunt doen als je door geloof voldoende kracht
van de Heilige Geest hebt ontvangen. Denk aan de doden,
die niet alleen door Jezus maar ook door de apostelen
werden opgewekt, en denk aan Petrus die net als zijn
Meester over het water liep. (Hand.9:40, 20:10-12 en
Matt.14:29)
Voor de onreinen en zondaars is deze bestemming van het
Koninklijk onverteerbaar, daar zijzelf nog met velerlei
demonen verbonden zijn, en deze boze geesten niet willen
dat de mens hen zal overstijgen. (Marc.16:17) Demonen
willen immers ‘heer’ over de in zonde levende en nog niet
wedergeboren mens blijven, als deze immers op de
woorden van het Evangelie van Christus ingaat dan zijn zij
hun macht over dit mens kwijt. (Matt.11:28) Op hun beurt
worden de boze geesten bij de bevrijding en verlossing van
een zondaar door de vinger Gods uitgedreven de duisternis
in. (Luc.11:20) Omdat boze geesten ongemoeid in en bij de
zondaar kunnen verblijven, en deze onreine geesten willen
voorkomen dat zij hun ‘vertrouwde oude woning’ moeten
verlaten, protesteren zij heftig wanneer er iemand bekend
maakt dat hun slachtoffer op Gods niveau kan komen. Dat
betekent hun definitieve ondergang, omdat zij allen aan
God onderworpen zijn. De demonen smeekten de Heer
Jezus Christus om deze reden dat Hij hen niet naar de
afgrond zou zenden. (Luc.8:31)

Veel van de Joodse gezaghebbende godsdienstleiders
werden ten tijde van Jezus’ prediking overheerst en geleid
door satan en zijn onreine geesten, toen dan ook duidelijk
werd dat de Heer Jezus de Christus Gods is, zeiden zij dat
Hij God lasterde door Zich aan Hem gelijk te stellen. ‘Jezus
antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb
gezegd: Gij zijt goden?’ (Joh.10:34) Dit waarachtige woord
dat de mens Christus in Gods gestalte is en één met Hem,
was er naderhand toen Hij voor de Raad stond ook de reden
van dat deze geleerde elite in felle woede over Hem
ontbrandde met de woorden: ‘Hij is des doods schuldig’ en
‘Kruisig Hem!’ (Marc.14:64 en Joh.19:15)
Nee zolang wij de mens uit onze omgeving maar mens laten
die bij zijn zonden mag blijven waardoor hij onder het
slavenjuk van de boze geesten blijft, zullen deze duivels
niet protesteren en kunnen wij bijna eindeloos met deze
lieden omgaan en in gesprek zijn. Mensen die door de satan
en zijn trawanten worden geďnspireerd, willen in hun
zonden blijven en zouden het liefst willen dat ook wij met
hen daarin meegaan.
Zelfs wanneer het over ‘het christen zijn’ gaat is er nog niet
veel aan de hand, daar de meeste christenen ondanks Jezus
verlossingswerk, toch belijden zondaar te blijven. De Enige
die niet door de onreine boze geesten onder de voet is
gelopen, is de Heilige God Zelf. Over Hem heeft de satan
en zijn engelen uiteraard geen enkele macht integendeel, de
satan siddert voor Jahweh. Zodra wij dus in het vooruit
gesteld krijgen door Christus ‘als Jahweh’ te worden,
reageert de vijand des te heftiger. Velen uit de beginjaren na
Pinksteren zijn uitsluitend hierom vervolgt en zijn erom
vermoord. (Hand.8:1) De Heer Jezus had reeds
geprofeteerd dat zoals de zondaars met Hem gedaan
hebben, ze ook met de rest van Gods Lichaam zullen doen.
(Joh.15:20-21)

‘Christen’ zijn is voor de boze geesten nauwelijks een
bedreiging, dit woord gaat ook aan de kern van het
Evangelie voorbij. Het woord ‘christen’ is een scheldnaam,
die eveneens in de beginjaren tijdens de vervolgingen door
ongelovige zondaars aan de leden van Christus werd
gegeven. Deze vervolgers en geweldenaars, die net als
Paulus zich geen voorstelling konden maken dat zij
Christus Zelf vervolgden, noemden de leden van hetzelfde
Lichaam niet ook Christus maar ‘christenen’,
sympathiserende aanhangers. Voor hen bestond Christus
niet meer, die was immers te Jeruzalem geëxecuteerd. De
massa der christenen vormen met elkaar het ‘christendom’
en dat vindt de duivel prima, zolang ze maar dom blijven en
niet aan God gelijk worden.
De Heer Jezus had reeds voorzegt dat zodra duidelijk was
geworden dat mensen goden kunnen worden, er zeer velen
zullen zijn die dit aanspreekt en zich er met geweld naar
uitstrekken. (Matt.11:12) Deze lieden lopen echter een
groot risico doordat zij wel ‘hogerop’ komen en meer dan
alleen maar mens van vlees en bloed zullen zijn, maar men
wil niet tot Christus behoren en niet zoals de Heer Jezus in
alles wat Hij deed voor 100% afhankelijk zijn van de
Heilige Geest van de Vader. Deze mensen zijn in feite
machtswellustelingen die net als de boze ook proberen als
God te worden maar zij klimmen daartoe binnen langs
illegale weg, niet via Jezus Christus en missen dus ook Zijn
bruiloftskleed. (Matt.22:11) Zij willen net als satan macht
en willen meer zijn dan hun naasten om zo over hen te
kunnen heersen. Dit in tegenstelling tot wat Jezus Christus
heeft laten zien, die zette Zijn leven in om God en de
zwakke mens te dienen. Wij die van Christus zijn kennen de
stem van onze Heiland en volgen ook hierin Zijn
voetsporen, wij blijven in Hem en daardoor nederig.
(Matt.11:29)

‘Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een
mosterdzaadje, dat iemand nam en in zijn akker zaaide. Het
is wel het kleinste van alle zaden, maar als het volgroeid is,
is het groter dan de tuingewassen en het wordt een boom,
zodat de vogelen des hemels in zijn takken kunnen
nestelen.’ (Matt.13:31b-32) Het is niet de bedoeling dat het
bij ons kleine menselijke geloof blijft, maar dat ons geloof
wordt ‘omgevormd’ in het geloof van God, vanaf het
moment dat wij Zijn Heilige Geest ontvangen. Doordat wij
bij het geestelijk opwassen door God worden geleid, krijgen
wij tevens beschikking over Zijn geloof. Toen wij nog op
het menselijke niveau bezig waren geloofden wij eveneens
op menselijk niveau. Nu wij door Christus tot Gods Partner
worden omgevormd, komen wij in het bezit van het geloof
dat God heeft en dat vele malen groter en sterker is dan dat
van een mens. Ons geloof begon bij het horen van de
woorden van Jezus Christus en was toen nog gering, te
vergelijken met een klein struikje of zelfs maar een zaadje.
Nu de voorzeggingen van de Heer Jezus in vervulling gaan,
dat Zijn Geest ons nu leidt in de volle waarheid, groeit
ditzelfde geloof in kracht uit tot een boom. (Joh.16:13)
Deze geloofskracht overstijgt dat van de natuurlijke mens,
omdat dit Gods geloof is en wij weten dat door dit grote
geloof voor God alle dingen mogelijk zijn. (Matt.19:26).
Wat klein begon als een struik is nu veranderd in een boom,
daarmee is de omvorming van de gelovige mens tot God
volledig geschied. Wie echter buiten Jezus Christus om God
wil worden, die komt het Koninkrijk der hemelen langs
illegale weg binnen. Deze mensen zijn wel verbonden met
een ‘hogere macht’ uit de hemel, maar dan die uit het rijk
der duisternis. Hierdoor is men dikwijls ‘para’ normaal
geworden en is men soms tot bijzondere dingen in staat.
(2Tess.2:9) Hun liefde tot God om Zijn Zoon Jezus Christus
te volgen, vervullen zij echter in het geheel niet waardoor
zij tenslotte door de dienende engelen van God zullen
worden uitgeworpen. (Matt.22:11-13)
Wie Christus volgt zal door Hem volkomen worden en de
liefde tot God de Vader zal almaar groter worden doordat de
schapen van de Goede Herder zich continu afhankelijk
weten van de Geest der Waarheid. Zij zijn in de ogen van
Jahweh Zijn liefdevolle kinderen die Hij het Koninkrijk
heeft beschikt. (Luc.12:32)
Het kenmerk van een waarachtig en liefdevol kind is dat het
graag afhankelijk wil zijn van zijn ouders, volkomen op hen
vertrouwt en al het goede dat zij te bieden hebben uit hun
hand wil ontvangen. Zij proberen nooit tegen de wil van
hun ouders om zelf iets te ondernemen, maar volgen ook als
zij ‘groot’ zijn de ouderlijke wil. Mede hierom sprak Jezus
over hen die Hem liefhebben en als een kind van Hem
afhankelijk willen zijn: ‘Laat de kinderen tot Mij komen en
verhindert ze niet; want voor zodanigen is het Koninkrijk
Gods.’ (Luc.18:16)
Zij zullen net als de Meester Zelf wanneer zij volkomen en
onberispelijk geworden zijn, alle macht en Kracht afstaan
aan de Vader en zich in nederige gehoorzaamheid voor de
Allerhoogste buigen. Amen. Wie van Christus zijn en Hem
liefhebben willen net als Hij, dat niet hun wil maar de wil
van de Vader zal geschieden, hierdoor blijven zij voor alle
eeuwigheden in het licht en het leven van de enige
Almachtige God. Twee van onze dochters zijn actief in het
onderwijs en de jongste van hen richt zich daarbij speciaal
op groep 1 en 2, de hele kleintjes dus. Dikwijls kwam zij
van een stage-adres thuis om vol blijdschap te vertellen hoe
geweldig het is om met deze kleine mensjes om te gaan en
ze in alle dingen te begeleiden en te helpen. Het talent dat
zij als kinderjuf heeft is vooral ontstaan vanuit haar liefde
voor kinderen, dit maakt het haar mogelijk om haar werk zo
goed te doen.
Zo ging het ook toen de Heer Jezus op aarde tussen de
mensenkinderen Zijn Evangelie verkondigde. In ons die in
Zijn ogen allemaal heel klein waren, ziet Hij in de Geest
reeds de volgroeide geestelijke mens voor Zich, aan God
gelijk. De Heer Jezus is de goede Herder, Hij kent ieder van
ons bij naam en Hij weet hoe kostbaar wij zijn. Dit is de
grondslag voor Zijn onmetelijke liefde jegens ons én voor
hen die nu nog onwetend in de wereld zijn, doch die Hij
ook aan Zijn kudde wil toevoegen om langs die weg met
God Zelf één te worden. (Joh.10:16)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *