Niemand is goed dan God alleen

‘Niemand is goed dan God alleen.’ (Marc.10:18) Daarmee
wilde Jezus aangeven dat Hij, omdat Hij één was met God
Zelf wél bij machte was om de zondemachten uit Gen.4:7 te
weerstaan en de boze te overwinnen. Zo heeft Hij de wereld
die het gehele werkterrein van de duivel omvat,
overwonnen. (Joh.16:33) Bij Jezus’ keuze om God te
dienen kon de boze niets vinden waarmee hij Hem tot
zonde kon brengen. (Joh.14:30) Nu wij gelovigen dankzij
Jezus een nieuwe wedergeboren schepping zijn geworden,
hebben wij ook behoefte aan een nieuwe naam: de oude
naam zondaar zijn wij immers kwijt! In dit nieuwe tijdperk
waarin God Zijn Geest kan uitstorten over al wat leeft,
kunnen wij als nieuwe scheppingen aan de slag met een
eveneens nieuwe naam: Christus. Bij een nieuw wezen
hoort een nieuwe naam. Een hemels paspoort met een
hemelse identiteit en een goddelijke naam erop! Wij dienen
ons van onze nieuwe naam bewust te worden en ons met
die naam ‘Christus’ te identificeren en er mee te werken.
Wij zijn geen christenen met lek en gebrek, maar wij zijn
Christus en Zijn Geest is in ons. Wij dienen de goede strijd
te strijden en dit geloof, dat wij door Gods Geest deel
hebben gekregen aan Christus, moeten wij behouden.
(2Tim.4:7) Is het niet wonderbaarlijk wat God allemaal kan
en wat HIJ allemaal voor elkaar krijgt, glorie en lof voor
Zijn heilige Naam! Samen met Zijn heilige engelen juichen
wij Hem toe en danken Hem, en zijn het volkomen met
Hem eens in alles wat Hij gedaan heeft en nog gaat doen!
Het Latijnse woord Christus komt van het Griekse woord
‘Christos’, dat gezalfde betekent. In het Hebreeuws komt
dit overeen met Masjiach, wat wij kennen als ‘Messias’.
Christus is eigenlijk een soortnaam of titel, die de door God
Zelf gezalfde mens draagt en weergeeft dat Hij Koning is.
Vanaf het ontstaan van het Nieuwe Testament wordt
‘Christus’ terecht gezien als de persoonsnaam die
onlosmakelijk verbonden is met Jezus van Nazaret, die dus
beter bekend is als Jezus Christus. In het Oude Testament,
die aanvankelijk in het Hebreeuws geschreven werd, wordt
reeds aangegeven wat de functie of het werk van de
Messias is. (Jes.42:1 en Jes.53) Dit is degene die van de
Almachtige komt en door Hem bekrachtigd is geworden om
de mensheid te herstellen en te redden van de gewisse
ondergang. Hij, Jezus de Zoon van God wordt om deze taak
te kunnen volvoeren met Kracht dat is met Heilige Geest
gezalfd, en met Zijn doop in water wordt het startpunt
aangegeven vanwaar Hij het herstelwerk in woord en daad
gaat beginnen. De taak van de Messias is dan ook het
brengen van heil, herstel en redding door zalving van God.
‘Uw heil komt’ (Jes.62:11), daarmee wil God zeggen:
Christus Jezus, uw Verlosser en Heelmeester komt tot u. We
zouden ook kunnen lezen: ‘Uw Christus komt.’
Het merendeel van de religieus Joodse elite ten tijde van
Jezus omwandeling, wilde dit niet erkennen en geloofde
niet dat de eenvoudige timmerman uit Nazaret deze
belangrijke en grootse taak voor God zou kunnen uitvoeren.
Zou dit immers wel het geval zijn, dan zou hun eigen
politieke en religieuze leventje ten einde zijn. De
allerhoogste waarheid die JaHWeH, toen de tijd rijp was te
zeggen had, zou slechts uit de mond van deze ‘jongeling’ te
horen zijn. En datgene wat God wil dat gedaan moest
worden, is dan ook uitsluitend op te maken uit de dingen
die deze Jezus zei en zelf deed. (Joh.5:36 en Matt.11:4-6)

Alle godsdienstige plichtplegingen en rituelen zoals de
Joodse schriftgeleerden het volk oplegden, waren dus in één
klap waardeloos geworden!
Weg met al die offers. Weg met de lange zinloze
gebedsriemen. Weg met de tempel. Weg met de geslachten
‘der vaderen’ (Matt.3:9). De schriftgeleerden en de
Farizeeën waren huichelaars want zij hadden behoefte aan
eer van mensen, zij waren hebberig en waren uit waren op
persoonlijk gewin en aten de ‘huizen der weduwen’ op. Wie
geen geld had om voor de vele offerdieren te betalen, werd
door deze lieden genegeerd en verwaarloosd. Daarentegen
deed Jezus Zijn werk om niet, enkel uit liefde voor God en
voor Zijn naasten. Hij bracht ook de armen en minder
bedeelden Zijn kostelijk Evangelie. (Luc.4:18) Via Jezus
kon het volk tot God naderen, ook al had men geen geld of
aanzien. Hij zei: ‘Gaat heen en leert, wat het betekent:
Barmhartigheid wil Ik en geen offerande’.
Het Joodse sanhedrin, de Farizeeën en Sadduceeën, zagen
door Jezus prediking en openbaring van Gods goedheid en
kracht, hun hele schijnheilige pseudo godsdienstige bestaan
ondermijnt. De Messias die door de enige God aan het
Joodse volk was voorzegd en nu daadwerkelijk was
gekomen, moest wat hen betrof koste wat koste gestopt
worden. ‘Kruisigt hem, kruisigt hem’ klonk het uiteindelijk
in de straten van Jeruzalem. Doordat zij Jezus niet kenden,
doordat zij liefdeloos waren en slechts hun eigen belang
zochten, verwierpen zij Hem. Zij wilden hem niet als
Messias erkennen en dat Hij dus hun waarachtige Koning
was. (Luc.19:14) De goddelijke naam die bij onze nieuwe
identiteit past en voor ons functioneel is komt uit de hemel,
hij komt bij de Vader vandaan uit het Koninkrijk van de
Zoon van Zijn liefde. (Kol.1:13) Deze nieuwe naam is
Christus, de heilige en geliefde knecht Gods waarover reeds
in het oude verbond gesproken werd. (Joh.14:12) De eerste
mens die als nieuwe goddelijke schepping deze nieuwe
naam ging gebruiken, was Zijn Zoon Jezus. Jezus is de
eerste mens uit de hemel, dit was in de geschiedenis van de
mensheid volkomen nieuw! (Joh.8:23) De eerste mens
Adam was immers van zijn hoge hemelse bestemming
afgeweken door zich in dienst te stellen van de duivel,
hiermee was hij omlaag gevallen. De oorspronkelijke
bestemming om bij God tot volmaaktheid op Zijn heilige
Berg te komen, was daarmee voor de mens als oude
schepping verkeken. Door de zonde te doen waren Adam en
zijn vrouw Eva van ‘beneden’ geworden. De duivel in
wiens dienst zij zich hadden gesteld, was door God
verstoten en mocht geen deel meer hebben aan de eeuwige
heerlijkheid van de Allerhoogste. Nu de eerste mensen deze
verworpen geest gingen dienen, zou ook hun niveau
nimmer boven dat van deze hun ‘heer’ uit kunnen komen.
Dit geldt tevens voor de gehele mensheid na hen, die in het
domein van de satan tot ongehoorzaamheid aan God
konden worden aangezet en overtredingen begingen.
Door als rechtvaardig mens aan de goede Vader te vragen,
zullen wij van Zijn Geest ontvagen waardoor deze hemelse
gave ons met Hem samenbrengt. (Joh. 14:23) Door te
geloven dat wij door Zijn Geest deel uitmaken van
Christus, zijn wij één geheel met Hem geworden.
(1Kor.6:17) Dit heilsfeit, waarbij de kracht en wijsheid van
God worden ingeschakeld en die vele malen groter blijken
te zijn dan die van de duistere vijanden, voltrekt zich alleen
dan wanneer wij die in geloof als ontvangen beschouwen.
(Marc.11:24) Deze nieuwe naam, deze nieuwe identiteit en
persoonlijkheid, kan nimmer meer van ons worden
weggenomen. Zelfs de dood als grootste vijand bleek niet
sterk genoeg of bij machte om Christus vast te houden, dus
in ellende gevangen te houden. (1Kor.15:55/2Tim.1:10) De
twee Hebreeuwse woorden Jeshua Masjiach, willen
zeggen: JHWH redt in Christus. Een tekst die bijzonder
mooi de taak van Jezus Christus verwoordt, is Lucas 4:18,19

‘De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd
heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft
Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen
en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden
in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des
Heren.’
‘Want in Hem, in Zijn lichaam, woont God volledig’
(Col.2:9)
Het geheim van Christus is God.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *