Nehemia

Nehemia
Van een soortgelijke volgorde van bouwen lezen wij ook in
Nehemia, als hij het oude Jeruzalem gaat herbouwen en de
omringende vernielde stadsmuur weer gaat herstellen.
Hoewel na 52 dagen de muur klaar is, lezen we dat er
gedurende deze bouwperiode nog geen woningen gereed
waren gekomen: ‘De stad nu was ruim en groot, maar het
inwonertal was gering, en er waren geen huizen gebouwd.’
(7:4) Op het volhardende gebed van Nehemia, waarin hij
belijdt tegen JHWH gezondigd te hebben door Zijn
geboden te overtreden en waarin hij zich tevens het verbond
herinnert dat God met Mozes heeft gesloten, geeft God hem
in het hart zich op te maken om de muren van Jeruzalem te
herbouwen. Dit is wat er met een mens gebeurt die ernstig
naar God zoekt en Hem wil dienen. De Heer Jezus Christus
zal deze persoon overtuigen van zonde en van
gerechtigheid en van oordeel, en Hij zal hem in het hart
geven zich op te maken om het Koninkrijk van God binnen
te gaan en zijn positie binnen de heilige Stad Gods in te
nemen.
Van de beginwerkzaamheden van Nehemia staat dat hij tot
de ontdekking was gekomen dat de muren der oude stad
waren afgebroken en dat zijn poorten door vuur waren
verteerd. (2:13) De in Israël aanwezige vijandige en
afgodendienende volken, hadden de Koningsstad in puin
gelegd en haar verdedigingsmuur omvergehaald en
vernietigd. Als de Heer Jezus met Zijn leven de toegang tot
het hemels heiligdom heeft geopend en Zijn apostelen later
ook op betrouwbare wijze Zijn Evangelie hebben
verkondigd, heeft Hij als hoeksteen een begin gemaakt met
de bouw van de muur van het hemelse Jeruzalem. Al vrij
snel na de apostolische tijd en in de vele eeuwen erna,
voltrekken zich binnen de ‘gevestigde kerk’ de vele
geestelijke aanslagen en wordt de geestelijke bouw dikwijls
getraineerd en soms zelfs gestagneerd. We denken daarbij
bijvoorbeeld aan de kerk ten tijde van de ‘donkere’
middeleeuwen, waarin het gewone volk de Bijbel werd
ontzegd, dopers van volwassen mensen werden verketterd,
en de kerkelijke leiding dikwijls geseculariseerd en corrupt
was. Onder een geestelijk regime dat zelf door boze geesten
geďnfiltreerd is geraakt, worden de leden niet opgebouwd
maar als bouwsel juist afgebroken en neergeworpen. De
leugenachtige leringen van boze geesten brengen de mens
die zij in haar macht heeft in de duisternis, in plaats van in
het volle licht.
Iedere demonische invloed heeft op de gelovigen een
uitwerking als vuur. De apostel schrijft van mensen die
hooguit nog kunnen belijden dat zij bij God en Jezus horen,
dat zij behouden blijven maar als door ‘vuur’ heen.
(1Kor.3:15) Voor de verdere opbouw van de hemelse sterke
en schitterende stadsmuur, liggen deze geestelijk
geblakerde mensen voorts nog onbenut. De vijanden van
Nehemia ergerden zich aan hem en bespotten hem met
opmerkingen als: ‘Wat doen die machteloze Joden? Zal
men hen laten begaan? Zullen zij offeren? Zullen zij
vandaag gereed komen? Zullen zij de stenen uit de
puinhopen, verbrand als ze zijn, weer tot leven wekken?’
Tot de bouw- en herstelwerkzaamheden van de Heer Jezus
en Zijn discipelen, behoort het verzamelen van bruikbare
bouwstenen voor de hemelse Stad Gods. Dit werk bestaat
uit het verkondigen van het Evangelie van vergeving en
verlossing door het bloed Jezus, maar ook uit het opnieuw
bruikbaar maken van hen die eertijds de Zoon van God in
hun leven hebben aangenomen, doch bij wie de ‘bouw’
ernstig werd vertraagd doordat hen verdere geestelijke groei
werd ontzegd. Deze kostbare bouwstenen, die vanwege het
vuur der demonen een onbruikbare indruk maken en
worden bespot, zijn voor Jezus zeer kostbaar en worden nu
door de Heilige Geest opnieuw gemobiliseerd en voor
verdere opbouw gebruikt.
Grappig om op te vermelden is dat er tussen de arbeiders
der oude muur ook vrouwen aan het werk waren. Binnen
veel religies en ook in het oude Joodse denken, neemt de
vrouw een achtergestelde positie in. Hoe anders is dit in de
ogen van de Jezus, voor wie zowel de mannen alsook de
vrouwen kostbaar zijn en evenveel waarde hebben. De
vrouw wordt door de Heer Jezus niet buitengesloten of
gediscrimineerd, maar wanneer de hemelse Stad eenmaal is
voltooid, heeft zij op gelijke wijze als de man deel aan de
opstanding. (Matt.22:30)
Het is typisch dat nadat Nehemia het volk aan het werk
heeft gezet, de tegenstanders zijn werk nauwlettend in de
gaten blijven houden. Voortdurend ondernemen zij
pogingen hem te ontmoedigen door de arbeid en de
arbeiders te bespotten met opmerkingen als: ‘Wat doen die
machteloze Joden? Zal men hen laten begaan? Zullen zij
offeren? Zullen zij vandaag gereed komen? Zullen zij de
stenen uit de puinhopen, verbrand als ze zijn, weer tot leven
wekken?’ ‘Al bouwen zij ook, als er maar een vos tegen
hun stenen muur opspringt, doet hij hem afbrokkelen.’ Met
andere woorden, je kunt je wel inzetten en je best doen, het
wordt toch niks. Kent u ze ook? Soms zelfs mensen die
regelmatig een kerk bezoeken. Als hen duidelijk wordt dat
je een discipel van Jezus bent en Hem volgt waarheen Hij
ook gaat, dat je Hem zelfs gelijkvormig zult worden, lachen
ze je uit en maken je bespottelijk. Ook de Meester zelf werd
om de Kracht Gods openlijk geloochend en miskend: ‘Nu
weten wij, dat Gij bezeten zijt. Abraham is gestorven en
ook de profeten, en Gij zegt: indien iemand mijn woord
bewaard heeft, zal hij de dood in eeuwigheid niet smaken.’
Zo werd later, ook omwille van het Woord Zijn apostel
Paulus op dezelfde wijze behandeld: ‘Gij spreekt wartaal,
Paulus, uw vele studie brengt u in de war.’ Dergelijke
opmerkingen kunnen ook wij verwachten, indien wij
belijden de verwachting te hebben volmaakt te worden,
doordat wij als leden van Christus daartoe met de Heilige
Geest toegerust werden. Kritiek, hoon en spot vliegen als
gevaarlijke pijlen op diegenen af die als mikpunt werden
gekozen. De reactie van Nehemia en de oproep die hij aan
het geplaagde volk doet is frappant. Hij gaat met hen in
gebed tot JHWH, en roept hen vervolgens op niet bang te
zijn: ‘Vreest toch niet voor hen; denkt aan de grote en
geduchte Here en strijdt voor uw broeders, uw zonen en uw
dochters, uw vrouwen en uw huizen.’
Als de kwaadsprekers zien dat hun uitspraken en
opmerkingen geen uitwerkingen hebben, omdat de bouw
der muur gestaag verder gaat, stellen zij hun strategie bij.
Zij zenden boodschappen naar Nehemia met het verzoek
zijn werk neer te leggen om met hen af te spreken. Door
hierop in te gaan en nog v..rdat de muur volledig was
gereedgekomen zich van de bouw af te wenden, zou
Nehemia letterlijk maar ook jegens zijn God met ‘lege
handen’ zijn komen te staan. (Neh.6:9) Onze vijanden, die
allen onder leiding van satan staan, vinden het prima als wij
tal van activiteiten ontplooien en ons met allerlei futiliteiten
bezighouden, behalve met de geestelijke zaken die ons
volmaakt zullen maken, want dan stuit men dikwijls op
afwijzing en haat. Terwijl onze Heer Jezus duidelijk heeft
gezegd: ‘Maar zoekt zijn Koninkrijk, en die dingen zullen u
bovendien geschonken worden.’ (Luc.12:31)
De verstandige bouwer van Gods huis laat zich echter niet
van de wijs brengen, maar gaat onversaagd met zijn werk
voort. Er staat zelfs nog van Nehemia dat hij en zijn
medebouwers nooit ‘uit de klederen’ kwamen. Wel een
aanwijzing voor ons hoe serieus de visionaire bouwer zijn
taken opneemt. Wat deze kleding deze arbeidsuitrusting
betreft, sluiten de instructies die Paulus geeft in uitgebreide
vorm aan voor .nze taak een geestelijk huis voor JHWH
God te bouwen. De uitrusting en ‘werkkleding’ die wij
volgens deze mededienstknecht van de Heer Jezus dienen te
gebruiken, betreft dan ook niet de schamele kledij zoals die
door de antieke arbeiders werd gebruikt bij hun bouw van
de uit natuurlijke materialen opgebouwde stadsmuur. Om te
beginnen heeft de Godsman het over het kleed der
gerechtigheid. Dit kleed wordt door ons als rechtvaardige
medewerkers Gods continu gedragen en onder geen enkele
voorwaarde afgelegd. Het vergaat ons in de hemelen zoals
het ooit de arbeiders van Nehemia verging, die ten tijde van
hun werk dag en nacht hun kleding aanhielden.
Ons kleed der gerechtigheid wordt in de hemelen gezien
door alle hemelbewoners, door Jezus Christus en de heilige
engelen, maar ook door wezens als satan en zijn
legerbende. Dit kleed dat een ieder van ons draagt, is
stralend wit vanwege het feit dat het werd gewassen in het
bloed van het Lam. Op deze exclusieve wijze werden wij
van alle onreinheid, ongerechtigheid en zondevlekken
verlost.
In het Koninkrijk van God schittert deze kleding zelfs zo
enorm, dat het er als een lichtgevende fonkeling uitziet. Op
de grote bruiloft zijn alle rechtvaardigen aanwezig, en
allemaal dragen zij zo’n outfit. Als dan echter iemand in
zonde en ongerechtigheid verschijnt, valt hij als duistere
plek direct op. (Matt.22:11) Volgens de Heer Jezus is
iedereen die zijn kleding heeft gewassen in Zijn bloed zalig,
want deze smetteloze kledij geeft toegang tot het heil en de
volkomenheid van de heilige Stad Gods. (Opb.22:14) In de
oudheid bestond er nog geen confectiekleding, waardoor
men het kleed dat men droeg met een stoffen band of gordel
moest ophouden. Om deze reden werden in het dagelijkse
actieve leven, kleed en gordel altijd tegelijk gedragen,
waardoor beide kledingsstukken samen een eenheid
vormden. De apostel benadrukt de grote fundamentele
waarde van het kleed der gerechtigheid nog eens extra, door
dit als een pantser voor te stellen. Ook onze Heer Jezus
draagt, net als wij in Zijn Koninkrijk, een dergelijk kleed.
Omgord en bijeengehouden door de waarheid, de Heilige
Geest, is het tegen elke leugen bestand en voor de vijanden
Gods onvernietigbaar.
Toen Nehemia de dreiging zag aankomen dat zijn vijanden
Gods volk wilden vermoorden, gaf hij de werklieden
opdracht om tijdens de werkzaamheden teven hun wapens
te dragen. Zo geschiedde het dus dat terwijl ze de
bouwstenen een plaats gaven, uit paraatheid de hand aan de
wapens hielden:
‘De lastdragers verrichtten hun arbeid zo, dat zij met de ene
hand het werk deden en met de andere hand de werpspies
vasthielden; de bouwers hadden ieder zijn zwaard aan de
heup gegord, terwijl zij aan het bouwen waren.’
(Neh.4:17,18) Ook Paulus roept als kundig bouwer van
Gods huis ons op, om tijdens de verkondiging van het
Evangelie van de vrede Gods, de wapenrusting die Hij
aanreikt aan te doen. Het zwaard dat aan de heup gedragen
wordt, is voor de gelovige het Woord van God, dat wordt
gedragen door de Heilige Geest en zo scherp is, dat
daarmee elke vijand overwonnen kan worden. Hij wil dat
terwijl onze vijanden hun kwade plannen beramen, wij de
helm des heils aannemen en die op ons hoofd plaatsen. Een
dergelijke helm beschermt ons brein tegen gedachten van
onheil, waarmee gepoogd wordt ons te verschrikken en
angstig te maken.
Het eerste wat onze Meester zegt als Hij de doodsbange
volgelingen aanspreekt is: ‘Houdt moed, Ik ben het, weest
niet bevreesd!’ (Matt.14:27) Om de wapenrusting Gods te
completeren, geeft de apostel het advies het schild des
geloofs ter hand te nemen. Dit geloofsschild is van zeer
grote en onmisbare waarde. Het geloof in de Kracht van
God, het geloof in Zijn tegenwoordigheid door de gave van
de Heilige Geest, en het geloof dat op .ns gebed JHWH
God Zelf al het onmogelijke mogelijk kan maken. ‘Onze
God zal voor ons strijden.’, waren ook de woorden van
Nehemia. Dit kostelijke geloof in Jezus Christus, maakt het
de gelovige volgeling mogelijk te handelen en de
wonderbare hertstelwerken te doen, die hij in opdracht van
zijn Meester mag doen. (Luc.10:8)
Ook de Heer Jezus deed van Zichzelf niets, maar deed alles
in gehoorzaamheid aan Zijn Vader. Van de Meester staat
geschreven dat Hij in de gestalte was van God, doch steeds
als Hij de goede gaven aan de mensen uitdeelde, had Hij
Zijn Vader daarvoor vooraf om de zegen gebeden. Zo lezen
wij dat toen onze Heer Jezus het grote wonder verrichtte en
de gestorven Lazarus uit de doden opwekte, Hij vooraf Zijn
Vader gebeden had om Zijn verzoek vanuit het Koninkrijk
der hemelen te realiseren. Uit de woorden ‘Vader, Ik dank
U, dat Gij Mij verhoord hebt.’, kunnen wij het onwrikbare
geloof van de Heer Jezus opmaken, dat bij alles wat Hij de
Vader vroeg, Hij de zekerheid had dat de Vader Hem het
goede altijd zou schenken. (Joh.11:41) Door Zijn immense
onstoffelijke Koninklijke rijkdom, kon onze Heer Jezus
door te geloven, in de hemelen reeds in ontvangst nemen,
hetgeen Hij in de stoffelijke wereld van node had.
(Marc.11:24) De Heer Jezus had reeds opgeroepen om ook
deze rijkdom te bemachtigen, door schatten in de hemel te
vergaren. (Matt.6:19-21)
Deze verkregen koninklijke rijkdom van de mens des
harten wordt ook ons gegeven, als wij door de gave van de
Heilige Geest deel van Christus worden. Wij zijn daarmee
net als Jezus een schone kostbare parel geworden, wiens
liefdevol vermogen groot genoeg is om op grond daarvan
de Vader te bidden de naaste en hulpbehoeftige herstel te
geven. Waarachtig, zelfs koning Salomo had met al zijn
bezittingen niet de rijkdom van één mens die van Christus
is.
Binnen het gemaakte bestek van de hemelse Stad Gods
staan de stadsmuren in een vierkant, want in het gemaakte
ontwerp staat dat behalve haar hoogte, ook haar lengte en
haar breedte gelijk waren. In de symboliek komt dit
kwadraat overeen met het heiligdom van de oude tempel.
Salomo immers, maakte het heilige der heiligen twintig el
lang en eveneens twintig el breed. (2Kron.3:8) Daar nu in
de heilige stadsmuur de Heilige woont Die ooit in het
heiligdom aanwezig was, kunnen we hieruit opmaken dat
de nieuwe hemelse stad in haar geheel heilig is. De
bouwstof waaruit de tempel- en stadsmuur is opgebouwd is
diamant; zeer kostbaar, met een schitterende fonkeling,
onvernietigbaar, onverplaatsbaar en eeuwig standvastig.
Deze kostelijk hemelse afscheiding is door de eeuwen van
het Nieuwe Testament heen tot stand gekomen, uit mensen
die door het Evangelie Gods wederom werden geboren, op
de woorden van Jezus ingingen en in geloof om de Heilige
Geest van JHWH baden. In de muur bevinden zich de
standvastige overwinnaars, die nu schouder aan schouder
hun door de Bouwheer gegeven posities innemen. Zij allen
worden gedragen door de apostelen, die als fundamenten en
eerste levende stenen het Evangelie van Jezus hoorden en in
praktijk brachten. Wat de apostelen van de Meester Zelf
hoorden en zagen, gaven zij in woord en geschrift op
betrouwbare wijze door en werd verspreid, zodat later op
hun leer met de talrijke kostbare gelovigen verder kon
worden gebouwd. Het is grappig dat de apostel die ons al
deze mededelingen doet, ook zelf één van de edel versierde
fundamenten der stad is.
Van de poorten die zich in de heilige Stadsmuur bevinden
kan niet worden geconstateerd, zoals eertijds Nehemia
deed, dat zij door het vuur zijn verbrand. De poorten
verkeren dankzij de heersende Koning Jezus niet in
rampspoed, maar zij bestaan ieder afzonderlijk uit zeer
kostbare schone parelen. En zoals Nehemia zangers
opstelde langs de muren van het Jeruzalem der
schaduwbedeling, zo staan nu de overwinnaars door de
Kracht Gods in de muren van het hemelse Jeruzalem, en zij
zingen het lied van Mozes en het lied van het Lam. Het lied
dat zij zingen is het nieuwe gezang der voltooide
overwinning, waarin zij in nieuwe tongen tezamen met de
heilige engelen de grootheid, de verhevenheid en de
almacht van JHWH God bezingen.
De twaalf paarlen poorten, die in aantal overeenkomen met
het getal der apostelen, staan voor de kostelijke toegang der
Stad, die de mensheid heeft gekregen door de Heer Jezus en
al het werk van Zijn eerste medewerkers. Door hun
uitgebreide arbeid om het Evangelie in de wereld te
verkondigen en er de vele generaties mee uit te nodigen,
werd vanuit iedere richting toegang verschaft tot het huis
van God. De woorden van Jezus werden door de
betrouwbare apostelen niet alleen in de praktijk toegepast,
maar zij schreven ze ook op en gaven ze door, waardoor
nog zeer veel andere mensen tegen het verterende vuur der
boze geesten bestand werden gemaakt. Hoe had de
mensheid van het kostelijk herstelplan dat Jezus ‘van
boven’ introduceerde op de hoogte moeten komen, indien
zij de brieven en de boeken der apostelen niet tot haar
beschikking had gehad? Dankzij de nauwkeurige
Evangeliën der apostelen en hun onderwijs, kunnen wij de
geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen begrijpen en
bracht hun werk en invloed ook ons binnen de poorten van
de hemelstad.
In een eerder hoofdstuk staat vermeld dat Jezus Christus de
mensen die aan Zijn heilig Lichaam werden toegevoegd, uit
‘elke stam en taal en volk’ persoonlijk heeft gekocht: ‘want
Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met uw
bloed, uit elke stam en taal en volk en natie; en Gij hebt hen
voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters,
en zij zullen als koningen heersen op de aarde.’
(Opb.5:9,10) Een troost voor alle onderdrukte volken en de
vele gediscrimineerde rassen der wereld, dat er ook uit hun
midden mensen zullen komen die zich door JHWH laten
gebruiken en deel uitmaken van het eeuwige bouwwerk
Gods.
Aan elke zijde heeft de muur der heiligen drie poorten: drie
naar het Oosten, drie naar het Noorden, drie naar het
Zuiden en drie naar het Westen, met op elk van deze
hemelpoorten een engel. Hun taak als poortwachters is
eveneens voltooid en zij loven en eren als
mededienstknechten voor de troon van JHWH God nu hun
Koning, dat Zijn wil is gerealiseerd en door Zijn Kracht
vele mensen volkomen zijn geworden.
De symboliek is duidelijk; de Stad Gods is gereed en haar
kostelijke licht schijnt nu in de wereld naar alle richtingen.
Haar schittering is al van verre zichtbaar en van over de
hele wereld komen mensen op haar licht af, ook nu nog is
het licht het leven der mensen. De volken der aarde
ontmoeten in haar de heiligen van Jezus, om net als in de
begindagen bij Christus herstel te vinden. (Hfd.22:2) De
Stad van JHWH, waarin de door Jezus geheiligde mensen
werden bijeengebracht en wiens tempelmuren uit deze
trouwe geloofsherauten werden opgebouwd, bezit in haar
volheid de heerlijkheid Gods. De vijand is definitief
uitgeschakeld, want de leden van Christus hebben satan en
de demonen overwonnen en zij zijn door hen gemaakt tot
een voetbank voor Gods voeten. (Hand.2:35) De tijden van
verademing zijn aangebroken en de volmaakt geworden
mensen die het Evangelie van Jezus in hun leven
praktiseerden, brengen nu gezamenlijk JHWH God en Zijn
verheven heerlijkheid opnieuw bij de mensen op aarde.
Door de heilige gemeente van Christus, gaat de profetie in
vervulling:
‘Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen
wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen
zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de
dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch
moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn
voorbijgegaan. En Hij, die op de troon gezeten is, zeide:
Zie, Ik maak alle dingen nieuw.’
(Jes.25:7,8 / Opb.21:3-5)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *