Het tweede gedeelte

Het tweede gedeelte
Dit gedeelte begint aan het eind van de eerste dag, op
vrijdag vanaf omstreeks het negende uur als Jezus sterft en
Zijn lichaam aflegt, wat overigens niet tot ontbinding
overgaat:
‘Ik stel mij de HERE bestendig voor ogen; omdat Hij aan
mijn rechterhand staat, wankel ik niet. Daarom verheugt
zich mijn hart en juicht mijn ziel, zelfs mijn vlees zal In
veiligheid wonen; want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan het
dodenrijk, noch laat Gij uw gunstgenoot de groeve zien. Gij
maakt mij het pad des levens bekend; overvloed van
vreugde is bij uw aangezicht, liefelijkheid is in uw
rechterhand, voor eeuwig.’ (Ps.16:8-11)
Terwijl Jezus lichamelijk sterft geeft Hij Zijn geest over aan
Zijn Vader en Deze verlost Zijn Zoon onmiddellijk van de
doodsmachten door Hem in Zijn Handen, dat is de Kracht
van de Heilige Geest, op te nemen en Zijn heerlijkheid
weder op Hem te leggen. (Matt.12:18) Voor de omstanders
is het nu voorbij. Het is afgelopen met Jezus, Hij is
gestorven. Nu is Hij dood. Terwijl Hij in feite, verborgen
voor de ogen van de ongeestelijke mensenmassa, juist uit
Zijn lijden is verlost en de heerlijkheid en het Koningschap
van de Allerhoogste opnieuw heeft ontvangen. Dit is het
moment waarop de apostel Petrus duidde toen hij schreef:
‘Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als
rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God
zou brengen: Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend
gemaakt naar de geest, in welke Hij ook heengegaan is en
gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis’
(1Petr.3:18,19) De ongeestelijke omstanders daarentegen
hebben er geen idee van dat Jezus met Zijn sterven, naar de
geest juist tot opstanding is gekomen. De menigte denkt nu
pas dat Hij dood is, Zijn ontzielde lichaam is voor iedereen
het bewijs.
Het is daarbij opmerkelijk en zeer heugelijk te lezen dat ten
tijde van Jezus’ sterven er direct vele lichamen van
ontslapen heiligen werden opgewekt. Dit betekent dat de
Vader deze reeds gestorven gelovigen opnieuw van een
lichaam kon voorzien doordat deze mensen, vanwege de
overwinning van Jezus Christus over de dood, ook uit de
gevangenschap van het dodenrijk werden bevrijd. Ditmaal
echter ontvingen zij van God een ander en beter lichaam
dan het oude lichaam dat zij ooit hadden.
Zij ontvingen van Hem een onsterfelijk lichaam zoals ook
Mozes en Elia die hebben, waarmee zij zich niet alleen in
de zichtbare wereld maar ook in de hemelen kunnen
bewegen. (Matt.27:52) De volgende zin van hetzelfde
hoofdstuk verklaart dit moment dan ook terecht als Jezus’
opstanding, terwijl Zijn lichaam evenwel nog aan het kruis
hangt!
Jozef van Arimetea neemt vervolgens Zijn lijk van het kruis
en legt het in een nieuw graf, dat hij uit een rots heeft laten
uithouwen. Ook Jezus’ volgelingen zien aanvankelijk niet
op Zijn geestelijke opstanding, maar denken nu Hij is
gestorven dat alles voorbij is. Zonder zich te herinneren wat
hun Meester hen van te voren over Zijn opstanding had
gezegd, waren zij na Zijn executie verslagen over Zijn
‘dood’ achtergebleven. (Marc.9:31en16:10,11) Terwijl men
de rouw over Hem bedrijft, gaat Jezus als machtige Koning
de hemelen door en predikt Zijn overwinning over de dood
aan de gestorvenen in het dodenrijk, de ‘gevangenis’.
Halleluja, eeuwige glorie voor Jahweh God! Vanaf vrijdag
omstreeks ‘het negende uur’ en de nacht van vrijdag op
zaterdag, de Joods rustdag, is Jezus lichamelijk in het graf,
maar naar de inwendige mens reeds levend gemaakt en
heeft Hij Zijn Koningschap reeds gepredikt in de hades.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *