Het levende water dat Koning Jezus geeft

Het levende water dat Koning Jezus geeft, maakt een mens
vrij van en door Zijn aanwezigheid onkwetsbaar voor de
zondemachten, waardoor hun destructieve invloed geheel
verdwijnt. (Marc.9:1) Bij een mens in wie de Levensbron
opwelt werkt het Koninkrijk van God en kan de Heilige
Geest alle duisternis verdrijven. De zondemachten hebben
grote vrees voor de Heilige Geest, Die als gave ofwel
levend water aan de gelovige persoon wordt gegeven. Zijn
leven, Zijn kracht en majesteit werken door in het
dagelijkse leven van dit gelukkige mens waardoor na (soms
veel) strijd te leveren hij of zij in kan gaan in het
Koninkrijk van de enige Hoogheilige God. (Luc.13:24)
Doordat de gelovige op zijn gebed de Heilige Geest van
Christus als zalving ontvangt, is hij in staat om onder Zijn
leiding tot de Vader te bidden met de taal van de Geest
ofwel ‘klanktaal’. Dit bidden in de Geest wordt ook wel het
bidden in ‘tongen’ genoemd, glossolalie. De Geest van God
geeft de gelovige bidder woorden te spreken die
rechtstreeks tot JaHWeH gericht zijn en die direct tot de
kern komen aangaande de behoeften van de bidder, zodat
de Vader hem of haar datgene kan schenken waar deze
mens in Christus om verlegen is.
Paulus was met deze kennis maar al te goed op de hoogte
en schreef ‘Want wie in een tong spreekt, spreekt niet tot
mensen, maar tot God, want niemand verstaat het; door de
Geest spreekt hij geheimenissen.’ en ’Wie in een tong
spreekt, sticht zichzelf,..’ (1Kor.14:2 en 4a)
Dus door te bidden met de taal die de Heilige Geest
goeddunkt en d.e (doorgaans onbegrijpelijke) woorden uit
te spreken, wordt God Zelf erbij gehaald. Voor Christus
hebben demonen grote vrees en zij zullen moeten wijken
indien de gelovige bidder in zo’n geval veel in ‘tongen’
bidt. Met het opruimen van de geestelijke vuilheid der boze
geesten komt de mens Gods verder in de vrijheid wat als
zeer helend en stichtend voor zijn karakter wordt ervaren.
Het lang en aanhoudend bidden in deze voor mensen niet
verstaanbare klanken, kan betekenen dat het uitspreken
meer op een soort zang gaat lijken dan op spreken.
(Hand.16:25 en Opb.14:3) In wat voor taal zouden wij God
bij ons bidden moeten aanspreken, verstaat HIJ de
Tsjechische man beter dan de Chinese vrouw? Nee, met alle
klanken tezamen die wij als mens voortbrengen kunnen wij
tot Hem bidden en Hij zal ons verstaan maar als de Geest
van Christus de leiding heeft dan vragen wij juist datgene
waar het op aan komt, de Geest weet immers altijd wat er in
een mens is en dus ook wat het meest nodig is. (1Kor.2:10)
De glossolalie is in de strijd tegen de boze geesten een sterk
wapen waarmede de gelovigen individueel hun vrijheid en
positie bevechten, doordat God aan hun zijde strijdt. Juist
vanwege de reinigende en bevrijdende werking van het
‘tongen’-gebed is het de demonen er om te doen deze
klanken in woord of zang belachelijk te maken, zodat men
ermee zal stoppen en er voortaan vanaf zal zien. Doch juist
door het gebed onder Gods leiding, kan Hij voor ons met
onze belagers afrekenen en het gebed verhoren. (Joh.14:13)
Dit is er tevens de oorzaak van dat de woorden van de
Meester juist in onze steeds verder demoniserende
samenleving, hun vervulling krijgen. Jezus sprak: ‘Wie
onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij
worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer
rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer
geheiligd.’(Opb.22:11) Alle mensen over de hele wereld
hebben deel aan een koninkrijk waarmee bedoeld wordt dat
iedereen, ook al beseft men het niet deel heeft aan en deel
uitmaakt van een onzienlijk rijk. .f een mens heeft deel aan
Gods Koninkrijk waar de goedwillende persoon uitsluitend
door genade en op uitnodiging van Jezus Christus binnen
kan gaan, .f een mens verwerpt Jezus Christus en heeft
daardoor deel aan het koninkrijk van de boze. Zolang een
mens nog niet tot bekering is gekomen en zich heeft laten
dopen opdat hij de Heilige Geest zal ontvangen, k.n hij het
Koninkrijk van God niet binnen zijn gegaan, wat impliceert
dat deze mens nog een zondaar is en dus een slaaf van het
rijk van satan. Er bestaat in deze geen enkele uitzondering,
men is .f op de hoge en smalle weg .f men is op de brede
weg waarop allerlei zonden, onreinheid en liefdeloosheid
mogelijk zijn. (Matt.7:13-23)
De brede weg is aangelegd door de duivel en voert net als
hijzelf door de wereld met zijn begeren, de hogere hemelse
sfeer van God kan deze weg onmogelijk benaderen omdat
zij duivels is. Over de oude wereld en die van onze tijd,
waar de talloze zondaren door demonen worden begeleid en
beziggehouden met vleselijke begeerten, onreinheid,
begeerten der ogen en een hovaardig bestaan, voert de
duivel nochtans het wederrechtelijke bewind.
De boze is als aanvoerder der zondemachten, de ‘overste
der lucht’ dus van de duisternis waarin de wereld na zovele
eeuwen nog steeds verkeert. Deze duisternis die de satan
bracht en die door de boze geesten wordt gesterkt en in
stand gehouden, vormt eveneens een koninkrijk maar dan
van wetteloosheid, liefdeloosheid, boosheid, onreinheid en
zonde. Het is dus vrij snel waar te nemen van welk rijk
iemand een onderdaan is, of hij is rechtvaardig, heilig en
rein en hoort bij het Koninkrijk van God .f hij is onrein en
doet de zonde uit ongehoorzaamheid en liefdeloosheid en
geeft aan deelgenoot te zijn van het rijk van satan.
In zijn brief aan de volgelingen van Jezus die in Korinthe
bijeen kwamen schrijft Paulus: ‘Dwaalt niet! Hoereerders,
afgodendienaars, overspelers, schandjongens,
knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards,
lasteraars of oplichters, zullen het Koninkrijk Gods niet
beërven.’ (1Kor.6:10) Wie dus dergelijke dingen doen
kunnen niet functioneren in het Koninkrijk van God en
onder het gezag van Christus Jezus staan omdat niemand
twee heren dienen kan, wat men ook voor argumentatie of
excuus aan wil dragen. (Matt.6:24)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *