Het koninklijke bruiloftsmaal

Het koninklijke bruiloftsmaal
‘En Jezus antwoordde en sprak wederom in gelijkenissen
tot hen en zeide:
Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een koning, die
voor zijn zoon een bruiloft aanrichtte. En hij zond zijn
slaven uit om de ter bruiloft genodigden te roepen, doch zij
wilden niet komen. Wederom zond hij andere slaven uit,
met de boodschap: Zegt de genodigden: Zie, ik heb mijn
maaltijd bereid, mijn ossen en gemeste beesten zijn geslacht
en alles is gereed; komt tot de bruiloft. Maar zij sloegen er
geen acht op en gingen heen, de een naar zijn akker, de
ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn slaven, en
zij mishandelden en doodden hen. En de koning werd
toornig, en hij zond zijn legers uit en verdelgde die
moordenaars en stak hun stad in brand.
Toen zeide hij tot zijn slaven: De bruiloft is wel gereed,
maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom
naar de kruispunten der wegen en nodigt allen, die gij
aantreft, tot de bruiloft. En die slaven gingen naar de wegen
en verzamelden allen, die zij aantroffen, zowel slechten als
goeden. En de bruiloftszaal werd vol met hen, die aanlagen.
Toen de koning binnentrad om hen, die aanlagen, te
overzien, zag hij daar iemand, die geen bruiloftskleed
aanhad. En hij zeide tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier
gekomen zonder bruiloftskleed? En hij verstomde. Toen
zeide de koning tot de bedienden: Bindt hem aan handen en
voeten en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal
het geween zijn en het tandengeknars. Want velen zijn
geroepen, maar weinigen uitverkoren.’ (Matt. 22:1t/m14)
De boodschap van Jezus luidde aanvankelijk dezelfde als
die van Johannes namelijk: ‘Bekeert u en gelooft het
Evangelie’, maar Jezus schenkt ook de Kracht Gods,
hetgeen Johannes niet kon doen. Zo sprak de Heer tot de
verlamde man die tot Hem werd gebracht: ‘Uw zonden zijn
u vergeven’, en vervolgens genas Hij hem. Maar ook tot de
zondares die in het huis van Simon de Farizeeër kwam
sprak Jezus deze woorden, en haar zonden werden haar
vergeven, al waren zij vele. (Luc.5:20, en Luc.7:48) Met de
vergeving van zonden bewerkt Jezus ons eeuwige heil, en
het is kostelijk deze kennis te verspreiden onder hen die dit
nog niet weten. (Luc.1:77)
Wie in Jezus’ nabijheid kwam, Zijn woorden van vergeving
der zonden hoorde en aanvaardde, die kon Hij ook genezen
door Zijn Woord. (Matt.8:16) Wie Hem als hoogste macht
van God om hulp vraagt, komt nimmer bedrogen uit. Jezus
is de grote Koning van God, en Hij is degene die Gods
woord spreekt. (Joh.12:50) De Joden, die door de eeuwen
heen het volk van God waren geweest en uit wie de Messias
geboren moest worden (Joh.4:22), werden door de
prediking van de Heer Jezus dus allemaal uitgenodigd, om
aan het feest van de Vader en Zijn Zoon deel te hebben. Al
hun overtredingen zouden zonder omzien vergeven worden,
indien zij Zijn Zoon zouden aannemen, doch zij wilden niet
naar Hem luisteren en zij wilden niet dat Hij koning over
hen zou zijn. (Luc.13:34 en 19:14)

Vervolgens gaf de Heer opdracht om dit kostelijke
Evangelie van genade op genade te verkondigen aan alle
andere volken, tot de uitersten der aarde, dus ook aan ons
zodat ook wij de boodschap van vergeving door het bloed
van Jezus en eeuwig leven ontvingen. (1Joh.1:7)
De bruiloftszaal stelt het Koninkrijk van God voor, waar
ieder mens binnen mag gaan indien hij of zij van Christus is
en gehoorzaam Zijn woorden bewaart en ze doet. Bij de
doop die Jezus instelde geeft de gelovige blijk aan Hem
gehoorzaam te zijn, waardoor de nieuwe gereinigde
schepping Gods tevoorschijn komt. De Heilige Geest Die
dit mens-Gods als onderpand ontvangt en waarmee hij
wordt toegerust, geeft Kracht het nieuwe geheiligde leven
in praktijk te brengen; hij is het Koninkrijk Gods
binnengegaan. Iedereen wordt door God uitgenodigd, de
‘goeden’ en de slechten.
Het is alsof een schatrijke Koning op het midden van een
groot plein staat en iedere voorbijganger roept om met Hem
Zijn koninkrijk te komen delen. Wie op Zijn aanbod ingaat
geeft maar al te graag zijn eigen ‘prullaria’ prijs en laat alles
los om tot deze goede Koning te gaan. De slechten onder de
voorbijgangers zijn ziende blind en denken dat hun ‘eigen’
waarde meer is dan deze Koning geven kan, ook willen zij
niet in Zijn Koninkrijk leven omdat Hij dan Koning over
hen zal zijn.
Als een vorst wil huwen met iemand die op dat moment
niet behoort tot zijn eigen stand, is dat zijn eigen zaak. Zo is
bijvoorbeeld onze kroonprins in het huwelijk getreden met
Maxima, een vrouw uit de gewone burgerij die kwam uit
een ver land over zee. Onze vorst zag in deze dame zijn
grote liefde met wie hij zijn koninklijke positie en
rijkdommen wilde delen. Dat de Vader voor ons mensen
kiest die arm van geest zijn en veel lager zijn dan HIJ is,
staat de Almachtige vrij. Het houdt voor ons echter in dat
als wij door Christus met Hem worden verbonden, wij ook
ten volle mogen delen in Zijn genade. Deze
blijheidboodschap dient door Zijn volgelingen verkondigd
te worden. Die zijn dan om zo te zeggen met deze kostbare
waarheid van het Evangelie Gods toegerust. (1Tess.5:8) Het
gaat er bij de prediking op gelijke wijze aan toe zoals dat
bij Jezus het geval was. Allereerst wordt aan de medemens,
hoe groot of veel zijn of haar zonden ook zijn, verteld dat
Jezus Zijn leven heeft gegeven om een ieder van ons van de
dood te redden. (1Joh.1:7) Daarmee wordt er een
ontsnappings- of verlossingsweg geboden uit het oude
zondige bestaan, dat ieder mens door zijn begane zonden
tot stand heeft gebracht.
Dit is de verkondiging aangaande de Heer Jezus; Hij is
Christus en wie tot erkentenis komt vergeeft Hij en kan Hij
genezen en vrijmaken. Hij heeft als Enige de macht dit te
doen. (Matt.28:18) Jezus is de waarheid en het leven.
(Joh.14:6) Indien u of ik ontkennen dat wij zonden hebben
gedaan en Jezus niet nodig hebben om de overtredingen te
vergeven, kan de Heer Jezus niets voor ons doen. (Joh.9:41)
D.t wij mensen door te zondigen zondaars werden, was
voor ons als persoon en individu dodelijk. De machten der
zonde brachten onze inwendige mens in de duisternis,
waardoor wij niet bij God konden komen en in angst en
ellende vastzaten. Het contact met de boze geesten,
waarvan wij aanvankelijk wellicht niet eens wisten dat zij
bestonden, maakte van ons zondeslaven die allemaal (zowel
de groten als de kleinen der aarde) de dood moesten
ondergaan. Ver van God, ver van Zijn licht en leven,
hadden wij van onszelf geen mogelijkheid om deze
geestelijke terroristen te verslaan. Om dat te kunnen,
hebben wij Gods hulp nodig. In ons mensen waren geen
‘goederen of middelen’ aanwezig om demonen aan te
kunnen. Uit zichzelf heeft de met zonde beladen mens geen
gerechtigheid of ‘goed’ meer dat hem in staat stelt om het
eeuwige leven voort te brengen. (Rom.7:18) De kans op
waarachtig leven zoals onze hemelse Vader dat voor ogen
stond, was daarmee definitief verkeken. God kan immers
niet met de zondemachten die in een onreine man of vrouw
huizen verkeren of er gemeenschap aan hebben, want Hij is
heilig. (1Kor.10:21)
De angst die de boze geesten voor de Heilige God hebben
brengen zij over op hun slachtoffers, de mens die de zonde
doet. De enige redding en uitweg die een zondaar waarlijk
rest, is de schulddelging die Jezus ‘om niet’ geeft.
(Matt.11:28) Hij vergeeft eenvoudig weg en laat zo de
talloze gevangenen vrij. Wat een heerlijke boodschap is het
om tot een mens te kunnen zeggen: ‘Dankzij Jezus zijn al
uw overtredingen vergeven.’ Met de vergeving staat de
nieuwe of ‘vernieuwde’ mens volkomen onschuldig voor
zijn Schepper. Hiermee staat hij of zij tevens aan het begin
van de ‘hoge’ weg die hij mag gaan door het Koninkrijk
van God en waarbij hij door de doop met de Heilige Geest
in staat is. De Heilige Geest die Jezus geeft is de Sterke
hulp die de gelovige ontvangt en die hem leidt tijdens zijn
dagelijkse leven om Gods liefde te praktiseren en Jezus te
eren. (Joh. 12:26) De ‘hoge’ weg is de weg die Jezus gaat
door Zijn hemels Koninkrijk en waarop wij Hem moeten
volgen. Dit Koninkrijk is van boven en hier bedenkt men de
dingen die ‘boven’ zijn, dus geleidt door de liefde en de wil
van God de Vader. God kan alleen met de rechtvaardigen
omgaan. De heilige God en Vader van Jezus wordt de God
der gerechtigheid genoemd en Hij heeft de gerechtigheid en
de rechtvaardige lief. (Ps.11:7) De glorie en
allesoverheersende heerlijkheid van onze goede God en
Vader bestaat hierin, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon Jezus
Christus heeft gegeven om ons van onze zonden af te
helpen. (Hebr.9:26) En d.t is nu precies wat Jezus heeft
gedaan en waarvan wij in Zijn naam nog steeds vertellen;
dat voor alle menselijke ongerechtigheid en schanddaden
door Jezus is betaald, en u en ik nu tot God kunnen gaan.
(Joh.3:16)
Door middel van Zijn Zoon Jezus komt God tot Zijn
schepping om een ieder die in Jezus gelooft Zijn Zoon te
zijn, de zondeschuld te vergeven. Wij waren niet bij machte
tot God te naderen, maar Hij kwam om .ns te zoeken en
naderde tot ons. Wie van ons maar aanneemt dat Jezus ons
onze zonden heeft vergeven, die is vanaf die geloofsdaad
een volkomen rechtvaardige geworden en getuigt daarvan.
(Rom.5:1) En die persoonlijke rechtvaardiging stelt een
ieder van ons in staat om met God verbonden te worden,
want de heilige God zoekt rechtvaardigen en Zijn ogen
speuren ernaar hen te vinden die Zijn wil doen.
(2Kron.16:9)
De rechtvaardige is een mens die in de bevoorrechte positie
verkeert om de Geest van Christus te mogen en te kunnen
ontvangen. (Joh.1:12) De rechtvaardige kan door de doop
met de Heilige Geest, voor altoos met Christus verbonden
worden en z. het eeuwig leven Gods bemachtigen.
(Gal.3:27) Dus wie hongert en dorst naar gerechtigheid, wie
vermoeid en belast is die moet zich tot Jezus wenden en Hij
zal hem vrijmaken en rust geven. (Matt.11:28) Het geheim
van het Evangelie van God is dat de woorden die het
Evangelie bekendmaken, de zoekende hoorder raken en
hem of haar tot leven wekt. Door de prediking van het
Evangelie komt God Zelf in de buurt van de mens die dit
Woord hoort. De woorden van het Evangelie zijn dus
levendmakende woorden of ‘woorden van eeuwig leven’.
(Joh.6:68) De woorden die waarheid zijn, want al wat uit
God komt is waar, dragen het Leven over op degenen die
Hem zoeken en uit de dood van hun oude bestaan willen
opstaan. (Ef.5:14) Zodoende doet God zijn woorden
gestalte dat deze niet leeg tot Hem terugkeren maar datgene
doen waartoe Hij ze zond. (Jes.55:11)

‘Wanneer Hij komt zal Hij ons alles vertellen’. (Joh.4:25)
‘Hij’ is de Messias, in het Grieks: Christus. De puttende
Samaritaanse vrouw wist van de profetie van de Messias en
dat Hij het was die de nog verborgen waarheid over de
Vader aan het licht zou brengen. De Messias, de Zoon van
God zou als enige bij machte zijn de aard en de wil van de
Vader te verklaren en vertellen wat nodig is om tot de Vader
te kunnen gaan. Jezus zei: ‘Bekeert u, want het Koninkrijk
der hemelen is nabijgekomen.’ (Matt.3:2) en ‘Voorwaar,
voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water
en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.’
(Joh.3:5) Hij zegt als het ware Ik vergeef u uw zonden,
geloof dat! Vervolgens laat u zich op grond van dit geloof
als getuigenis dopen in water: de wedergeboorte uit water
en Geest. Deze grote genade, deze gratie voor alle mensen
was nog nooit gepredikt en kan buiten Jezus om ook
nimmer meer gepredikt worden. Dat is nu precies het
Evangelie. Het zijn woorden die je omvormen en maken tot
een deel van Christus en in Hem bent u tot God genaderd
en mét Hem verenigd tot één geheel.
Terwijl u leest en gelooft dat Christus Jezus de Zoon van
God is en Hij uw zondeschuld heeft weggedaan, bent u
rechtvaardig. En omdat u nu door Jezus rechtvaardig bent,
mag u om Gods hulp vragen en Zijn Geest ontvangen.
Wanneer deze waarheid aan anderen wordt doorvertelt,
komt God ook tot hen. Jezus Christus heeft macht om op
aarde zonden te vergeven, en dat is wat wij dankzij Zijn
Naam ook doen. (Joh.20:23)
Iedereen die zijn toevlucht tot Jezus neemt en Hem als
Leider en Koning in zijn leven wil, diens zonden zijn voor
eeuwig vergeven. Zodoende vormt Jezus zondaars om tot
volmaakt rechtvaardige en geestelijke mensen, die bij de
voleinding plaats kunnen nemen op de troon van de Vader
en Hem. Van helemaal niets, verloren, tot nieuwe schepping
en van nieuwe schepping tot volkomenheid en volheid van
de Heilige Geest.

In deze kennis zit het heil, dat wil zeggen de waarheid die
zijn uitwerking heeft in het herstel van ons totale bestaan.
Onze ziel en geest ontvangen door de zondevergeving het
nieuwe leven van God, door geloof te hechten aan de
waarheid dat Jezus de Messias is en ons door Zijn eigen
bloed heeft gered van de dood. Dit is waarlijk kennis van
heil, waar Lucas over schrijft in hoofdstuk 1 vers 77.
‘Omdat de Zoon des mensen macht heeft om op aarde
zonden te vergeven’ (Mat.9:6) en ‘Wie gij hun zonden
kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden’, zijn door
Christus in elkaars verlengde gebracht. De woorden Gods
worden zo, onder gezag van de Heilige Geest, overgedragen
van de mens die van Christus is, op de ander die nog in de
‘schaduw des doods’ verblijft. De Meester sprak: ‘gij zult
de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken’. Dit
geeft alle reden tot vreugde, want het is immers fijn om in
de ogen van God rechtvaardig en goed te zijn. (Joh.8:32)
Hoera! Op dit moment is er zelfs vreugde in de hemelen bij
de engelen Gods, omdat ook u gelooft en bent gered door
het bloed van Jezus. Er is van de kant van de goede God
jegens ons zelfs sprake van genade op genade. Nu u
aanvaardt dat u rechtvaardig bent omdat Jezus uw Heer is
en voor u Zijn leven heeft gegeven, mag u vrijmoedig tot de
Vader bidden dat Hij u Zijn Heilige Geest geven zal. Dit is
dan opnieuw een gave, die Hij zonder enige tegenprestatie
aan u wil schenken. (Joh.4:10) De eerste gave van de Vader
aan u en mij was immers Zijn Zoon, die Hij als losprijs gaf.
De Heilige Geest zult u ontvangen nadat u blijk van uw
geloof in Gods goedheid heeft gegeven, door u in water te
laten onderdompelen. Jezus zegt dan ook in ‘Wie gelooft en
zich laat dopen, zal behouden worden’ (Marc.16:16a)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *