Het geheim van het Koninkrijk Gods

Het geheim van het Koninkrijk Gods
Om een goed beeld te krijgen van de werking van het
Koninkrijk van God, eerst een verduidelijking van wat met
het Koninkrijk van God wordt bedoeld. Het Koninkrijk van
God is daar waar Gods gezag wordt nageleefd en Zijn wil
wordt uitgevoerd, dus waar Hij als hoogste Macht en
Koning wordt erkend en gewaardeerd. Soms hoor je wel
eens iemand zeggen ‘God is overal’, maar aan die gedachte
kan onmogelijk worden vastgehouden, denk maar eens aan
plaatsen waar zondaars de leiding hebben zoals in
concentratiekampen waar mensen worden gemarteld, aan
de vele bordelen of aan afgodentempels waar demonen
worden aangebeden. Op dergelijke plaatsen is de heilige
God en Vader van Jezus Christus niet aanwezig, men kan er
Zijn aanwezigheid immers niet verdragen maar vlucht door
Zijn verschijning verder van Hem weg, verder de duisternis
in.
God is alleen in het Paradijs tegenwoordig, d..r kan een
mens Hem ontmoeten en leven van Zijn leven ontvangen,
elders is dat onmogelijk te vinden. Toen Adam en zijn
vrouw Eva het Paradijs Gods moesten verlaten, verliet God
Zelf niet ook Zijn Koninkrijk. Het mensenpaar vertrok uit
de nabijheid van JaHWeH en verliet het Paradijs om
daarbuiten zonder Zijn bescherming pijn en moeite te
ondergaan, zonder zicht op Zijn redding. (Gen.3:24) In Zijn
Koninkrijk zijn enkel wezens toegelaten die zich door hun
liefde aan Hem hechten en Hem danken en loven voor alles
wat Hij doet en gedaan heeft om Zijn gemaakt bestek van
plannen en voornemens uit te voeren.
De mensen onder hen – de heilige engelen zijn daar immers
ook aanwezig – die God Almachtig om al Zijn woorden en
daden loven en het met Hem eens zijn, zijn Joden. Dit
impliceert dan tevens dat niet het collectieve volk in het
Midden-Oosten dat in de staat Israël woont Joden zijn,
maar slecht diegenen van hen die Christus Jezus als Koning
hebben aangenomen. Zoals u weet, geloven de meeste van
dit oude bondsvolk niet dat Jezus de Messias is die uit God
geboren werd en als mens in de wereld is gekomen. Naar
Hem, deze Uitverkoren en lijfelijke Zoon van God moest
dit oude volk zich richten en Zijn woorden moesten zij
aannemen en bewaren. Slecht door Jezus was het ook voor
hen mogelijk weder in het Paradijs Gods terug te komen,
zoals hun verre voorvader Adam ooit daarbinnen
functioneerde. Alleen en uitsluitend via Jezus Christus is
het voor een mens, dus ook voor Israëli mogelijk om het
Koninkrijk van God te betreden want daar existeert het
Paradijs: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik
vreugde. Luister naar hem!’ (Mat.17:5)
Joden zijn mensen die het eens zijn met wat de Vader
onderneemt en Hem daarvoor dankbaarheid en eer
bewijzen, dit begint door Zijn geliefde Zoon Jezus te
aanvaarden en naar Hem te horen. Om die reden kon de
apostel schrijven ‘Ieder die de Zoon niet erkent, heeft ook
de Vader niet. Wie de Zoon erkent, heeft ook de Vader.’
(1Joh.2:23) Voor Joden is het Koninkrijk van de Vader
toegankelijk. Johannes de Doper werd geboren om van de
Messias te getuigen en voor Hem de weg te bereiden.
(Mar.1:2) Johannes predikte dat het Koninkrijk der hemelen
nabij was, en dat men zich van zijn zonden moest bekeren
om aan dit hemels Koninkrijk deel te kunnen krijgen. Met
zijn oproep probeerde Johannes de toehoorders uit zijn volk
in een innerlijke staat te brengen, zodanig dat zij geschikt
werden om het Koninkrijk van God binnen te kunnen gaan.
Daar moest men dan vervolgens getuigenis van geven door
zich door hem te laten dopen in de Jordaan. Johannes bracht
met zijn woorden de gelovigen tot aan de deur die toegang
tot het Paradijs gaf. Zelf kon hij de mensen het Koninkrijk
van God niet binnenlaten maar hij verzamelde ze voor Hem
‘die groter was’ dan hijzelf, voor de grote Koning van dit
hemelrijk: Jezus Christus. Johannes verkondigde: ‘Kom tot
inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’
(Mat.3:2) Voor wie het Koninkrijk van God is
binnengegaan gelden de woorden van Jezus dat deze mens
blij en tevreden mag zijn met hetgeen de hemelse Vader
hem dagelijks zal geven. Dat dit ook tevens voldoende zal
zijn, zoals dat ook het geval is bij de dieren die zich
helemaal geen zorgen maken hoe ze in hun
levensonderhoud zullen voorzien, daarin voorziet het geloof
in God. ‘En gij, zoekt niet wat gij eten of drinken zult en
weest niet verontrust, want naar al deze dingen gaat het
zoeken van de volken der wereld uit. Doch uw Vader weet,
dat gij deze dingen behoeft. Maar zoekt zijn Koninkrijk, en
die dingen zullen u bovendien geschonken worden. Wees
niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader
behaagd u het Koninkrijk te geven.’ (Luc.29t/m32)
In Jezus is het Koninkrijk Gods in de directe aanwezigheid
gekomen. Dat wil zeggen in het vlees van de ‘Zoon des
mensen’ gekomen, leefde God z. tussen de andere mensen.
(Joh.1:14) Door de zalving met de Heilige Geest gaan de
krachten van het Koninkrijk Gods werken, dus wordt de
boze weerstaan en demonen buiten het karakter van de
zondaar geworpen. Ook geneest de Kracht Gods – de gave
Gods – de ziektes bij gelovigen, bij ongelovigen uiteraard
niet want zij zijn door hun ongeloof voor God
ontoegankelijk. De rechtvaardige gelovige krijgt door deze
genade dus alles waarom hij had gebeden, dit is hem ook
genoeg. (2Kor.12:9) De ongelovige mens kan van God niets
ontvangen omdat hij ook de Heilige Geest (de gave Gods)
niet verlangt. De door het geloof in Jezus rechtvaardige
mens kan op de steun van God rekenen, zoals .lle in Hem
gelovigen van .lle tijden op Gods hulp konden rekenen.
(Rom.4:3,5) Zo worden dan de woorden van de Heer Jezus
vervult dat wie heeft, hem zal gegeven worden. Maar wie
(de Heilige Geest) niet heeft, ook wat hij heeft zal hem
(door de demonen) afgenomen worden. (Joh.10:10) ‘Want
wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar
wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden
ontnomen.’ (Matt.25:29)
‘Jezus antwoordde en zeide tot haar: Indien gij wist van de
gave Gods en wie het is, die tot u zegt: Geef Mij te drinken,
gij zoudt het Hem gevraagd hebben en Hij zou u levend
water hebben gegeven. Zij zeide tot Hem: Here, Gij hebt
geen emmer en de put is diep; hoe komt Gij dan aan het
levende water? Zijt Gij soms meer dan onze vader Jakob,
die ons de put gegeven en zelf eruit gedronken heeft met
zijn zonen en zijn kudden? Jezus antwoordde en zeide tot
haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal weder dorst
krijgen; maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik
hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar
het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een
fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven. De
vrouw zeide tot Hem: Here, geef mij dit water,..’
(Joh.4:10t/m15a)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *