Het geheim van het Evangelie

Het geheim van het Evangelie
Stelt u zich de antieke wereld eens voor. Een wereld waarin
er nog geen treinen, auto’s, vliegtuigen of andere snelle
transportmiddelen bestonden. Ook was er nog geen enkel
modern communicatiemiddel. Er waren geen T.V’s., geen
telefoons, geen email of computers, er was niet eens
elektriciteit. Bovendien speelde het onderstaande zich
allemaal af in een gebied, niet veel groter dan ongeveer
onze provincie Gelderland:
Hij werd geboren in een eenvoudig gezin en woonde in een
afgelegen dorpje. Hij volgde geen universitaire studie, had
geen carričre of kantoor. Hij maakte niet één enkele keer
reclame om de aandacht op Zich te vestigen. De enige
aanbevelingen die Hij had waren Zijn woorden en Zijn
werk. Hij deed niets van wat men doorgaans van de groten
der aarde verwacht. Hij was geen crimineel of misdadiger,
maar deed enkel goed. Hij genas zieke mensen, predikte het
Koninkrijk der hemelen en deelde de genade Gods en het
eeuwige leven uit. Ondanks dat werd Hij toch veroordeeld
en terechtgesteld, en nadat Hij was gestorven werd Zijn
lichaam gelegd in een geleend graf. Het is daarom des te
opmerkelijker dat alle legers die ooit zijn opgetrokken, plus
alle vloten die ooit zijn uitgevaren, plus alle parlementen
die ooit in zitting bijeen zijn gekomen, plus alle koningen
die ooit hebben geregeerd, met elkaar niet zoveel invloed
hebben gehad op het leven van de mensen op aarde, als dat
nederige leven van die ene mens Jezus…
Hoe kan dat? Hoe kan één mens zoveel invloed op de
gehele mensheid hebben?
Jezus Christus de geliefde Zoon van God werd geboren in
Betlehem, een plaatsje in de toenmalige Romeinse
provincie Judea. (Luc.2:11) Als Jezus nog maar een baby is,
wordt Hij ernstig met de dood bedreigd door de toenmalige
corrupte koning Herodes. Om die reden verlaten Zijn
ouders ijlings Betlehem en vluchten naar het buitenland,
naar Egypte. Nadat Herodes is gestorven, keert Jozef op
aanwijzing van een engel van God terug naar het land Israël
om zich met vrouw en kind in Judea te vestigen. Omdat
Archelaüs, de zoon van de slechte en gewelddadige koning
Herodes nu aan het bewind is, vertrouwt Jozef de situatie
niet en gaat wederom naar het veel noordelijker gebied van
Galilea, toen nog grenzend aan Syrië. In Galilea
aangekomen gaat Jozef met zijn gezin opnieuw wonen in de
stad Nazaret, waar hij en zijn vrouw Maria ook woonden
voordat Jezus werd geboren. (Luc.1:26)
In deze stad brengt Jezus Zijn jeugd door en blijft er wonen
totdat Hij volwassen is en zoals geprofeteerd zal de naam
van deze plaats tijdens Zijn bediening met Hem verbonden
blijven. De mensen uit de vele dorpen en steden van Israël
maar ook die uit de onbekende en afgelegen gebieden tot in
Syrië toe, horen al snel over Zijn wonderen en genezingen
en Jezus wordt bekend als ‘Jezus de Nazoreeër’. Ook bij
Zijn vijanden het duivelse leger der demonen, die vanaf het
begin van Zijn bediening met Koning Jezus te maken
krijgen, wordt Hij berucht onder deze naam. Zo is er een
mens in de synagoge te Kafarnaüm die een boze geest heeft
en daardoor dus onrein is voor God die heilig is. Deze
demon geeft onmiddellijk aan dat hij Jezus kent en van Zijn
afkomst en autoriteit op de hoogte is. De onreine man
schreeuwde luid, zeggende: ‘Wat hebt Gij met ons te
maken, Jezus van Nazaret? Zijt Gij gekomen om ons te
verdelgen? Ik weet wel, wie Gij zijt: de heilige Gods.’
(Mar.1:24)
Als de hoofdman van de Italiaanse afdeling Cornelius, zijn
familie en beste vrienden bij hem thuis in Caesarea heeft
uitgenodigd, ontvangt hij ook de apostel Petrus in zijn huis.
Deze verklaart hem wie Jezus is en dat hijzelf ook een
getuige van de Heer Jezus is, van al wat Hij heeft gedaan.
‘Gij weet van de dingen, die geschied zijn door het gehele
Joodse land, te beginnen in Galilea, na de doop, die
Johannes verkondigde, van Jezus van Nazaret, hoe God
Hem met de heilige Geest en met kracht heeft gezalfd. Hij
is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de
duivel overweldigd waren; want God was met Hem.’
(Hand.10:37/38)
Zo ook de blinde bedelaar Bartimeüs. Als hij hoort dat
onder de grote aantallen passerende mensen Jezus van
Nazaret aanwezig is, roept hij luid aan Jezus om medelijden
met hem te hebben. Als de Meester hem hoort gebeurt het
volgende: ‘En Jezus stond stil en zeide: Roept hem. En zij
riepen de blinde en zeiden tot hem: Houd moed, sta op, Hij
roept u. Toen wierp hij zijn mantel af, sprong op en ging
naar Jezus. En Jezus antwoordde en zeide tot hem: ‘Wat
wilt gij, dat Ik u doen zal?’ De blinde zeide tot Hem:
Rabboeni, dat ik ziende worde! En Jezus zeide tot hem: ‘Ga
heen, uw geloof heeft u behouden.’ En terstond werd hij
ziende en volgde Hem op de weg. (Mar.10:49,52) De
redding van Bartimeüs was mogelijk omdat hij geloofde dat
Jezus de Zoon van God was, volkomen, goed en heilig.
Bartimeüs was een gehandicapte, maar ondanks zijn
lichamelijke handicap had hij een scherp geestelijk inzicht
en hij geloofde wat hij met zijn geestesoog zag, namelijk
dat deze Jezus van Nazaret de Christus was, die in deze
streek rondging terwijl Zijn Vader Hem met kracht en
macht had gezalfd.
V..rdat echter de bediening van de Heer Jezus aanvangt en
nadat Hij vele jaren in Nazareth heeft gewoond, gaat Hij
eerst nog iets noodzakelijks doen. Jezus vindt dit zelfs zo
belangrijk, dat Hij daarvoor een voettocht van vele
tientallen kilometers gaat ondernemen. Jezus vertrekt van
Nazaret in de richting van de woestijn van Judea om daar
bij de rivier de Jordaan Johannes de Doper te ontmoeten,
een man met wie ‘de hand des Heren’ was. (Luc.1:66) Deze
Johannes was de zoon van een priester genaamd Zacharias,
wiens vrouw Elisabet heette die stamde uit de dochters van
A.ron. Deze ouders van Johannes waren beiden
rechtvaardig en leefden onberispelijk naar alle geboden en
eisen van God. (1:6) Tussen de mensenmenigte
aangekomen bij Johannes, die het volk opriep zich te
bekeren om vergeving van zonden te kunnen ontvangen,
ziet Jezus hoe Johannes bezig is om in de rivier de Jordaan
de vele honderden mensen ieder afzonderlijk in het water
onder te dompelen. Ook Jezus wil door Johannes in het
water van de rivier door onderdompeling gedoopt worden
en ‘alle gerechtigheid te vervullen’. Om uit te beelden dat
Hij, hoewel Zelf rechtvaardig doch om de zonden van
anderen, bereid is Zijn leven af te leggen in de dood en daar
helemaal in onder te gaan, indien dit de wil van Zijn Vader
is. Deze lijdensweg, deze ‘beker’ is voor Hem zeer
gruwelijk te drinken maar de Heer Jezus leegt hem
desondanks. (Matt.26:39) Zo moeten ook wij bereid zijn
ons oude en zondige leven los te laten en prijs te geven in
de dood, waaruit slechts de Heer Jezus bij machte is ons te
redden. Deze redding die Jezus volbrengt, daarvan dienen
wij getuigenis af te leggen in het waterbad, dat de
doodstoestand en Christus’ opstanding daaruit verbeeldt of
uitdrukt. (2Kor.5:15, 2Tim.2:11) Als onze ogen worden
geopend en wij ons realiseren dat wij door de zonde ten
dode zijn opgeschreven, geven wij ons gehele bestaan prijs
en zoeken in deze uitzichtloze situatie onze toevlucht tot de
Heer Jezus. Wij beelden met de waterdoop deze toestand
uit, omdat wij ons daarbij geheel onder water bevinden (de
dood) en dat Jezus goed en rechtvaardig is en als Enige bij
machte ons daaruit naar boven te halen. Zijn kracht om uit
de dood op te kunnen staan is gebaseerd op
rechtvaardigheid, waarheid en geloof in God en als wij Zijn
eigendom zijn geworden, doordat wij aan Zijn woorden
gehoorzaam zijn, haalt Hij ons vanuit de duisternis en
‘schaduw des doods’ tevoorschijn. Door de innerlijke
wedergeboorte hebben wij deel aan Jezus’ opstanding, die
voor ons voltooid zal zijn als ook ons sterfelijk lichaam
onsterfelijkheid heeft aangedaan. (1Kor.15:54)
De gerechtigheid die Jezus samen met Johannes vervulde,
ziet dus op het beeldend getuigenis geven (door
onderdompeling) van het feit dat een mens die beladen is
met zonde, de dood ondergaat en dat alleen God hem
daarvan redden kan. Daarvan wil Jezus getuigenis geven.
Hij weet dat als Hij met de zondelast van de zondaren van
alle tijden wordt belast, Hij daardoor voor korte tijd de
bescherming van Zijn Vader zal moeten ontberen. Wie met
zondeschuld belast is kan immers niet tegelijkertijd met
God gemeenschap hebben, de zonden die een mens draagt
maken scheiding tussen hem en de heilige God. (Jes.59:2)
Het enige dat Jezus in deze van heerlijkheid en licht
verstoken toestand rest, is Zijn eigen onschuld en
rechtvaardigheid. De demonen onder aanvoering van de
duivel zelf zetten alles op alles om het geloof dat Jezus in
God heeft, Zijn gehoorzaamheid aan Hem en Zijn
rechtvaardigheid te ontnemen, door Hem tot
ongehoorzaamheid te brengen en Hij zou afzien. Daartoe
stormden ze in hun pijniging als ‘stieren’ op Hem af.
(Ps.22:13,14) Jezus aan het kruis kon verder niets meer,
was volkomen afhankelijk en werd uit deze diepe duisternis
door Zijn Vader gered, nadat Hij had gezegd: ‘Vader, in Uw
handen beveel Ik Mijn Geest.’ (Luc.23:46)
Hoewel onze Heer Jezus als Rechtvaardige het lot van ons
zondaars onderging en voor ons het loon van de zonden
namelijk de dood moest ondergaan (een toestand van grote
smart, angst en benauwdheid, zie Getsemane in Luc.22:44),
behoudt Hij Zijn onschuld en gehoorzaamheid aan de Vader
tot het einde toe, totdat alles is volbracht en Jezus opnieuw
de kracht van God Zijn Vader kan ontvangen. (Joh.19:30)
De Vader redt Zijn heilige Zoon van de dood, door Hem
opnieuw met Zijn kracht te steunen. In deze meest extreme
marteling van de dood, waarbij zelfs het daglicht verdween
ten teken van de concentratie der demonen, geeft Jezus Zijn
onschuld niet prijs. Ook Job die als geloofsheld van het
oude verbond in zijn smarten een type van Jezus weergeeft,
heeft het over deze goddeloze omstandigheid waaruit de
Almachtige God hem redden kan, indien hij echter zijn
onschuld niet verliest. Hij schrijft: ‘totdat ik de geest geef,
zal ik mijn onschuld niet prijsgeven.’ (Job 27:5b) Deze
onschuld is ook voor ons de grond waarop wij iedere
duivelse vijand kunnen overwinnen, daar Jezus Zijn bloed
voor de zonde van een ieder van ons heeft gegeven en wij
daardoor onschuldig en rechtvaardig zijn geworden.
(Opb.12:11 en Rom.5:1)
Voordat de Heiland bij Johannes aankomt en voorafgaand
aan Diens waterdoop, wordt Jezus door hem erkent en
aangeduid als zijn meerdere en de Sterkere, met de
woorden: ‘Ik doop u met water, doch Hij komt, die sterker
is dan ik, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te
maken; die zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.’
(Luc.3:16) Nadat Jezus na Zijn waterdoop een lange
periode in de woestijn heeft doorgebracht om door de
duivel verzocht en op de proef gesteld te worden, verneemt
Hij dat Johannes de Doper door Herodes gevangen is
genomen en keert Hij terug naar Galilea. Als Hij daar
aankomt gaat Hij echter niet opnieuw in Nazaret wonen
maar in Kafarnaüm, aan de zee. Voor het Joodse
establishment die in de gelegenheid was de schriften te
onderzoeken, had dat temeer een reden kunnen zijn om te
geloven dat Jezus wel de waarachtige door God Zelf
gezalfde Messias was, omdat de profeet Jesaja daar over
had geschreven in hoofdstuk 8 en hoofdstuk 9. Ook door in
Kafarnaüm te gaan wonen, vervulde de Heer Jezus de
profetieën over Hem gedaan in de schriften van het oude
testament:
‘Doch er zal geen donkerheid wezen voor het land dat in
benauwdheid was. Zoals Hij in het verleden smaad bracht
over het land van Zebulon en over het land van Naftali, zo
brengt Hij in de toekomst eer over de weg der zee, de
overzijde van de Jordaan, de landstreek der heidenen. Het
volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht; over
hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een
licht. Gij hebt het volk vermenigvuldigd, zijn vreugde groot
gemaakt; het verheugt zich voor uw aangezicht als met de
vreugde bij de oogst, zoals men juicht bij het verdelen van
de buit. Want het juk dat het drukte, en de stang op zijn
schouder, de roede van zijn drijver, hebt Gij verbroken als
op Midjansdag. Want elke schoen die dreunend stampt, en
elke mantel, in bloed gewenteld, zal verbrand worden, een
prooi van het vuur. Want een Kind is ons geboren, een Zoon
is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en
men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God,
Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn
en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn
koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en
gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van
de HERE der heerscharen zal dit doen.’ (Jes.8:23-9:6)
Toen daarentegen de Joodse hogepriesters na Zijn executie
het opschrift aan Jezus’ kruis lazen, zeiden zij tegen Pilatus:
‘U moet niet ‘koning van de Joden’ schrijven, maar “Deze
man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden.” ‘Wat
ik geschreven heb, dat heb ik geschreven’, was het
antwoord van Pilatus. (Joh.19:19-22) De Joodse
godsdienstleiders wilden niet dat Hij Koning over hen zou
zijn. (Luc.13:34 en 19:14) Hij had o.a. in het Latijn
geschreven: Iesus Nazarenus, Rex Iudaeorum (Jezus van
Nazaret, koning der Joden) De beginletters vormen het
bekende INRI, dat op veel oude prenten en afbeeldingen
van de kruisiging en dikwijls bovenaan crucifixen te vinden
is. Het Evangelie van Jezus is het grote sleepnet van de
Vader, dat Hij door Zijn Zoon Jezus Christus inzet om de
goedwillende mens te vangen voor Zijn Koninkrijk. Ook de
onwilligen en de weerspannigen worden ermee gevangen,
maar door hun eigen onwil worden zij als ‘onnut’
gekwalificeerd en weggeworpen. (Matt.13:48)
Het Evangelie biedt de gewone mens de unieke kans om
met de heerlijkheid Gods bekleed te worden. Wie immers in
Gods Koninkrijk binnengaat wordt eveneens tot koning
verheven, dus iemand met grote waarde. Van al deze
geredde mensen, van al deze geďnstalleerde koningen is
Jezus de Koning der koningen. Jezus staat tot hen als Hoofd
van dit glorieuze lichaam, want Hij blijft de waardevolste
van allen. (1Tim.6:15) Hetgeen Jezus kan doen voor allen
die God liefhebben, daartoe is Johannes niet in staat.
Johannes doopte de vele bekeerlingen in water als bede tot
God dat zijn of haar zonden worden vergeven, dus een
afwassing of reiniging van de innerlijke mens. Dit reinigen
van de innerlijke mens, kan uiteraard niet met rivierwater
gebeuren want dat beperkt zich tot de buitenkant. Maar
omdat God Zelf de mens zijn zonden niet meer aanrekent,
is de ziel gereinigd. Wie gelooft dat Jezus de zonden in zijn
of haar plaats heeft gedragen, gelooft dus dat God Zelf ze
niet meer aanrekent omdat Jezus ze reeds heeft
weggenomen. Daarmee komt het geloof naar voren dat
Jezus Gods Zoon is en de autoriteit en majesteit van Zijn
Vader heeft. We zien hier het initiatief van God; Hij treedt
in Jezus Christus tussen de belaagde mens en diens
zondeschuld om die schuld geheel uit te wissen, om
vervolgens de gevallen mens weer op te richten en hem
Zijn Kracht te schenken. Het is God die het Zelf opneemt
voor de zwakke maar Zijn zeer geliefde mens, door de
vijandelijke demonenlegers op eigen terrein te verslaan. Het
doet ons denken aan wat Mozes tegen Jozua en het volk
Israël zei, wat God tot hem had gesproken over hoe het
beloofde land in bezit genomen moest worden. JaHWeH
zou daarbij Zelf v..r Jozua en het volk uitgaan om hun
vijanden te verdelgen. (Deut.31:3) In Zijn rede tot de
schriftgeleerden en Farizeeën maakt Jezus ook hen op deze
hun innerlijke vuilheid attent. (Matt.23:26) Deze vuilheid of
‘drek’ maakt scheiding tussen God en mensen. De reiniging
die Jezus aanbrengt is noodzakelijk, waardoor de ziel met
God contact kan krijgen en zo nieuw leven ontvangt.
(Joh.5:24) Jezus is de doper met de Heilige Geest, die ieder
mens mag ontvangen wiens zonden op grond van Zijn
bloed door God werden vergeven. (1Joh.1:7) De Heilige
Geest schenkt bij Zijn intrede in het bestaan van een mens
de altoos durende rust, de levenskracht en het eeuwige licht
aan deze gelovige. (Matt.5:16)
De man die de weg voorbereidde en effende voor de
Heiland Jezus Christus is dus Johannes de Doper en bij zijn
oproep om bekering tot God wijst hij op de toorn van God,
waar de menigte slechts op één enkele manier aan kan
ontkomen, namelijk door de Redder die na hem komt; Jezus
Christus, het Lam Gods. Dit optreden van Johannes vormt
dan ook het preludium van de prediking van Jezus
aangaande het Koninkrijk der hemelen, van waaruit de
Geest van God tot de gelovige en gehoorzame mens komt.
Jezus roept niet enkel zoals Johannes deed, de bevolking op
zich te bekeren en te laten dopen, maar Hij spreekt tevens
over het goede dat de Vader daarna zal geven aan allen die
Zijn Zoon geloven en Hem als Herder volgen. (Matt.7:11)
Deze goede gave die God geeft komt vanuit de hemel of
onzienlijke sfeer tot de mens, die daardoor deel krijgt aan
Zijn Koninkrijk. Door de Heer Jezus is dus het Koninkrijk
van God nabij gekomen, waardoor de goedwillende mens
de kracht van de Heilige Geest kan ontvangen. (Luc.10:9,
17:21) Petrus zegt in Handelingen ‘Gij zult de gave van de
Heilige Geest ontvangen’, dit sluit iedere misvatting uit.
(Hand.2:38)
Indien een persoon niet op de hoogte is van dit Evangelie
van redding of daaraan geen gehoor geeft, dan blijft hij of
zij onder de toorn van God. Deze term geeft aan dat zolang
men niet de ‘smalle weg’ van Christus heeft ingeslagen, de
mens onderworpen is aan de willekeur en onreinheid van
demonen, soms zelfs van vele. Denk maar eens aan de
bezetene van Gardara, in wie een legioen aan boze geesten
huisden want ‘zij waren talrijk’. (Marc.5:10) Voor God is
een mens met zo’n innerlijk vuile en zondige staat
ontoegankelijk, waardoor naar voren komt dat een ieder die
niet door Christus is opgewekt nog in deze doodstoestand
verkeert. Nu is het zo dat God Zijn vijanden de
zondemachten bezoekt om daarmee af te rekenen.
(Rom.2:16) Dit komt ook overeen met de bede van Jezus
toen Hij bad ‘Vader Uw Koninkrijk kome’, en ‘Uw wil
geschiede op aarde zoals in de hemel’ (Matt.6:10). Om de
wil van God te kunnen doen, dienen de boze geesten, de
bezetters verdreven te worden. De boze geesten sidderen
onder het oordeel van God en door Christus wordt dit
oordeel voltrokken. De crisis of scheiding die Hij daarbij
aanbrengt, betekent de verlossing voor het menselijk
slachtoffer, maar pijniging voor de boze geesten omdat ze
hun prooi moeten verlaten en naar dorre plaatsen worden
uitgewezen. (Matt.12:43)
Al diegenen die de zondemachten in wiens dienst zij staan
niet los willen laten, zullen hetzelfde lot ondergaan als de
duivels waarmee zij het eens zijn. Met de geboorte van
Christus heeft de Rechtvaardige God de tijd rijp geacht een
aanvang te maken om hemel en aarde te zuiveren van deze
terroristen en tegen hen op te treden. Met het handelen van
Jezus krijgen wij het juiste beeld van hoe ook wij moeten
optreden; de gekwelde mens bevrijden en losmaken van de
boze geesten, die een mens als slaaf gebruiken en hem
dikwijls ziek maken. De Heer Jezus Christus wil dat wij
Hem ook in dit bevrijdingswerk navolgen en strijden tegen
de demonen om daarbij mensen vrij te krijgen. (Ef.6:12)
Het is dus van levensbelang dat men tot inzicht komt dat
Jezus Gods Zoon is en als Enige alle macht heeft om
waarlijk te redden van deze ondergang, zowel wat het
lichaam betreft maar in de eerste plaats naar de geest, de
‘binnenkant’. Wanneer de mens hiervoor ‘ontwaakt’ of
wakker wordt en Jezus als Helper aanroept en zich aan
Hem geeft, komt de man of vrouw onder deze toorn van
God vandaan. De zich van zijn zonde bewuste tollenaar
wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij
sloeg zich op de borst en zeide: ‘O God, wees mij, zondaar,
genadig!’ (Luc.18:13) Deze bede is voor God voldoende, en
Jezus is bij machte zo’n mens Zijn genade te schenken.
Hiervoor heeft God Zijn Evangelie gegeven, om een ieder
die zich van zijn zonden bewust wordt en tot Christus Jezus
roept, te redden. (Joh.3:16)
De Geest van God overtuigt een mens van zijn zonde, van
gerechtigheid en van het oordeel dat slechts Christus kan
redden, zodat hij of zij tot erkentenis komt dat men naar
ziel en geest vuil en ziek is. (Luc.5:31) Eerst moet men zich
van de eigen ellendige situatie bewust worden en Jezus
aangrijpen om daaruit te kunnen komen, dan zal de nieuwe
mens opstaan omdat hem of haar de kracht van Christus te
beurt valt en men hierin wél kan opstaan uit het dode
bestaan. Christus Jezus heeft immers laten zien de
levenskracht van God in Zichzelf te hebben, waar demonen
en doodsmachten niet tegen bestand zijn. (1Kor.15:55) Ook
al verkeert de wedergeboren en met de Geest Gods
gedoopte mens nog steeds in zijn oude leefomgeving waar
hij of zij ook voortdurend sommigen van de oude ‘makkers’
zal aantreffen, van nu aan is hij tussen hen een mens ‘des
welbehagen’, doordat God hem in Zijn Koninkrijk in de
hoge heeft verwelkomt. (Luc.15:7)
Jezus Christus is de enige Naam en de wettige Koning der
koningen, Hij is de Heer der heren en Hem is door de Vader
gegeven alle macht in hemel en op aarde. Hij verzoent,
verlost en verheft de mens die Hem liefheeft. Het
verzoenende werk van de Heer Jezus bestaat erin dat Hij de
zonden vergeeft, niet van enkele mensen maar Hij heeft
boete gedaan voor de zonde der ganse wereld. Vervolgens is
Hij de Verlosser, dat wil zeggen dat Hij Zijn volgelingen
verlost en waarlijk vrijmaakt van de overheersing der boze
geesten en allen uit hun slavernij vrijmaakt. (Joh.8:36) Ten
slotte is Jezus Christus de grote Oprichter en Verheffer,
want wie Hem volgt zal voorzeker de volmaaktheid die
God voor zulke mensen in petto heeft bereiken. (Matt.5:48)
Met de Heilige Geest, die de gerechtvaardigde ‘nieuwe
schepping’ in geloof moet aanvaarden en vasthouden, gaan
de krachten der onzienlijke geestelijke wereld in werking.
De bewustmaking bij Zijn hoorders van deze geestelijke
realiteit stond de Heer Jezus steeds voor ogen als Hij bij
Zijn prediking opriep dat men zich tot God moest bekeren,
zich moest laten dopen en in Hem geloven, want Zijn
Koninkrijk was met Hem voor de mensen in de wereld
nabij gekomen. De realiteit van het Koninkrijk Gods was
met Jezus Christus ‘van boven’ in de wereld gekomen en
Hij paste de kracht daarvan toe om armen het Evangelie te
schenken en genezingen te volbrengen. (Matt.11:5) Het
geloof in Jezus als Hoogste Macht en dat men van Hem de
Heilige Geest ontvangt na gehoorzaam geworden te zijn,
dient een mens vast te houden. Ook als er geen bijzondere
wonderen of tekenen gebeuren; wie na de waterdoop in
geloof vasthoudt dat hij of zij de Geest van Christus heeft
ontvangen, zal bemerken dat God er is en in zijn noden
voorziet. (Mar.11) Onze onveranderlijke Vader zal Zich
betuigen Jahweh Jireh te zijn, wat zoveel betekent als: ‘HIJ
IS’ en ‘HIJ ZAL er in VOORZIEN’. (Gen 22:14)
Tegen de glooiing van de heuvels, waarschijnlijk ergens in
de omgeving van Kapernaüm waar Jezus was gaan wonen,
komen de duizenden mensen uit de vele dorpen van Galilea
en daarbuiten om naar de woorden van de jonge rabbi te
luisteren. Als de schare zich in het gras heeft neergezet,
vertelt de Heer Jezus hen vervolgens aan de hand van
gelijkenissen over het Koninkrijk der hemelen. (Matt.13)
De Joodse mensen die van einde en ver naar het noorden
van het land komen om Hem maar te zien en te horen, zijn
daar eveneens om de heerlijkheid Gods die Jezus uitdeelt te
ontvangen. Er is in de nabijheid van de Meester vrede en
blijdschap want allen die ziek zijn naar lichaam of geest,
worden door de Zoon van God genezen en verlost van hun
kwalen. (Matt.2:24) Wat Hij daar aan al die toegestroomde
mensen vertelt, geeft duidelijkheid over de dingen die God
van nu aan onderneemt bij het grote herstel van Zijn in
nood verkerende schepping. De woorden die Jezus van de
Vader krijgt en die Hij tot de mensen spreekt, bewerken bij
de ontvankelijke hoorders ongekende en zeer wonderbare
veranderingen. Alles wat Jezus ooit sprak was erop gericht
dat de mensen in Zijn omgeving tot God zouden komen en
waarlijk licht en leven ontvangen. Het zijn dus niet slechts
Zijn leuke verhalen en gelijkenissen waar de scharen hun
lessen uit konden trekken, nee de woorden die de Heer
spreekt hebben ten doel het ‘hart’ dat is de innerlijke
‘geestelijke mens’ van hen die de goede God zoeken aan te
raken en tot leven te brengen. Deze er op uittrekkende
woorden om zonde en dood te overwinnen, omvatten het
Evangelie van Christus Jezus. (Opb.6:2)
Waar Christus spreekt, daar gaat iets gebeuren. Zijn
woorden bevatten kracht van Geest, het zijn zwaarden die
de vijandelijke bolwerken slechten en zij zijn het levende
water dat Hij schenkt aan hen die Hem liefhebben. Eenmaal
gesproken, bewerken zij waartoe Hij ze zond. De nederige
en de geknakte richt Hij op, maar de hovaardige werpt Hij
neer. De zachtmoedige geeft Hij vrijheid, maar de
boosaardige wordt door Hem geboeid. Christus is tot een
oordeel in deze wereld gekomen. (Joh.9:39) Hoe komt het
dat de Zoon van de Allerhoogste God door Hem werd
gestuurd om ons die in ellende verblijven daarvan te
redden en te bekleden met het eeuwige leven? In de eerste
plaats komt dit doordat de Vader van Zijn schepping houdt
en daarvan vormt de mens het hoogtepunt. Zijn Zoon Jezus
Christus bezit diezelfde liefde voor mensen als u en ik,
want Hij gelijkt Zijn Vader als de volkomen afdruk van Zijn
wezen. De Vader heeft Zich door de eeuwen heen met het
oude bondsvolk der Israëlieten beziggehouden en Zich
erom bekommert dat zij zouden leven overeenkomstig Zijn
wil. De wet van Mozes vormt hiervan het bewijs want wie
doet wat in deze wet staat zal daardoor leven. (Lev.18:5) Bij
het vervolg van Gods aanpak om de mens van eeuwig heil
te voorzien, dus met het nieuwe verbond, werden de
genade en de waarheid door Jezus Christus in de wereld
gebracht. (Joh.1:17) Waar bestaat die genade uit? Daarin
dat ieder die God wil dienen, de waarheid liefheeft en het
goede zoekt, zondermeer alle zonden en overtredingen
worden vergeven zodra hij of zij Jezus als Redder en
Heiland aanvaardt en in Hem God in waarheid aanbidt.
(Joh.4:21)
De reden van de enorme vrijgevigheid die God ons hiermee
bewijst en de gratie die massaal aan de overtredende mens
wordt verleend, is het feit dat God van ons houdt en het
potentieel kent dat in ieder gewoon mens aanwezig is. Van
dit geheimenis is God op de hoogte en daarom wil Hij wel
dat iedereen behouden zou worden dus onder de destructie
der boze geesten vandaan komt, dan kan Hij laten zien hoe
kostbaar en waardevol een mens is. De duivel is er altoos
op uit de mens van de waarde die hij of zij benutten kan in
het ongewisse te laten en zo slecht mogelijk af te
schilderen, zoals hijzelf is. Doordat de mensheid niet meer
weet hoe kostbaar ze voor de Vader eigenlijk is, gaat ze te
gronde door gebrek aan deze kennis. (Hos.4:6)
De Vader is dankzij Christus Jezus bij machte, om het
kostbare dat verloren dreigde te gaan weer volgens plan bij
Hem terug te brengen en van gaven te voorzien.
Voor de mens die eenmaal de verlossing van de zonden
ervaart en op het gelovige gebed de Geest van Christus
ontvangt, gaan de ongeëvenaarde mogelijkheden en
krachten van de hemel in werking. Dit wordt ook wel de
kracht der toekomende eeuw genoemd, daar de schepping
vanaf het optreden van Jezus is geconfronteerd met deze
realiteit en dit verder gestalte krijgt in allen die als
discipelen de Meester in Zijn daden volgen. (Matt.28:19)
Hoe u er ook aan toe bent, hoe het ook met u gaat en onder
welke dagelijkse omstandigheden u ook leeft; de
Almachtige kent u en Hij weet van uw noden en van de
grootse en kostelijke dingen waartoe u in staat zult zijn,
indien Zijn Geest de leiding in uw bestaan heeft gekregen.
De menselijke geest is dermate functioneel en rijk aan
talenten, schoonheid en harmonie dat de Vader haar vurig
begeert om Zichzelf aan haar te ontplooien indien Hij in de
gelegenheid wordt gesteld met haar gemeenschap te hebben
en één Geest met haar te worden. (1Kor.6:17)
Het Evangelie van Christus fungeert daarbij als het grote
vangnet van de Vader om de ontelbare mensenmenigte
binnen te brengen. (Opb.7:9) Wat mensen om u heen ook
van u vinden of zeggen, één is er die u zeer kostbaar vindt
en Hij houdt van u omdat Hij eeuwige heerlijkheid samen
met u bereiken kan: God uw Vader. Wie u ook bent, u bent
zeer waardevol. God weet dat. Het maakt Hem niet uit of u
veel op uw geweten heeft of dat u een ‘loser’ bent, iemand
waar anderen menen op neer te mogen kijken, integendeel.
Hij weet van eeuwigheid dat ieder mens Christus nodig
heeft om de plaats die Hij voor u en mij voorbereidde ook
in gebruik te kunnen nemen. Juist de mensen die denken
Christus n.et nodig te hebben, de sterkeren en de rijken
plaatsen zich daarmee buiten Zijn genade.
In de zwakke, de achterblijver, de geringe, degene die
zichzelf vanwege zijn slechte daden niet zo bijzonder acht,
kan de Vader Zijn welbehagen bewerken want die personen
zijn op zoek naar iets beters en vinden veeleer juist
daardoor de Christus Gods. Christus is h.n redding, de
superieuren zijn zichzelf tot redding. De Heer zei: ‘Zij, die
gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij, die
ziek zijn.’ (Matt.9:12) Onze kostelijke waarde kan enkel en
alleen in Christus worden benut, en Hem komt daarvoor
alle eer en lofprijzing toe dat de Vader in ons verheerlijkt
kan worden. Ziet u nu dat onze maatschappelijke successen,
onze verschijning in dure kleding of onze ontwikkeling en
status geen enkele rol spelen voor God. Hoe arm aan geld
of goederen u ook bent of hoe arm u uzelf geestelijk ook
voelt, verheug u want Christus zal u bij de Vader brengen
en alle rijkdommen met u delen. De mens zoals u dat bent
is juist daartoe geformeerd! (1Tim.6:12) Wij zijn de enige
wezens die z. goed bij God passen en waarin Hij Zijn
woning en Zijn welbehagen kan hebben. De Engelsen
spreken over ‘compatibel’ zijn, dus geschikt om te
verbinden, verenigbaar.
Voor hen die zeggen dat zij Jezus niet nodig hebben kan Hij
niets betekenen, waardoor zij ook niet door Hem verhoogd
kunnen worden en zij uiteindelijk de armzaligen der
mensen zullen blijken te zijn. De ‘rijken’ en sterken
ontberen niets en zoeken slechts zichzelf, waardoor zij zeer
moeilijk de weg Gods kunnen vinden. (Matt.19:24) De
zwakkeren in de samenleving daarentegen zijn ermee
vertrouwd geraakt dat zij minder zijn, afhankelijk van
anderen en om hulp en bijstand moeten vragen. Deze groep,
de ‘mageren’ die vanwege hun noden op hulp van buiten
gericht zijn, staan eerder open om het Evangelie van
Christus in ontvangst te nemen. Het herstel Gods begint dan
ook bij hen, die weten dat zij zonder Christus niets zijn.
(Ef.2:12)

Daarom kent de Vader geen hopeloze gevallen en Hij
verstoot geen beschadigde mensen, ongeacht de grote nood
die men heeft. Door Jezus Christus krijgt de zondaar en de
ellendige de unieke kans op volledig herstel en rehabilitatie
naar de oorspronkelijke bedoelingen van de Schepper.
Halleluja!
Niemand wordt door Jezus afgeschreven, ook al laat de hele
wereld deze mens vallen en in de steek. De prostituee, de
dief, de homoseksueel, de dakloze verslaafde en de
onhandelbare puber; hun allen wordt vergeving geschonken
en door Jezus in genade aangenomen, indien zij hun zonden
bekennen en laten afwassen. (Hand.22:16) De goede God
schrijft in deze fase niemand af maar wil onze namen
inschrijven in het boek des levens, wanneer wij ons bekeren
en ons laten dopen en wij een deel van Christus worden.
(Opb.3:5)
Wanneer dat kan geschieden, wanneer Zijn Evangelie zijn
werking doet door het Woord van Jezus en de doop in Zijn
Geest wordt ondergaan, breekt dit klimaat en het
waarachtige licht door in de gelukzalige mens. Dan is het
voorbij met iedere vorm van depressie, met wanhoop, met
haat, boosheid en zelfzucht want de liefde van God ruimt al
deze dingen op. Als de Heilige Geest Zich met u kan
verbinden, betreedt u al is dit nog maar met kleine stapjes
het Koninkrijk van Jezus dat in de hemel is en dat nu ook in
u en door u zich kan openbaren. De bede van de Hoge
priester Jezus Zelf is daarmee in vervulling gegaan:‘Onze
Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw
Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo
ook op de aarde.’ (Matt.6:9,10)
Er is geen enkel wezen in de hemel noch op aarde waar de
Vader Zich zo in kan uiten als in Zijn Zoon Jezus Christus,
en dus in u en in mij en in allen die van Jezus zijn en een
deeltje van Zijn lichaam vormen. Jezus sprak: ‘In het huis
mijns Vaders zijn vele woningen – anders zou Ik het u
gezegd hebben – want Ik ga heen om uw plaats te bereiden’
(Joh.14:2) In dat lichaam van Christus heeft de Vader Zijn
welbehagen en daarmee kan Hij Zijn wil volkomen in de
wereld openbaren en de ganse schepping Zijn heerlijkheid
en majesteit tonen. Deze hoge bestemming vermoedt geen
sterveling, zeker niet als men dit vergelijkt met de ellende
van de oude situatie, waarbij men zich nog onder het juk
van de zondemachten in de duisternis bevond. (Rom.6:17)
Het zijn de overtredingen wegens gebrek aan liefde voor
God en wegens gebrek aan liefde voor de medemens, dat
ieder mens ooit zondig is geworden. De weg die een
zondaar gaat, voert hem langs smarten uiteindelijk in de
dood. Ook wanneer hij zijn laatste adem heeft uitgeblazen
en zijn lichaam afsterft, blijft hij geestelijk gevangen in dit
dodenrijk. De zondaar heeft zonder Christus geen enkele
mogelijkheid dit dodenrijk te verlaten, waar dus de geesten
van iedereen verblijven die niet van Jezus zijn. Na het
sterven wacht de innerlijke mens van de zondaar hier op het
oordeel, dat hem of haar op de oordeelsdag wacht vanuit de
troon van God. (Joh.5:29) Aan deze toestand kan de
zondaar dan geen verandering meer brengen, dit was alleen
mogelijk toen hij nog op aarde leefde en in kon gaan op de
woorden van Gods Heiland, Die uit liefde voor hem zijn
zonden heeft gedragen op het kruis van Golgota. De keuze
en liefde voor Jezus is d..rom zo belangrijk, omdat Hij niet
enkel onze zonden heeft weggedaan, maar vooral omdat in
Hem de nabijheid van God wordt ervaren. De
oorspronkelijke omgang tussen de Vader en ons als
geestelijke wezens, is hiermee door Jezus hersteld. Dankzij
de Heer Jezus leven wij nu in een tijdperk waarin het
kostbaarste dat God ooit schiep met Zijn Geest wordt
verbonden, en de mens Gods tevoorschijn komt. Dit mens
is Christus.
Christus is de eeuwige gedachte van Jahweh geweest, vanaf
de grondlegging der wereld. Alle elementen der zichtbare
schepping, alsmede die der hemelse gewesten vinden hun
bestaansreden om deze eeuwige wil van God te
verwezenlijken.
De gehele mens, diens kostelijke geestelijke statuur en zijn
kostelijke mogelijkheden, zijn de Vader zeer lief.
Omdat de mensheid haar uiteindelijke bestemming nog niet
heeft bereikt, heeft zij nog steeds de mogelijkheid te kiezen
voor Christus Jezus; de weg die de Vader van eeuwigheid
voor ogen stond. Met andere woorden, de Vader kan ook in
onze tijd d.e mens aannemen die zich aan Zijn Zoon Jezus
geeft en Diens eigendom wordt. (1Kor.6:19) Als eenmaal
deze reddingsperiode is afgesloten en er nog boosaardige
mensen zijn die willens en wetens de duisternis liever
hebben dan Zijn licht, treft dezen het oordeel dat voor de
duivel en zijn trawanten is bestemd, namelijk het eeuwige
onuitblusbare vuur in de buitenste duisternis. (Matt.25:41)
Daarmee wordt de onomkeerbare en onherstelbare
verwijdering van God Zelf aangegeven, op onoverbrugbare
afstand van Hem vandaan voor alle eeuwigheden onder
pijniging gevangen.
Door Jezus, Die als vinger Gods een ieder versterkt en
verkwikt, ervaren de aanwezigen de aangename zalving die
God geeft aan de mens die zich tot Zijn Zoon Jezus om
hulp wendt. (Matt.11:28) Jezus openbaarde in de streken
van Galilea wat God de Vader aan de goedwillende mens
wil doen, namelijk vergeving van zonden schenken en
herstel van alle ziekte en kwaal. Zonder uitzondering
worden de grote getale mensen genezen, en horen zij het
Evangelie Gods uit de mond van de grote Koning en
Ontfermer Jezus Christus. Zo is God, Hij redt Zijn volk; dat
zijn mensen die Hem loven en prijzen voor Zijn Zoon Jezus
Christus en Hem in geloof aanroepen in hun nooddruft en
Hem altoos danken, dat Hij nabij is en het nodige voor hen
zal doen.
Daaruit bestond de prediking van Jezus, nadat Hij door
Johannes was gedoopt en nadat Hij Zich in Galilea had
teruggetrokken. Dat enkel God goed is en de zonden van
een mens vergeeft, en die persoon bovendien mag rekenen
op de gave Gods, dus de Heilige Geest. (Joh.4:10) Dat is de
reden dat de vele honderden miljoenen mensen het door de
eeuwen heen steeds weer over dit Evangelie hebben gehad,
vanwege Christus die mensen redt. Wat men er in veel
kerken van heeft gemaakt, is niet veel meer dan een reeks
geboden en verboden van wat een mens allemaal niet mag.
Was dat de bedoeling? Zijn mensen daar dichter door bij
God gekomen, zijn hun gebondenheden verbroken, zijn ze
innerlijk gezonder geworden? De definitie van het
Evangelie van Jezus is immers: blijde boodschap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *