Het geheim van God

Het geheim van God
Het geheim van God is Christus de Uitverkorene, waardoor
Hij Zijn voorgenomen doel en de volheid der mensheid
bereikt. Christus is Gods woord dat voort gaat
‘overwinnende en om te overwinnen.’ (Opb.6:2) ‘Zo wil ik
hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot
de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de
kennis van Gods mysterie: Christus, in wie alle schatten
van wijsheid en kennis verborgen liggen.’ (Col.2:2,3)
Wat is er nu eigenlijk geheim aan God? Vanaf de zondeval
werd door de satan gepoogd zoveel mogelijk het karakter
en de bedoelingen van God voor de mensen te verbergen en
verborgen te houden en de toegang tot Hem te belemmeren.
Door de zonde te doen heeft de mens zijn vooruitzicht op
het plan dat de Vader met hem had verloren en kan de mens
niet meer tot God komen, Hij woont immers in een voor
zondaars ontoegankelijk licht. (1Tim.6:16) Geheimen zijn
zaken die we niet ‘zien’ ze zijn versluierd of bedekt en voor
anderen verborgen doordat er een gordijn voorhangt, een
‘voorhangsel’. Door de bedekking weg te nemen komen de
geheimen aan het licht. Wie en hoe God de Vader is, heeft
de satan door de eeuwen heen zoveel mogelijk geprobeerd
verborgen te houden, doch toen de tijd rijp was heeft Jezus
Christus Hem ons bekendgemaakt. (Joh.1:18) Ooit was de
hemel voor ons als van koper en konden wij niet tot God
naderen, maar doordat Christus voor ons de weg heeft
vrijgemaakt kunnen wij tot de Allerhoogst opklimmen en
Zijn gaven ontvangen. (Deut.28:23)
De aangehaalde tekst uit Deuteronomium waarin de
vervloekingen vanuit de hemel uitvoerig worden
omschreven, stellen wij als voorbeeld om al het onheil uit
het Oude Testament te verklaren. Wanneer een mens de
geboden van God overschrijdt dan valt hij in zonde en
wordt hij slaaf van de boze geesten en plaatst zich daarmee
buiten de bescherming en de hulp van Jahweh. De
rampspoed die deze omgang en het contact met de onreine
geesten hem oplevert komt wel uit de onzienlijke hemelse
gewesten maar dan vanuit de duistere zijde, van het rijk van
satan. De toorn van God rust op de demonen en wie als
mens gemeenschap met hen heeft moet die toorn eveneens
ondergaan. De rechtvaardige daarentegen behoudt het
geloof en de zekerheid dat Jahweh Zelf hem uit elke
benauwenis verlossen zal. De gedachte dat God een
rechtvaardig en onschuldig mens met ziekten slaat en hem
aan zijn geestelijke vijanden overlaat is dus onjuist, ook al
werd dat door gebrek aan inzicht door velen uit de oude
bedeling gedacht. De openbaring over dit thema die ons
met Christus in het nieuwe verbond wordt aangereikt,
maakt duidelijk dat God enkel goed is en dat iedere gave
die goed is van Hem komt. Als de bedekking eenmaal van
het verstand is verdwenen kunnen we duidelijk zien dat
vanuit de onzienlijke hemelse sferen de duivel met onheil
op de mens inwerkt en dat ook het goede van de hemel tot
de mens komt, maar dan vanuit het Koninkrijk van God.
(Jak.1:17) Wanneer wij die van Christus zijn door de duivel
worden aangevallen en deze probeert ons met ziekte te
slaan, dan belijden wij niet zoals Job deed dat de Heere dit
doet maar geven dit vast in het geloof over aan onze Vader,
in de zekerheid dat Hij nu wij heilig zijn ons van de boze
zal verlossen en altoos met ons is om voor ons te zorgen.
(Matt.6:13 en 1Petr.5:7) Hosanna in de hoogste hemelen!
God immers is Geest en Hij existeert in de wereld der
geesten, de geestelijke wereld of hemel. De psalmist
schreef in psalm 115:16 ‘De hemel is de hemel van de
HEER, de aarde heeft hij aan de mensen gegeven.’ Dus in
een geestelijke wereld die we niet met onze natuurlijke

ogen kunnen zien bevindt zich het Koninkrijk der hemelen,
daar is de troon van God. Doordat God enkel goed is, heeft
Hij ons ..k liefgehad ‘toen wij nog zondaren waren’, dus
toen wij los van Christus in duisternis verbleven. God heeft
dus mensen lief ook al zijn zij zondaars, Hij kan dan echter
geen omgang met hen hebben en zijn zij allen aan de dood
overgeleverd. Daarom gaf Hij Zijn Zoon, om die zondaren
te redden van de dood. (Joh.3:16)
Als God spreekt om Zijn wil bekend te maken, gebruikt Hij
daar dikwijls Zijn heilige engelen voor die Zijn dienaren
zijn. Ook spreekt Hij bij monde van de profeten, zoals die
ook al optraden in het Oude Testament. Doordat God op
deze manieren tot Zijn oude verbondvolk sprak, werd dit
met Zijn gedachten bekend. Het aller belangrijkste wat God
ooit heeft gesproken, dat sprak Hij door middel van Zijn
Zoon Jezus en het aller belangrijkste wat God ooit heeft
gedaan, dat deed Hij eveneens door Hem.
De woorden die Jezus sprak zijn de belangrijkste woorden
die God heeft gesproken. Door Christus sprak God Zelf tot
Zijn volk. Als Woord was Christus van eeuwigheid bij de
Vader en doordat God Hem uitsprak, nam dit Woord vlees
aan in Zijn Zoon Jezus. Jezus spreekt vervolgens de
woorden van Zijn Vader en dat zijn woorden die mensen tot
leven brengen. Doordat Jezus woorden van eeuwig leven
heeft en deze uitdeelt aan de mensen, worden die daardoor
met Hemzelf verbonden. Vanwege het contact met de
Heilige en Reine God komt Zijn genade over de mens die
Zijn woord heeft gehoord en die heeft aangegrepen. Dit is
het Evangelie: de boodschap waar Gods kracht in schuilt,
de mens blij maakt en hem in vrijheid stelt.
Evangelie betekent immers blijde boodschap. Dit evangelie
dat levend maakt werd dus voor het éérst door Jezus
Christus de Zoon van de levende God verkondigd. Dit
belangrijkste Woord heeft God toen Hij de tijd geschikt
vond uiteindelijk uitgesproken, nadat Hij al vele malen door
de profeten groot en klein tot Zijn volk gesproken had.
(Hebr.1:1) Dit laatste Woord was het belangrijkste en
‘hoogste’ wat de Schepper ooit had gezegd.
Iemand schreef eens: ‘Toen kwam het Hoge Woord eruit!’
(Rom.16:25) Ook dit laatste Woord van God dat vlees werd
in de mens Jezus, was aanvankelijk voor de mensen
verborgen en dus geheim. Het was immers bij God in de
onzienlijke wereld de hemel en het was God. Nu bij de
geboorte van Jezus dit Woord in de zichtbare wereld
tevoorschijn kwam, werd het geheim van God zichtbaar en
tastbaar. (1Joh.1:1)
Gods grote geheim waar niemand inzicht in had gehad ook
de engelen niet, werd openbaar nu de aangekondigde
Christus de Messias eindelijk was geboren. (1Kor.2:8) Op
die manier was het Woord van God bij de mensen en kon
men Hem aanraken en Zijn heerlijkheid aanschouwen. Aan
Jezus Gods vleesgeworden Woord kon men zien wie God is
en wat voor karaktereigenschappen de Allerhoogste heeft,
zo vol van goedheid en vol van waarheid. Het
geopenbaarde geheim is dus dat het Woord van God vorm
aannam in de mens Christus Jezus. In Hem kwam God
vanuit de onzienlijke wereld in de zienlijke en
manifesteerde Hij Zichzelf tussen Zijn volk. (Joh.1:11)
Door de Christus voort te brengen interfereert God dus Zelf
in de strijd tussen de goedwillende maar zwakke mens en
diens vijand, de duivel. Dit geheim was sinds alle tijden
verborgen geweest en hierin had geen schepsel ooit inzicht
gehad, dat God Zelf door de Christus Zijn beloften van
verlossing en herstel inlost doordat Hij in een mens van
vlees en bloed Zijn woning maakt, in Christus. De
inwoning van God Zelf was tot dan toe nog nooit
voorgekomen. Wel was er sprake van enkele mensen ‘op
wie de Geest des Heren was’, denk bijvoorbeeld aan
Mozes, Elia en Johannes de Doper. De inwoning door de
Allerhoogste gebeurt uitsluitend bij die mens die uit Hem is
geboren geworden. Beter nog, uitsluitend in Zijn
Uitverkorene Christus en daarmee in allen die tot deze
Uitverkorene behoren en er deel van uitmaken. Om deze
geestelijke geboorte de wedergeboorte, van natuurlijk mens
naar geestelijk wezen mogelijk te maken was de prediking
en het werk van Jezus Zelf nodig tot en met het kruis van
Golgota. Doordat Jezus de Weg van de Geest voor alle
andere mensen heeft geopend, kunnen wij nu door Hem
gereinigd worden en zelfs deelgenoot van Christus worden
en daarmee zoon van de heilige Vader. Hiertoe hebben wij
immers macht ontvangen zoals Johannes dat in zijn
Evangelie schrijft. (1:12)
Dit nu is het vervolg van het grote geheim waarvan geen
schepsel geweten heeft dat God langs die weg de toegang
tot eeuwig leven en het eeuwige licht mogelijk zou maken:
Jezus als Zijn Zoon, volkomen rechtvaardig sterft de dood
en ondergaat het loon wat zondaren verdienen. Doordat de
dood Jezus de Levende niet kan vasthouden overwint Hij
hem en ontneemt Jezus de dood alle macht over hen die hun
toevlucht tot Hem nemen. (Joh.6:37/40 )
Deze fase in de schepping die reeds is aangebroken is er
een van het herstel en de wederoprichting van alle dingen,
hiervoor gaat Christus zorgen. (Hand.3:21) God zal wel
gedacht hebben, als het goed moet gebeuren doe ik het
Zelf! Dit van Gods geslacht zijn, Zijn nakomeling en
daarmee deel van God geworden zijn van een gewoon mens
doordat God bij hem of haar komt wonen, was en is voor de
Joodse religieuze elite een onmogelijkheid. Ook in onze
moderne tijd zijn er zeer veel godsdienstrakkers van diverse
pluimage die deze oorspronkelijke bedoeling van God, Hij
én de mens door Christus tot één goddelijk wezen
geworden, loochenen en ontkennen.
Dat God Zelf aan het begin van onze jaartelling Zich in de
Messias onder het oude bondsvolk begaf, werd door de
oversten der Joden en Farizeeën als godslastering
verworpen. Maar een profeet uit hun eigen volk had dit
reeds lang geleden voorzegd: ‘Want een kind wordt ons
geboren, een zoon wordt ons gegeven. De heerschappij rust
op zijn schouders; men noemt hem: Wonder van beleid,
Sterke God, Vader voor eeuwig, Vredevorst’. (Jes. 9:5)
Dit was ook de uiteindelijke reden dat de schriftgeleerden
en oversten der synagoge wilden dat Jezus tot de doodstraf
moest worden veroordeeld. (Mat.26:63/66) Voor hen
betekende het Zoonschap van Jezus, dat Hij Zich
gelijkstelde aan God. De Zoon bezit immers dezelfde
afkomst. Hij en de Vader hebben inderdaad dezelfde
goddelijke natuur.
‘Christus Jezus,.. die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode
gelijk zijn niet als een roof heeft geacht,’ (Fil.2:6) Er is
echter maar één die deze haat jegens de Allerhoogste in de
leiders van het Joodse volk aanwakkerde en die hen
inspireerde, de duivel. Jezus had al eens gezegd dat zij de
duivel als vader hadden en dat zij de begeerten van hun
vader wilden doen. Deze duivelse haat tegen de levende
God, werd nu door de kinderen van de duivel op Jezus de
Zoon van God afgewenteld. (Joh.8:44)
De grote afkeer en haat die de duivel jegens de Schepper
heeft, kon hij nu door de oversten heen demonstreren
doordat hij God Zelf in de gestalte van Jezus onder
handbereik had. Het geweld en de woede van de satan
jegens God kon hij nu laten zien en hetgeen hij eigenlijk
altijd al wilde, dacht hij nu te gaan bereiken door de
Allerhoogste te vermoorden. De satan wilde immers zelf
God zijn en door de Waarachtige die in het vlees was
gekomen te elimineren, meende de duivel alleenheerser te
kunnen worden. (Jes.14:14)
De gehele wereld lag onder zijn controle en de boze had
hier zijn rijk reeds gevestigd, door de voormalige
gezaghebber Adam in zijn dienst te krijgen. (Rom.6:16) Nu
probeerde hij de hemel te bestormen door de Hoogste
macht, die vanuit de hemel in zijn rijk was geboren en
opgegroeid, te overweldigen en te vermoorden door een
marteldood aan een houten kruis.
In satans macht, vervloekt is immers hij die aan het hout
hangt. (Gal.3:13)
De Machthebber uit de hemel Christus ging hier de
confrontatie aan met satan, aan wie de macht over de
wereld ooit was overgegeven. (Luc.4:6) Indien in deze
openlijke botsing de hemelse Machthebber aan de
machthebber der wereld onderworpen kon worden, dan zou
die voortaan ook de macht in de hemel kunnen overnemen.
Vanuit het oogpunt van de duivel leek dit te gaan lukken,
want een dode machthebber heeft geen macht meer!
Maar het verstand van de duivel was niet toereikend en hij
maakte een calculatiefout. De duivel had er geen rekening
mee gehouden dat slechts zondaars in de dood gevangen
gehouden kunnen worden en geen rechtvaardige dus nazaat
van God. Daarom kon onze Heer Jezus ook de weeën van
de dood doorbreken. (Hand.2:24) Andere teksten hebben:
de dood kon Hem niet vasthouden! (NBG51,WV95)
Menende de heerser te worden raakte de duivel ook hetgeen
hij had kwijt, namelijk het gezag en de macht over de
wereld en hen die daarin zijn. Nu kon de hemelse
Machthebber Zijn Koninkrijk vanuit de hemel ook op de
aarde vestigen en daardoor zouden al de dienaren van de
duivel, alle zondeslaven de kans krijgen om van hem weg te
lopen en hun nieuwe Heer Koning Jezus te gaan dienen.
Het grootste kenmerk van Christus én zij die tot Zijn
Lichaam behoren is hun gehoorzaamheid aan en
afhankelijkheid van de eeuwige Vader. Jezus heeft altijd
geloof in hetgeen God Zijn Vader Hem zal geven en de
Meester leert ook ons dat wij ons altijd afhankelijk moeten
weten van de Almachtige Vader, zelfs al hebben wij het
einddoel van het geloof bereikt. Jezus zegt daartoe tegen
het kleine groepje trouwe volgelingen ‘Ik kan van Mijzelf
niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en mijn oordeel is
rechtvaardig, want Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van
Hem, die Mij gezonden heeft.’ (Joh.5:30)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *