Golgota

Golgota
Golgota was de naam van een heuvel net buiten de muren
van Jeruzalem. De naam Golgota of Golgotha, is een
Aramees woord en betekent ‘schedelplaats’. Het
Hebreeuwse woord [gulgôlet] betekent (kop) ‘schedel’. Wie
de tempel in Jeruzalem verliet en via de oude voorstad de
westelijke stadsmuur passeerde, was vlak bij deze hoge
schedelvormige heuvel gekomen. Onder andere op deze
heuvel werden misdadigers door de Romeinse autoriteiten
terechtgesteld. Wat het Sanhedrin betrof was deze heuvel
buiten de stadsmuren een prima executieplaats, waarmee zij
de woorden van de Heer Jezus in vervulling lieten gaan en
zij de Heer der heerlijkheid verhoogden, terwijl zij Hem de
doodstraf gaven. (Joh.8:28) Dit waren geen snelle
executies, zoals die heden ten dage in bijvoorbeeld Amerika
op ernstige misdadigers wordt toegepast. In verschillende
staten van de VS wordt heden ten dage nog gebruik
gemaakt van de elektrische stoel of een dodelijke injectie,
waardoor de veroordeelde binnen enkele minuten sterft. Zo
ging het in de tijd van de oude Romeinen echter niet. Zij
waren gespecialiseerd in het ten uitvoer brengen van een
langzame en uiterst pijnlijke marteldood. Eén van die
methoden om iemand de marteldood te laten sterven, was
door kruisiging. Dood door kruisiging werd door de
Romeinen alleen toegepast bij zeer geminachte
tegenstanders en criminelen, die op die manier een
oneervolle dood moesten sterven, wat verlies van identiteit
betekende. Hun lijken mochten na het sterven namelijk niet
begraven worden maar moesten aan het kruis blijven
hangen tot ze waren vergaan, waarbij ze dikwijls door
aaseters werden aangevreten. Om te voorkomen dat
vrienden of familieleden de lijken toch begroeven, werden
er bij de plaats van executie wachtposten opgesteld.
Voor een juiste voorstelling van de gang van zaken, wordt
nu een beeld gegeven van hoe een kruisiging over het
algemeen verliep. Als eerste werd begonnen de
veroordeelde te geselen, waarbij men hevig werd
afgeranseld met een zweep of knoet. Dit is eveneens een
zweepachtig instrument, maar deze telt meerder staarten.
Aan de verschillende repen leer waren soms zelfs kleine
stukjes metaal bevestigd, waardoor de uitwerking zeer
bloederig was. Na deze hevige geseling om de spieren te
verzwakken en waarbij veel bloedverlies werd geleden,
moest de veroordeelde zelf zijn kruis naar de plaats van
executie dragen. Daar aangekomen werden zijn ledematen
aan het hout vastgebonden en van de ernstigste gevallen
werden de handen en voeten met grote spijkers daaraan
vastgenageld. Daarna werd de verticale paal overeind
gehesen, waardoor de veroordeelde in de lucht kwam te
hangen. (Joh.3:14) Vanaf het moment dat de gekruisigde
aan het hout hangt voert hij een strijd om niet te stikken,
vanwege het omlaag zakken van zijn lichaam waardoor zijn
longen worden dichtgeknepen en er vochtophoping
ontstaat. Aanvankelijk probeert hij door het strekken van de
benen zijn lichaam nog omhoog te houden, maar dit is
uiterst pijnlijk en lukt uiteindelijk niet meer.
Naarmate de gekruisigde vermoeid en uitgeput raakt, zakt
hij omlaag en neemt de benauwdheid toe. Soms stierf men
pas na dagen. Dat de Romeinse soldaat met een lans in
Jezus’ zij stak was niet zo vreemd, dit deed men wel vaker
waarbij de veroordeelde werd doorstoken om het
opgehoopte vocht te laten ontsnappen. Zo kon de ellendige
nog wat langer doorademen en duurde zijn kwelling voort.
Om die reden werd ook dikwijls iets te drinken
aangeboden. Als de persoon bij het doorsteken van zijn
lichaam niet meer reageerde, was dit tevens de ultieme
controle om te zien of hij inmiddels was gestorven.
Uiteraard wisten ook de Joden dat de kruisdood soms
meerdere dagen kon duren en omdat zij het zekere voor het
onzekere wilden hebben, vroegen zij de Romeinse
bevelhebber of hij de benen van de gekruisigden wilde
breken. Hierbij werden de botten in de benen met een zware
hamer stukgeslagen, waardoor de laatste steun wegviel en
de veroordeelde spoedig stierf. Terwijl zij Gods geliefde
Zoon haatten en Hem vermoordden, deden de Joden het
met hun huichelachtige godsdienstigheid voorkomen alsof
zij God juist dienden, door de sabbat in ere te houden.
Tevens mocht volgens de Thora, die zij zo naarstig en
fanatiek onderhielden, het lijk van iemand die zij aan een
paal ter dood hadden gebracht niet gedurende de nacht
daaraan blijven. Hiermee zouden zij namelijk hun land
verontreinigen, want een gehangene is volgens de
Mozaďsche wet door God vervloekt. (Deut.21:22-23) Toen
de soldaten op hun verzoek Jezus’ botten wilden stukslaan,
kwamen zij tot de conclusie dat Hij reeds gestorven was.
Hiermee werd opnieuw de Schrift vervult: ‘Talrijk zijn de
rampen van de rechtvaardige, maar uit die alle redt hem de
HERE; Hij behoedt al zijn beenderen, niet één daarvan
wordt gebroken.’ (Ps.34:20-21)
Vanwege het aanvaarden van Zijn kruisiging, kwam Jezus
tijdens Zijn verblijf in de Hof van Getsemane in het klimaat
van de dood. Hier begon Zijn lijdensweg, toen Hij
geconfronteerd werd met de demonen van geweld, ziekte en
pijn, die Hem voor het éérst in hun macht kregen en wiens
invloed op Zijn lichamelijk sterven zou uitlopen. Vanwege
de verschrikkelijke benauwenis en de angsten die de Heer
daarbij ondervond, vroeg Hij zijn Vader: ‘Indien het
mogelijk is laat deze beker aan mij voorbij gaan, doch niet
mijn wil maar Uw wil moet geschieden.’ In volstrekte
gehoorzaamheid aan de opdracht die Hij van zijn Vader had
gekregen, bleef Hij Diens weg ter verlossing gaan. Hoe het
de Vader ook smartte, dit was de enige manier van handelen
voor God om de andere goedwillende mensen uit de
schaduw des doods te verlossen. Ook Jezus zag daarbij niet
slechts op het gruwelijke leed van die periode van de dood,
maar Hij kende de Schrift en blikte vooruit op de
nakomelingen die door Zijn offer tevoorschijn zouden
komen. (Jes. 53:10b)
Een vertaling heeft dat Hij ‘de last van de dood’ op Zich
nam. Al deze doodslast bij elkaar echter heeft niet zo zwaar
op Hem kunnen drukken, dat Hij daardoor van de
kruisiging wilde afzien en Hij Zijn liefde voor de wil van
Zijn Vader erdoor verloor. Het kenmerk van de doodssfeer
is op te maken uit het feit dat de Heer Jezus in de Hof zeer
droevig en beangstigd was geworden. (Matt.26:37) Hij
moest nu zonder de heerlijkheid van Zijn Vader en zonder
de bescherming der heilige engelen, de boosheid en het
geweld der aanstormende demonen en ziektemachten
ondergaan. Deze desolate doodstoestand van Jezus duurde
voort en verergerde zich, tot die uiteindelijk culmineerde in
Zijn sterven, waarbij de geest van Jezus Zijn lichaam
verliet. Terwijl Hij sterft is dat tegelijk het moment dat Hij
Zijn geest in de handen van Zijn Vader beveelt. Hij had
immers de macht Zijn Leven af te leggen en ook het weder
op te nemen, dus weer verbonden te worden met de Kracht
en de heerlijkheid uit het Koninkrijk van de Almachtige
God. (Joh.10:18)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *