God gehoorzamen

God gehoorzamen
Ooit luidde het antwoord van Eva: ‘God heeft ons verboden
van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan
te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’
(Gen.3:3) Het aanraken van de verboden vruchten of die tot
zich nemen, hebben altijd tot gevolg dat de persoon in
kwestie daaraan zal sterven. Het deel hebben aan demonen
die daarmee op hun beurt deel hebben aan de mens des
harten, heeft tot gevolg dat deze mens in de dood komt. Hij
komt hierdoor in de duisternis en uiteindelijk ‘ver van zijn
Schepper’ in de schaduw van de dood, en bij het sterven
slaat dit mens de ogen op in het dodenrijk. (Luc.16:23)
Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat ieder kind bij het
opgroeien naar de volwassenheid, door de duivel en zijn
demonenleger tot zonde verleid kon worden en zodoende
los van God kwam. Opgemerkt wordt dat sommige
kinderen reeds in de buik van hun moeder, terwijl ze dus
nog foetus zijn, aangevallen kunnen worden en waardoor
zij dus al v..r hun geboorte schade ondervinden van de
inwerking van de boze. Hierbij moeten we denken aan
kinderen met geboorteafwijkingen, zowel in lichamelijk als
in geestelijk opzicht. Ieder kind is in zijn of haar houders
geheiligd, dat wil echter ook zeggen dat wanneer die
heiliging ontbreekt, kinderen van de moederschoot aan er
alleen voor staan in hun levensstrijd. Bij geestelijk bewuste
of beter ‘wakker geworden’ ouders, die de Heer Jezus
Christus als hun Koning en Heiland hebben aangenomen en
bescherming bij Hem vinden, zullen ook hun kleine
kinderen daarvan meeprofiteren en geheiligd worden, dus
afgeschermd van de invloed der boze geesten.
Paulus omschreef deze geestelijke toestand der ganse
mensheid, of men nu met of zonder de Mozaďsche wet
leefde, in het derde hoofdstuk van zijn Romeinenbrief:
‘Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid
Gods’ (Rom.3:23) Dus alle mensen hebben ooit op
enigerlei wijze contact opgenomen met onreine geesten,
vanwege het simpele feit dat een mens zonder de Heilige
Geest niet is opgewassen tegen de duivel. Eenmaal als
volwassene gedoopt en door de Heilige Geest te ontvangen
ingevoegd in het Lichaam van Christus, kan hij de demonen
de ‘kop’ vermorzelen en aan hun verleidingen weerstand
bieden. (Jak.4:7) Hij kan dankzij zijn Meester over deze
geestelijke vijanden heersen, zoals Jezus Zelf dat ook deed.
(Luc.10:19)
Het maakt dus niet uit in welke cultuur je geboren bent of
in welke laag van de maatschappij je functioneert. Zonder
de genade van de Heer Jezus ben je niet opgewassen tegen
de onzichtbare geestelijke belagers, die een mens tot zonde
verleiden en hem laten handelen tegen de wil en het gebod
van God. Verderop in de Romeinenbrief schrijft de apostel
over dit fenomeen ‘Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen
in mijn vlees, geen goed woont.’ (Rom.7:18a) In alle jaren
v..rdat hij een deel van Christus werd, was er in deze
Joodse schriftkenner niet de geestelijke kracht om buiten de
zonde te blijven, ondanks zijn inspanningen en theologische
studie aan de voeten van Gamaliël (Hand.22:3). In deze
context is ‘goed’ een verkleinwoord van ‘goederen’. Niet
wordt bedoeld dat hij zichzelf totaal verdorven achtte en
geen enkele waarde meer voorstelde, daarmee zou hij
zichzelf immers gelijkgeschakeld hebben aan de duivel.
Ondanks zijn opleiding en opvoeding in de Joodse
leefwijze had Paulus geen geestelijke schatten (goederen)
kunnen verzamelen die hem in staat stelden de aanvallen en
verleidingen van de boze geesten te pareren. Al zijn kennis
van de Joodse voorschriften, die buiten Christus om
proberen een mens op juiste wijze te laten leven, achtte hij
daarom als vuilnis. Hij had er niets meer aan. (Fil.3:8)
Het verschil met Jezus en de rest van de mensen is dat Hij
nimmer zondigde, niet in Zijn leven v..r de doop in de
Jordaan en niet daarna, toen Hij de macht en het
Koningschap over Gods Volk had aanvaard! Dit wil immers
de doop door Johannes de Doper eveneens aangeven; het
moment waarop de Zoon van God ten overstaande van het
Joodse volk en als getuigenis voor Zijn hemelse Vader,
openlijk Zijn taak als Koning aanvaardt en vanaf dat
moment ook als zodanig spreekt en handelt. Doch de satan
dacht dat als hij Jezus eenmaal in zijn macht zou krijgen,
hij Hem kon pressen om aan God ongehoorzaam te worden.
Wanneer dan dit mens, deze Zoon van God in zijn dienst
was gekomen, dan zou het voor deze Jezus van Nazareth
net als voor alle andere mensen niet meer mogelijk zijn om
terug te keren uit de dood. Dood is dood. De duivel ging
ervan uit dat hem dat zou lukken, zoals hem dat ook gelukt
was in de Hof van Eden bij de eerste Adam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *