Gij zult als God zijn

Gij zult als God zijn
De slang doet voorkomen alsof zij de intentie en de wil van
Jahweh kent, en die in een gesprek met Eva nog eens wil
doornemen. Zij spreekt leugen als zij suggereert dat God
het aan Eva en haar man verbiedt om van het geboomte in
de hof te ‘eten’. (Gen.3:1) Als het mensenpaar daar immers
niet van mag eten, voor wie zijn de vruchten in de Hof dan
anders bestemd? Vervolgens liegt dit beest als ze zegt dat de
vrouw door van de verboden vrucht te eten als God zal
worden, want indien Eva naar dit zeer listige beest luistert
en zich daardoor in haar dienst stelt, is het
tegenovergestelde bereikt en is het afgelopen met de
geestelijke opgang van Eva en kan zij niet meer tot God
komen. Eva en Adam zullen dan nog wel naar hun
inwendige mens veranderen, maar dan van goed naar slecht
naar het beeld van de boze die zij nu als ‘heer’ hebben
aangenomen en gehoorzamen. (Rom.6:16)
Het is opmerkelijk dat niet alleen Jahweh weet dat de mens
door geestelijk op te wassen volmaakt kan worden en bij
Hem op de Troon plaats kan nemen, maar dat ook de slang
daarvan weet en er aan refereert met de woorden ‘gij zult
als God zijn’. Indien dit bij voorbaat al niet tot de
mogelijkheden behoorde en de mens toch alleen maar tot
een onvolkomen niveau beperkt zou blijven, dan hoefde de
slang daar verder ook niet over te beginnen. Het reptiel is
andermaal leugenachtig bezig als zij het karakter en het
wezen van Jahweh afschildert alsof dat tweeledig is, met de
woorden ‘kennende goed en kwaad’, alsof er in de
allerhoogste hemelen van Gods heerlijkheid en
verhevenheid ruimte zou kunnen bestaan voor het kwaad.
Met andere woorden, ze geeft wel toe dat het goede van
God komt, maar als daarbij door haar de duivel buiten
beschouwing wordt gelaten, dan moet ook het kwade dat uit
de hemel tot de mens komt wel van God komen. De slang
schrijft daarmee eigenschappen aan de Naam van Jahweh
God toe die Hem niet toekomen, en gebruikt daarmee de
Naam God oneigenlijk en ijdel. Niet onze hemelse Vader is
vertegenwoordiger van kwaad en onheil en kan die ook niet
voortbrengen, maar het is de gevallen engel satan die ooit
het goede van Jahweh heeft gekend en daarna in zichzelf
het kwade voortbracht. De bron van het kwaad werd dus
door dit hemelse wezen in de schepping geďntroduceerd
toen hij tegen de Schepper opstond en zelf god wilde zijn,
en nu de mens daarmee naar z.jn eigen verdorven aard wil
veranderen en misvormen. Waar men in de hemelse
gewesten door inspiratie mee in contact staat en mee
omgaat, daar wordt men innerlijk mee besmet!
(1Kor.15:33)
De mens zou door te eten van het geboomte uit de Hof
inderdaad veranderen in een geestelijk wezen, hij zou
kennis en inzicht krijgen in de hemelse dingen. Hij zou
langs deze weg ‘hogerop’ komen als geestelijk wezen en
zich bekwamen in de geestelijke wereld waar de aard der
dingen verborgen ligt; door in de Hof van de geestelijke
vruchten te eten en daardoor ‘verstandig’ worden. ‘En de
vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij
een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was
om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn
vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en
hij at.’ (Gen.3:6)
En zo geschiedde het ook, het mensenpaar kwam direct na
hun consumptie tot erkentenis dat zij ‘naakt’ waren. Dit was
op dat moment een afspiegeling van hun geestelijke
toestand, omdat zij niet bedekt waren met het kleed der
gerechtigheid dat wordt geweven met daden die geschieden
in gehoorzaamheid aan God. (Opb.19:8)
De boom der kennis van goed en kwaad stelt de duivel
voor, die het goede kende doch omdat hij Jahweh ging
haten daarna in zichzelf het kwaad had voortbracht. Door
zijn imposante en kleurrijke verschijning was satan in de
ogen van Eva, die alleen naar de buitenkant keek, een lust
om te zien. Zij achtte deze kennisboom geschikt om door
hem verstandig te worden, en daartoe at zij van zijn vrucht.
Zo’n ‘vrucht’ uit de Hof staat voor een geestelijke
begaafdheid of gave. Wanneer een mens die consumeert,
voegt hij deze gave aan zijn binnenste toe; de mens des
harten opent zich en het voedsel krijgt zo toegang tot zijn
ziel en zijn begaafdheden nemen toe. Zo is in het Paradijs
Christus de Boom des levens, en Zijn vruchten schenken de
eter de gave Gods. Hij is het ‘brood des levens’ en wie Hem
consumeert, dat wil zeggen wie Zijn bloed drinkt en Zijn
vlees eet, diens ziel krijgt deel aan de begaafdheden van
Zijn levendmakende Geest. (Joh.6:48-58)
Dat Eva en haar man geestelijk wilden worden was op
zichzelf dus helemaal geen verkeerd streven, want God had
immers gezegd dat zij van alle geboomte in de Hof vrijelijk
mochten eten. Zij mochten dus alle ‘vruchten’ uit de Hof tot
zich nemen en die eten, waardoor zij zouden
metamorfoseren in geestelijke wezens, om dan ook nog (Hij
staat immers in het centrum) te eten van de boom van
eeuwig Leven.
Op die manier zouden Adam en zijn vrouw Eva een
kostelijk en luisterrijk bestaan ontwikkelen volgens de weg
die de Schepper in gedachten had, om dat dan ook nog te
vereeuwigen. De mens zou zich tot het goddelijke niveau
mogen en kunnen ontwikkelen waardoor hij ook eeuwig
leven zou ontvangen, het plan van de Schepper voorzag
hier immers in. Zij stonden daartoe echter bij de verkeerde
boom. Door nu gehoorzaam te zijn aan de inspiratie en wil
van de satan die tegenwoordig was in de slang, klommen zij
langs illegale weg de hemel in.
Door hun ongehoorzaamheid aan de wil en de bedoelingen
van de Vader, verloren de eerste mensen hun onschuld en
gerechtigheid. Zij deden niet wat Jahweh had gezegd maar,
aangezet door het reptiel trachtten zij langs alternatieve weg
dit aanvankelijk goede en hogere doel te realiseren. Zij
begaven zich daarmee op een zijspoor en stelden zich door
dit te doen buiten de bescherming en het heil van hun
Maker. Nu kwamen zij los van God en ‘begonnen de dood
te sterven’. Degene die macht over hen gekregen had was
zelf ook afgesneden en ontworteld uit ‘het land der
levenden’. (Ps.52:7) Door hun nieuwe overheerser kwamen
zij in de dood, de satan had in die tijd immers de ‘macht
over de dood’. (Hebr.2:14) De duivel met zijn leger
demonen heeft vanaf Adam ieder mens afzonderlijk tot
zonde gebracht, om op die manier ook over hem zijn macht
te kunnen laten gelden. Eenmaal in zijn macht, voert hij
iedereen af naar de doodsengel Apollyon (Gr.). Dit is hem –
op enkele rechtvaardigen na, denk aan Henoch en Elia
(Gen.5:24, 2Kon.2:11) – met alle mensen gelukt, behalve
met Jezus Christus.
De verderfengel tevens bekend onder de naam Abaddon
(Hebr. Avadon), is zo krachtig dat hij iedereen die eenmaal
in zijn macht is gegeven nooit meer laat gaan. Wie bij hem
is aangeland is dus verankerd in de duisternis, ver van de
Almachtige God die de mens vrijheid en licht geven wil.
Ieder mens dat op aarde wordt geboren begint zijn
levensweg dus in het werkterrein van de duivel. Indien de
demonen dit nieuwe mensje bij het opgroeien eenmaal tot
zonde hebben gebracht, komt dit geestelijk in de sfeer van
de dood en naarmate het grover zonden doet uiteindelijk
straks dieper in het dodenrijk. (Ps.88:16a) Bij het sterven
verlaat de geest het lichaam dat tot ontbinding overgaat en
tot stof terugkeert maar de geest blijft waar zij reeds was, in
de duisternis want waar de boom valt daar blijft zij liggen.
(Pred.11:3) Van nu aan echter geheel afgesloten en
onbereikbaar voor hen die bezig zijn het Evangelie op aarde
te prediken, zijn zij in hechtenis genomen tot de ‘dag des
oordeels’. (2Petr.2:9,10)
Van alle wezens die iets over God hebben gezegd, is de
slang de eerste die zegt dat de Schepper het goede en het
kwade kent. Het is daarbij opmerkelijk dat er nadien zo
gigantisch veel mensen vanuit zijn gegaan dat dit ook echt
zo is, dat van God niet enkel het goede maar ook het slechte
komt. De Heer geeft en de Heer neemt, Hij geeft het leven
maar maakt ook ziek, de wegen van de Heer zijn daarmee
inderdaad ondoorgrondelijk gemaakt. Dat de oude slang dat
is de satan door Jezus de vader der leugen wordt genoemd,
beseft men in dit opzicht over het algemeen te weinig.
(Joh.8:44) Komen dan zowel licht als duisternis uit de
Vader van Christus Jezus? Het ondubbelzinnige antwoord
geeft ons de broeder des Heren Jakobus: ‘Iedere gave, die
goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven
neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is
of zweem van ommekeer.’ (Jak.1:17)
Natuurlijk is het zo dat Jahweh kennis heeft van de
duisternis des satans maar dan van buitenaf, de boze opzet
van de vijand is ook Hem immers niet onbekend.
(2Kor.2:11) Maar in Gods gehele wezen zit niets maar dan
ook helemaal niets dat een lid van Christus ziek zou maken
of dat Hij onheilspellende gedachten over een van Zijn
kinderen zou koesteren. Kijk maar eens naar het ultieme
voorbeeld Jezus, aan Hem kun je precies zien hoe de Vader
denkt en met mensen omgaat. Hij maakt niemand ziek maar
geneest juist allen die ernstig ziek geworden zijn doordat de
duivel hen hadA overweldigd. (Hand.10:38)
Jezus is daarmee de afdruk van het wezen van de Vader en
ook hierin heeft Jezus ons de Vader doen kennen. Hij is er
in de eerste plaats op uit om het verlorene te zoeken en te
redden van de ondergang. Nimmer schrijft Jezus een mens
af maar vergeeft hem al zijn zonden, zodra de mens tot God
spijt betuigt en berouw heeft van zijn daden en ze voortaan
nalaat. Nee, al het slechte zoals ziekte, verdriet, pijn, zonde,
angst en onrust worden veroorzaakt door de boze geesten
omdat die hun invloed op de onbeschermde mens kunnen
laten gelden. Bij zijn bekering en wedergeboorte komt de
rechtvaardige onder de bescherming van Jezus en Zijn
heilige engelen. (Luc.12:8) Voortaan heeft deze mens ‘De
Sterkere’ tot zijn bondgenoot en samen met Jezus is hij de
vijanden de baas.
Om echter deze kracht ‘uit de hoge’ te kunnen ervaren is
het wel noodzakelijk dat een mens door God rechtvaardig
geacht wordt. Een rechtvaardige ontvangt alles van God,
een onrechtvaardige allereerst vergeving en dan de rest,
zoals de Bijbel zegt ‘zelfs genade op genade’. (Joh.1:16) De
enige manier om rechtvaardig te kunnen worden, is niet
door goede werken te doen of door zo goed mogelijk je best
te doen maar enkel door te geloven dat Jezus voor al je
zonden en zondeschuld is gedood aan het kruis van
Golgota. Enkel het geloof in Jezus maakt je rechtvaardig en
maakt je vrij uit de banden en beďnvloeding der demonen.
Zoek je toevlucht tot Jezus en Hij zal je helpen, want
iedereen die op Hem zijn geloof bouwt zal niet beschaamt
uitkomen. (Rom.5:1 en 10:11)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *