Gij hebt niet gewild..

Gij hebt niet gewild..
Bekering tot JHWH God wil dus zeggen geloven in Jezus,
dat Hij de Heilige is en dat ieder van ons Hem ernstig nodig
heeft om goed te worden. Hij is de afstraling Gods en als
enige bij machte om ons van de dood te redden en van ons
heilige mensen te maken. Nadat door geloof in Jezus, de
Naam van JHWH een verlamde man heeft sterk gemaakt,
houdt Petrus in de zuilengang van Salomo een rede tot het
Joodse volk. Daarbij haalt hij een profetie van Mozes aan:
‘De Here God zal u een profeet doen opstaan uit uw
broeders, gelijk mij: naar hem zult gij horen in alles wat hij
tot u spreken zal; en het zal geschieden, dat alle ziel, die
naar deze profeet niet hoort, uit het volk zal worden
uitgeroeid.’ Daarbij benadrukt Petrus nog eens dat God Zijn
Knecht Jezus in de eerste plaats heeft gezonden om de
mens tot zegen te zijn, door wie naar Hem wil horen van
zijn boosheden af te brengen. (Hand.3:22-26) Zij echter die
niet willen erkennen dat zij Jezus als hun Redder nodig
hebben, kunnen zich ook niet bekeren en blijven om die
reden verstoken van de wedergeboorte. Wie niet in Jezus
gelooft dat Hij de Zoon van JHWH is, kan ook niet tot Hem
bidden, want wie de Zoon niet heeft, heeft ook de Vader
niet. (1Joh.2:23)

In Jezus’ toespraak tot de inwoners van Jeruzalem
waaronder veel schriftgeleerden en Farizeeën, die vanwege
hun ongeloof in Hem zich vijandig opstelden tegenover
JHWH, zei Jezus: ‘Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten
doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb
Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar
kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet
gewild. Zie, uw huis wordt aan u overgelaten.’
(Matt.23:37,38)
Ook de oude stenen Tempel met haar vele offers, zou
vanwege het nieuwe verbond in Jezus’ bloed komen te
vervallen, geen functie of nut meer hebben en door God
worden prijsgegeven. De onwillige Joden, die bij de
afsluiting van het oude verbond geen geloof hadden dat
Jezus de Zoon is van JHWH, stonden daarmee buiten de
genade en op gelijke hoogte met de heidenenvolken. Het
kenmerk van heidenen is immers dat zij niet in JHWH
geloven en dus ook niet in Zijn Zoon Jezus. Het bestaan
van mensen die Jezus niet volgen kenmerkt zich door hun
vleselijke gezindheid, zaken waarvoor men geen geloof
nodig heeft en zich niet hoeft te heiligen.
De vleselijke mens houdt zich alleen maar bezig met
zingenot; eten, seks, kleding en geld, waarbij de zelfzucht
voorop gaat. Zolang zij geen geloof in de Heilige God
hebben, is voor hen het Evangelie van Jezus nutteloos. Zij
zijn de ongelovigen en de onwilligen. Mensen die contact
hebben met demonen liggen altijd dwars, zijn altijd uit op
hun eigen gelijk en denken vooral aan hun zichzelf.
Voortdurend trekken zij de woorden van de ander in twijfel
en proberen alles af te strijden. Mensen die door demonen
worden geleid, openbaren in hun karakter kenmerken van
de ongerechtigheid, zoals omschreven in de Romeinenbrief:
‘Ze zijn door en door onrechtvaardig en boosaardig,
hebzuchtig en slecht. Ze zijn door en door afgunstig,
moordzuchtig en twistziek, doortrapt en kwaadaardig. Ze
roddelen en spreken kwaad, haten God, zijn hoogmoedig,
trots en verwaand. Ze zijn vindingrijk in het kwaad, tonen
geen ontzag voor hun ouders, zijn kortzichtig en
trouweloos, zonder liefde en onbarmhartig.
(Rom.1:29t/m31)
Dit is een essentiële omschrijving van de geaardheid der
demonen, die een afkeer en hekel hebben aan alles wat van
God is of met Hem in verband staat. Indien men de wil der
boze geesten doet, neemt men het verdorven karakter van
deze geestelijke wezens over. Zo heeft men dan een
onheilige gemeenschap met boze geesten, waartegen de
mens juist een strijd heeft te voeren! (Gen.4:7 en Ef.6:12)
De in zonde levende mens komt in zijn duistere bestaan
soms tot zonden, waar zelfs de redeloze dieren geen deel
aan hebben. Zo hebben dieren in hun bestaan dikwijls
meerdere partners waarmee zij voor nakomelingen zorgen,
dit is voor de dieren normaal omdat zij geen innerlijke
normen hebben op seksueel gebied. Bij mensen die door
onreine lustgeesten worden geleid, wordt seks enkel
bedreven om hun onreinheid te uiten. Met wie dit gebeurt
doet er niet toe, ook is er dan geen vaste partner meer
nodig. Zingenot en lust drijven de aan demonen gebonden
mens tot de meest onbehoorlijke handelingen en een leven
in zonde.
Door hun onwil schaarde dus ook het merendeel der
inwoners van Jeruzalem zich aan de kant van de
onbruikbaren en verfoeilijken, mensen die de prediking van
Jezus verwerpen en Hem niet onderdanig willen zijn. Met
het oog op deze ongehoorzamen merkt Petrus op: ‘Want het
is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods; als het
bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die
ongehoorzaam blijven aan het evangelie Gods?’
(1Petr.4:17)
Hoe anders dan de Joodse elite reageerde de Kananese
vrouw, die niet eens tot Gods volk behoorde en dus
eigenlijk geen aanspraak op Gods redding kon maken.
Ondanks haar afkomst ging zij toch naar Koning Jezus en
viel voor Hem neer. Daarmee gaf de vrouw blijk van haar
geloof in Jezus en dat zij Hem ernstig nodig was. In Hem
erkende zij de Heilige Zoon van David, de tot in
eeuwigheid regerende Koning van JHWH. De vrouw riep:
‘Heb medelijden met mij, Here, Zoon van David..’ ‘Here,
help mij!’ (Matt.15:21-28) Toen antwoordde Jezus en zeide
tot haar: ‘O, vrouw, groot is uw geloof, u geschiede gelijk
gij wenst! En haar dochter was genezen van dat ogenblik
af.’ In een gesprek met de Farizeeën zei Jezus: ‘Zij, die
gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij, die
ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen,
maar zondaars.’ Er staat zelfs van de goedheid van Jezus:
‘En het gerucht van Hem drong door tot in geheel Syrië; en
men bracht tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren,
gekweld door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen en
maanzieken en verlamden, en Hij genas hen.’
Door het geloof in Jezus en door Hem te volgen, mag men
zich ook Zijn woorden eigen maken: ‘Mens, uw zonden
zijn u vergeven.’ Ook zegt Jezus tot Zijn volgelingen: ‘Gij
zijt rein om het woord dat Ik tot u gesproken heb’. Door
Jezus concentreert de goedwillende mens zich op JHWH
God en op het kostbare dat Hij geven wil: een nieuw leven
in gerechtigheid, vol van vrede en blijdschap, in eenvoud en
reinheid, doordat Zijn Naam onder ons aanwezig is. Wie
door Jezus rechtvaardig is, mag in Zijn Naam bidden om de
Geest van God en heilig worden. Deze heilige mensen
zullen in alle nederigheid worden aangedaan met de
heerlijkheid van JHWH, waardoor zij is Zijn Kracht kunnen
wandelen. De engel sprak tot Johannes: ‘Wie onrecht doet,
hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler;
wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid;
wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd.’ (Opb.22:11)
Net zoals ooit de Tabernakel aan Mozes werd gegeven, gaf
de goede Vader Zijn Zoon Jezus aan de mensheid, om in
hun midden te zijn en haar rein en heilig te maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *