Getsemane

Getsemane
Vlak voordat Jezus de beek Kidron oversteekt, om met Zijn
discipelen de Hof van Getsemane binnen te gaan, en
wetende dat Hij nu Zijn doodstraf moet ondergaan, spreekt
Hij het hogepriesterlijk gebed: ‘Zo sprak Jezus. Toen sloeg
hij zijn ogen op naar de hemel en hij zei: ‘Vader, het is tijd:
verheerlijk uw Zoon, dan zal uw Zoon u verheerlijken. U
hebt hem macht gegeven over alle mensen, macht om
eeuwig leven te geven aan allen die u hem hebt
toevertrouwd. En dit is eeuwig leven: dat de mensen u
kennen, u, de enige ware God, en Jezus Christus, die u
gezonden hebt. Ik heb u hier op aarde verheerlijkt door het
werk te volbrengen dat u mij had opgedragen. Vader, neem
mij nu bij u en verheerlijk mij met de glorie die ik had bij u,
voor de wereld bestond. Ik heb uw naam bekendgemaakt
aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt. Zij
waren van u, en u hebt ze mij toevertrouwd. Zij hebben zich
aan uw woorden gehouden, en nu weten zij dat alles wat u
mij hebt gegeven, van u komt. Ik heb hun gezegd wat u mij
te zeggen gaf, en zij hebben mijn woorden aanvaard; zij
weten dat het waar is dat ik van u ben uitgegaan, en zij
geloven dat u mij hebt gezonden.’ (Joh.17:1-8)
De Heer Jezus weet dat Zijn Vader Hem niet aan de dood
zal overlaten, maar dat Hij Hem zal rehabiliteren en Hem
Kracht zal geven om levend het dodenrijk te betreden en
om die ook weer te verlaten. ‘Want Gij zult mijn ziel in de
hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de
verderving ziet.’ (Ps.16:10)
Als Jezus in de handen van zondaars wordt overgeleverd –
mensen die de begeerten van de duivel doen en in wie
demonen huizen – om veroordeeld te worden, weet Hij
tevens dat wanneer alles geheel is volbracht, de Vader Hem
vanwege Zijn liefde en gehoorzaamheid direct weer van de
dood zal verlossen. Dit gebeurde echter niet tijdens Zijn
opstanding in de ochtend waarop Maria het graf bezocht,
maar veel eerder, terwijl Jezus nog aan het kruis hangt en
Hij Zijn geest in de handen van Zijn Vader beveelt; ‘En
Jezus riep met luide stem: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn
geest.’ Toen hij dat gezegd had, blies hij de laatste adem
uit.’ (Luc.23:46) Hieruit komt naar voren dat de Kracht en
de heerlijkheid van de Vader weer aan Jezus gegeven waren
en Hij als Christus (Koning door God), en niet als
zondeslaaf de hades binnengaat. God was weer met Hem,
ook nu Hij dit oude bolwerk van het onzienlijke dodenrijk
betreedt. Daar waren Hij en Zijn Vader weder samen,
waarmee de dood van Jezus in twee gedeelten uiteen valt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *