De slang

De slang
De apostel Paulus schrijft in de tweede Korintebrief, dat de
gedachten van de duivel hem niet onbekend zijn.
(2Kor.2:11) Wat waren deze gedachten van de boze
waarmee Paulus op de hoogte was? Voor deze trouwe
geloofsheld die al zovele jaren op de weg van Jezus was en
onder leiding van Zijn Geest stond, was het eenvoudig om
de listen en de leugens in de werkwijze van Gods vijand te
doorzien. De identiteit van de boze wordt vooral bepaald,
doordat hij liefdeloos is en dus geen vergeving schenken
kan. (vers 10) Het voornemen om een mens niet te willen
vergeven en hem met een schone lei te laten beginnen,
daarvan wist Paulus dat moest duivels zijn. Behalve dat wij
nog eens zien hoe belangrijk het is de ander te vergeven, is
er een overeenkomst tussen hetgeen de slang in gesprek met
Eva veroorzaakte en hetgeen Paulus hier in de Korintebrief
aanhaalt. In de gemeente te Korinte was er sprake dat
iemand er ‘droefheid’ had veroorzaakt. Droefheid ontstaat
in de omgang met anderen, waarbij ongepaste en
afbrekende of zelfs kwetsende woorden worden gesproken.
Dergelijke liefdeloze en kwetsende woorden zijn altijd door
de boze ingegeven. Zo iemand laat zich op dat moment dus
door de mensenmoorder gebruiken, ten koste van de
dierbaren. Ik las eens deze zin: ‘Het gesproken woord vliegt
als een kogel voort, en wee u als het kwetst en moordt!’
Negatieve opmerkingen maken bij degene die onbeschermd
is en erdoor kan worden geraakt veel stuk, zo’n vernieling
van andermans ‘waarde’ veroorzaakt dan verdriet en
droefheid.
De Heer Jezus sprak: ‘Hetgeen uit de mens naar buiten
komt, dat maakt de mens onrein’. (Matt.15:11) Degene die
boos spreekt of liegt, houdt niet van zijn naaste en die
liefdeloosheid maakt hem of haar onrein en onbruikbaar
voor God. Woorden als ‘stomkop’, ‘sufferd’ maar vooral
‘gek’, worden uit liefdeloosheid door de duivel gebezigd,
die wij als navolgers van Jezus nimmer meer in de mond
willen nemen. Wij bidden daarom geregeld tot God dat Hij
ons Kracht en zelfbeheersing wil schenken, zodat wij
zachtmoedige, herstellende en opbouwende woorden tot
elkaar zullen spreken. De slang drukte op het feit dat Eva
nog niet veel kennis had of erg ontwikkeld was. Het reptiel
liet haar nog even merken dat zij als ‘nieuwkomer’ nog
geen geestelijk inzicht bezat. Zij moest in deze hof nog veel
kennis en geestelijke bekwaamheid opdoen, dat was
immers ook de reden dat haar man en dus ook zij daar door
God waren geplaatst. De engelen Gods dienden Eva bij
haar opwassen ‘in kennis’ behulpzaam te zijn, en zij
verwachtte van hun kant geen enkele dreiging.
Wat er zich in de nieuwe leefomgeving van Adam en Eva
afspeelde doet ons een beetje denken aan vroeger, toen er
nog veel onderscheid was tussen het platteland en de grote
steden van ons land. Op het platteland woonden de
eenvoudige en hardwerkende mensen, wiens kinderen al op
jonge leeftijd mee moesten werken op de boerderij om in
het levensonderhoud te voorzien. De meeste
plattelandskinderen hadden in die tijd dan ook niet zoals
tegenwoordig de kans om op school te blijven en te
studeren. Als dan deze jeugd met hun herkenbare povere en
vaak ouderwetse kleding eens in de gelegenheid was de
stad te bezoeken, werden zij vrij snel als ‘boertje’ herkend
en dikwijls bespot. Dit zijn uitingen om een mens achter te
stellen en hem daar ook te houden. Wie een mens om zijn
achtergestelde positie of beperkte vermogens kwetst, maakt
zich schuldig aan het tweede gebod en helpt hem zeker niet
zich te ontwikkelen. Het tweede gebod luidt immers: ‘Gij
zult uw naaste liefhebben als uzelf’ (Matt.22:39) Wie niet
van zijn naaste houdt komt los van God en plaats zich
daarmee aan de zijde van de duivel, dus in de duisternis.
In zijn listigheid richt de slang zich niet tot Adam maar tot
Eva, die waarschijnlijk uit de communicatie met haar man
Adam van de geboden Gods wist. Het reptiel opent het
gesprek door Eva te bevragen over een gebod dat zij heel
goed kent: ‘God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten
van enige boom in de hof?’ Dat klinkt Eva bekend in de
oren en met haar antwoord kan zij blijk geven van het feit
dat ook zij kennis heeft opgedaan en op dit gebied haar man
volgt, zij antwoordt spontaan: ‘Van de vrucht van het
geboomte in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van
de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God
gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken;
anders zult gij sterven.’
Nu de slang haar aandacht heeft gewonnen en de dialoog
tot stand heeft gebracht, gaat hij verder: ‘Gij zult geenszins
sterven, maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet,
uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn,
kennende goed en kwaad.’ Dit kon Eva ŕ la minute allemaal
niet verwerken en zij zweeg. Welbespraakt als hij was,
bracht de slang het opzettelijk naar voren dat Eva als
‘groentje’ zelf de achterliggende bedoelingen van Jahweh
niet kon doorgronden. De slang moest nog even
benadrukken, dat Eva als nieuwkomer wat haar geestelijke
niveau betrof eigenlijk nog niet zoveel voorstelde. Dit
bewerkte bij haar het gevoel van achterstand, van
minderwaardigheid, een klimaat van onbehagen. De boom
der kennis van goed en kwaad zag er in de ogen van Eva
inderdaad stralend uit, dat kon zij niet ontkennen.
(2Kor.11:14) Ook wilde zij dat haar ogen voor die ‘hogere’
sfeer open zouden gaan en nam van de verboden vrucht,
waardoor zij Gods gebod overtrad en zondigde.
Doch Eva en haar man Adam waren in hun rudimentaire
staat, en ondanks het verwarrende gesprek en de schijnbaar
heerlijke voorspiegelingen niet te verontschuldigen, de
gehoorzaamheid aan Gods gebod had hen voor de
ondergang kunnen bewaren.
Dat Eva door de woorden van het reptiel deze nare
gevoelens kreeg kunnen wij nu wel begrijpen, hij wilde
haar opzettelijk met z’n leugens kwetsen om haar
uiteindelijk te kunnen vermoorden. Eva wilde dit gevoel
van onbehagen zo snel mogelijk kwijt en probeerde zich te
herstellen, zij wilde ook verstandig zijn en at. (Gen.3:1-7)
Dit verlangen van Eva was op zich heel goed want God wil
verstandige mensen, maar zij stond bij de verkeerde boom.
Dat de slang het ‘listigste’ van alle dieren was, zoals in
Genesis 3 staat vermeld, is niet zo vreemd. V..r de mens in
de hof kwam was daar immers reeds de slang, niet om
verstandig maar om ‘listig’ te worden. De duivel, die zijn
oorspronkelijke functie van dienende engel had verlaten
door God ontrouw te worden, was als ‘boom der kennis van
goed en kwaad’ nog steeds in de hof. Soms hoor je wel eens
de opmerking ‘waarom heeft God nu eigenlijk die
vervelende boom in de Hof geplant, als Hij dat niet had
gedaan had Hij daarmee veel ellende kunnen voorkomen’.
Het antwoord is dat ten tijde dat deze ‘boom’ een plaats
werd gegeven, deze helemaal goed, zuiver en goed was,
doch dit schepsel bracht uit vrije keuze zelf haat en
duisternis voort. Wie van deze occulte boom neemt of er
mee in contact treedt, komt onder zijn invloed en de
duisternis wordt dan met de boze gedeeld. Dat had de slang
ook gedaan.
Voordat Adam en later zijn vrouw Eva in de hof kwamen,
had de slang reeds contact gehad met satan. Zij had zich
helemaal voor zijn inspiraties opengesteld en zijn kant
gekozen, waardoor de slang de verdorven identiteit van de
duivel had overgenomen.
De slang hechtte zich aan de geest des duivels, die zich op
zijn beurt helemaal in haar kwijt kon. Die twee werden zo
tot één wezen en de satan bracht tijdens hun omgang de
vermogens van de slang op een ‘hoger’ paranormaal vlak,
waardoor satan via de slang met hoorbare stem tot Eva kon
spreken. Eva was immers zelf nog te ‘groen’ om geestelijk
te kunnen communiceren.
Van alle dieren was de slang nu dus de ‘listigste’ geworden,
en daardoor was zij voor de duivel interessant om haar bij
zijn plannen in te schakelen. Door zich aan de zijde van de
duivel te scharen, beeldde de slang ook in haar uiterlijke
verschijning het wezen van de leugenachtige ‘god’ uit in
wiens dienst zij stond. Wie zich aan een geest hecht wordt
tot één geheel met die geest, die voor hem of haar een bron
van verering is geworden. Uiteraard is dit afgoderij, want
de enige inspirerende Geest die rechtmatig aanspraak mag
maken om vereerd en aanbeden te worden is Jahweh, de
heilige God en Schepper Zelf. ‘Hemel en aarde, looft de
HERE Halleluja. Looft de HERE in de hemel, looft Hem in
den hoge.’ (Ps.148:1) Amen. Door aanbidding en verhoging
van Jahweh, geldt dezelfde wetmatigheid uit het Koninkrijk
der hemelen. In de Korintebrief staat hierover, ‘Maar die
zich aan de Here hecht, is één geest met Hem.’ (1Kor.6:17)
Wie zich dus door de Heilige Geest aan de Christus Jezus
hecht, is één Geest met Hem geworden en zal voorzeker
Hem gaan gelijken. Wie echter achter een afgod of demon
aangaat, die wordt vanwege deze occulte daad direct met de
duisternis verbonden en er deel van. Dit was reeds gebeurd
met de slang en vervolgens benaderde de leviathan Eva.
Opmerkelijk te vermelden is hoe de verborgen omgang met
de duivel het hele wezen van de slang heeft bepaald,
inclusief haar demonische gestalte. De slang versplaats zich
sluipend over de grond, onhoorbaar richting haar prooi.
Haar ogen zijn altijd open, waardoor zij haar slachtoffers
door beangstiging onder haar invloed probeert te brengen.
Denk ook eens aan de grote dwingende ogen van woedende
mensen. Hun ogen staan strak en dreigend en ze willen er
hun omgeving mee manipuleren en overheersen. Sommige
mensen kunnen z. boos kijken, dat alleen al hun blik de
partner klein en monddood maakt.
Een slang is doof, het is dus tevens zinloos om een mens
die in de greep van de duivel is te proberen met vleiende
woorden tot redelijkheid te brengen. Wie door demonen is
aangegrepen, is niet meer aanspreekbaar en wil naar
niemand luisteren. Soms zegt zo’n persoon ook letterlijk:
‘Praat maar een eind weg, ik luister toch niet..’
De slang zelf kent geen mededogen of medelijden. Haar
strakke gelaat verraad haar karakter dat immer onbewogen
blijft, ongeacht of mensen in nood zijn of om hulp roepen.
Zij kan niet van mensen houden. De tong van het reptiel
heeft twee uiteinden, een aanwijzing dat haar woorden
onbetrouwbaar ofwel ‘gespleten’ zijn. Indien het de slang
lukt haar woorden bij zijn slachtoffers ‘in te brengen’,
hebben zij net als een slangenbeet vanwege het gif een
dodelijke uitwerking.
De slang die zich met de boze vereenzelvigde door zich
vrijwillig geheel in zijn dienst te stellen, was dus met ‘list’
en ‘giftige woorden’ toegerust om Eva aan te vallen.
Bovendien had haar nieuwe duivelse meester haar, boven
alle andere dieren van een voor dieren onnatuurlijke
‘paranormale’gave voorzien; ze kon spreken. Dit méér
willen zijn dan de plaats die Jahweh haar had toebedacht,
maar waar zij door de duivel bovenuit werd getild, was
voor de slang waarschijnlijk de reden om zich volledig aan
de duisternis te geven. Dat de satan en de slang tot één
wezen zijn verworden, is op te maken uit de tekst ‘en hij
greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan,
en hij bond hem duizend jaren,’ (Opb.20:2)
De mens is van eeuwigheid het kroonstuk op Gods werk en
degene waarmee de Vader alles letterlijk tot op het hoogste
niveau wil delen en wil samenzijn. Voor Hem is de mens
‘God in wording’, Zijn toekomstige Partner. De geest Die
Hij daartoe in de mens deed wonen begeert Hij met
jaloersheid, vandaar de verschrikkelijke toorn die Hij over
de boze geesten laat gelden, die bij de mens Zijn plaats
willen innemen. Om de mens tot in de allerhoogst hemel te
krijgen, heeft Jahweh eerst alles voorbereid en nu gaat Hij
door Christus datgene veroorzaken (Hi•WaH), waardoor de
‘mens-Gods’ tot aanzijn komt. Jahweh wil van Zijn nazaat
de mens, eveneens God maken. Deze troonpretendent die
de absolute macht en heerlijkheid van de Vader Zelf krijgt,
stijgt dan in schoonheid en potentie boven alle andere
schepselen uit. De engelen waren bij hun formatie helemaal
compleet, zodat zij geen groei hoefden doormaken om
daardoor een hogere positie in te nemen. Bij het ontvouwen
van de plannen Gods om de mens tot het ultieme niveau
van Hemzelf te brengen en daarmee hoog boven de
engelen, was er die ene engel die hiertegen in verweer
kwam. Waarom eigenlijk?
De boze kon niet accepteren dat de zwakke, onontwikkelde
en kwetsbare mens door de Vader zo de moeite waard
gevonden werd, terwijl hij reeds zo groot en krachtig was.
Wat zag Jahweh in deze zwakkeling? Hoe kon aan een
mens die ten opzichte van z.jn status en pracht, door de
Schepper zo’n hemelse heerlijkheid en verhevenheid
worden gegeven? De weg van de uit de aarde geschapen
Adam, die vervolgens een opleiding kreeg om ‘hemels’ te
worden, was dermate lang dat de boze er geen geloof in
had. Jahweh, Die altijd met geloof tewerk gaat en juist
vanwege Zijn onverzettelijk geloof met het kleine kan
beginnen, om vervolgens geduldig te wachten tot Zijn wil
zichtbaar wordt, daaraan ontbrak het de engel. Bij Adam’s
ontwikkeling van mens tot God, dienden Lucifer en zijn
onderdanen vanwege Gods geloof zich van hun ‘hoge’
positie te verlagen en tot dit mensje af te dalen en hem te
dienen.
Dat was dan ook de vervolgtaak die zij van Jahweh hadden
gekregen, toen deze belangrijke figuur Adam in de
schepping verscheen. Dit begon de aanvankelijke
lichtdrager, die vrije toegang tot het geheel van de
schepping had, tegen te staan. De gedachten van Lucifer
voerden hem van de wegen des Heren vandaan, en sloten
als een strik om hem heen. De jaloezie die hij er jegens
Adam op nahield, noemt de Bijbel ‘de strik des satans’.
(1Tim.6:9) Rijk willen zijn en jezelf belangrijker achten
dan God en je naaste, leiden ertoe dat je in satans’ strik vast
komt te zitten. Kent u mensen uit uw omgeving of op uw
werk, de slimmeriken die zo dikwijls om zichzelf te laten
gelden de ander moeten kleineren met hun gevatte
opmerkingen. Hen ontbreekt het aan het goddelijke
vermogen een stapje terug te doen, zodat ook de zwakke
mens zich kan ontwikkelen en bijsluiten. Door hun houding
en manier van doen jegens de zwakken, laten zij hun
medemens verloren gaan. Jezus’ belangrijkste reden om in
de wereld te komen, is niet voor niets om wat verloren was
gegaan te zoeken en te redden. ‘Want de Zoon des mensen
is gekomen om het verlorene te behouden.’ (Matt.18:11)
Er ontstond tegenzin bij Lucifer om mee te blijven werken
aan de vele geloofsdaden van Jahweh. De gehoorzaamheid
en liefde tot zijn Schepper verdween. Jahweh bezit van
eeuwigheid het geloof dat de mens (van Christus) de plaats
naast Hem inneemt. Doch omdat de engel dacht vanwege
zijn grote rijkdom iets voor te stellen en zelf deze positie in
kon nemen, zonder enige liefde voor het geloof van
Jahweh, werd hij door het Opperwezen losgelaten. De boze
wilde de ontwikkeling der schepping aanpassen, en hij
achtte zijn route beter dan die God gekozen had. Met het
verlaten van de raad Gods werd er ongerechtigheid in hem
gevonden. Zijn betweterigheid leidde tot
ongehoorzaamheid en zijn ongehoorzaamheid tot
ongerechtigheid, om zijn ongerechtigheid werd hij door
Jahweh verstoten, en nu Christus’ Lichaam volkomen
gestalte aanneemt, zal hij zijn definitieve ondergang
ondergaan.
Als ‘sterkere’ wilde satan in eigen kracht staan en hij keek
neer op degene die minder kracht en vermogens had dan
hijzelf, daarbij ging hij ervan uit dat hij Adam op zijn weg
naar God wel ergens onderuit kon halen; waardoor deze
mens nimmer meer naast God plaats kon nemen. Zo hij
reeds vermoedde, zag de duivel kans om de nog zwakke
mens in diens gang naar Gods hoogte te tackelen en hem de
hiel te vermorzelen. Maar doordat Christus de weg tot God
weer heeft vrijgemaakt en wij door de wedergeboorte Zijn
Geest van wijsheid ontvingen, kunnen wij nu deze oude
tegenstander de ‘kop’ vermorzelen. Christus verblijft in ons
en bij ons, en Zijn Kracht kan de ingevingen en
verzoekingen van satan pareren en buiten houden.
(Gen.3:15) Wat zegt dit neerkijken van de duivel over
mensen in onze omgeving, die zoveel moeite hebben met
de zwakkeren in de samenleving? Hun duivelse regime gaf
de Nazi’s het gevoel ‘Ubermenschen’ te zijn, en vonden zij
mensen van een ander ras minderwaardig. Dit geeft een
kenmerk aan van mensen, die in plaats van de naastenliefde
zich laten leiden door satan. Door wie wordt de vader
geďnspireerd als hij zijn tienerzoon kleineert, dat deze er
weer eens niets van heeft gebakken en hijzelf op die leeftijd
het allemaal veel beter kon. Door de liefde van Jahweh God
of door de boze?
Trouwe engelen zien het onveranderlijke geloof van
Jahweh en conformeren zich eraan, zij weten dat niet zijzelf
maar alleen Hij aanbeden mag worden. Denk aan Gabriël,
de engel van de Heer Jezus, die erkende eveneens een
mededienstknecht te zijn, en wilde niet door Johannes
aanbeden worden. Tijdens de langdurige verzoekingen die
satan in de woestijn tot de Heer Jezus richt, is het verweer
van de Meester: ‘De Here, uw God, zult gij aanbidden en
Hem alleen dienen.’ (Matt.4:10b) Ook dan, wanneer wij
door het Woord en de Geest van Christus geheel volkomen
zijn geworden en het geloof van Jahweh ons in Zijn hemel
tevoorschijn heeft gebracht, blijft het voor ons betamelijk
onze Heilige Vader alle liefde te bewijzen, in dankbare
aanbidding en lofprijzing. Zijn geliefde Zoon Jezus, die ons
alle geheimenissen aangaande het Koninkrijk van God
openbaart en die tot in alle eeuwigheden in alle dingen ons
voorbeeld is geworden, zegt tot hen die het eeuwige leven
willen beërven:
‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en
met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel
uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ (Luc.10:27) Wij weten
dat de Heer Jezus Christus ons heeft gekocht en betaald en
wij nu van Hem zijn geworden, daarmee heeft Hij ons
binnen Gods eeuwige raadsbesluit onze vaste plaats
gegeven, dat wij alles aan Hem danken en wij zonder Hem
niets kunnen zijn. Nu ook wij tot erkentenis van de
waarheid zijn gekomen, prijzen wij net als de heilige
engelen onze almachtige God Jahweh en huldigen Hem tot
in alle eeuwigheden, Halleluja!
Soli Deo Gloria
(Lat.: Alleen aan God de Eer)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *