De scheuring in de hemel

De scheuring in de hemel
Nadat de Allerhoogste het oordeel over de duivel in de
personage van de slang had uitgesproken, heeft God deze
engel volledig afgeschreven en losgelaten. De duivel heeft
vanwege zijn haat jegens Jahweh zichzelf daarmee in
verdoemenis gebracht, hetgeen betekent dat hij met
eeuwige banden aan de duisternis is geketend. Er is voor
deze weerbarstige rebel geen herstel of rehabilitatie meer
mogelijk. De satan weet ook dat hijzelf vanwege zijn
opstandigheid is afgeschreven en verdoemd. Deze
verdoemenis die voor de satan en zijn engelen geldt en
volledig zijn vervulling krijgt, daarvan wil hij ook dat de
mens die zal ondergaan zodat ook die niet tot Jahweh terug
kan keren. Dit ‘God verdoeme mij’ dat voor de satan van
toepassing is, probeert hij zo vaak als mogelijk is de mens
te laten denken en belijden en is waarschijnlijk de
grondslag voor de oude Hollandse vloek. Dit geeft dan ook
meteen aan wie het vloeken heeft uitgevonden. Mensen die
dit dus doen worden in hun onoplettendheid door de duivel
geďnspireerd.
Wat gebeurde er in de hemelse gewesten nog v..r de aarde
geformeerd werd en wie waren daarbij betrokken?
Jahweh is Geest. (Joh.4:24) Als geestelijk Opperwezen is
Zijn residentie van eeuwigheid in de geestelijke wereld.
Daarbij komt dat Hij woning zoekt in de mens die Hij reeds
van eeuwigheid in gedachten had, om door met hem samen
te zijn te veroorzaken dat hij ook ‘als Hem’ dus God zou
worden en zo in alle eeuwigheden Zijn Geliefde te kunnen
zijn. Toen de Heer met de uitvoering van Zijn gigantische
scheppingsbesluit een begin maakte, staat er op de eerste
bladzijde van de Bijbel, ‘In den beginne schiep God de
hemel en de aarde.’ De hemel was er dus al voordat de
aarde werd geschapen. Deze onzienlijke hemelse ‘wereld’
of dimensie werd door de Allerhoogste ook van geestelijke
wezens voorzien, engelen die Hem konden dienen.
Ingedeeld in heel veel verschillende rangorden en met een
grote verscheidenheid aan functies om de hemel te
bevolken. Onder hen zijn de troonengelen, de cherubs, de
serafs, de overheden enz. allemaal dienende geesten die het
Woord van Jahweh ten allen tijde ten uitvoer willen
brengen. Dit dienen hield voor hen in de eerste plaats in dat
zij als ‘kwartiermakers’, zoals wij die ook uit het leger
kennen de ‘omgeving’ ten behoeve van de mens moesten
prepareren zodat de Uitverkorene mede door hun hulp zich
kon ‘opwerken’ en opklimmen tot Jahweh . (Gen.2:15,
Matt.4:6b, Opb.4:1)
Zij waren als geestelijke schare wonderschoon en zij
toonden de glorie en de majesteit van hun Schepper. Eén
van de voornamen onder hen was Lucifer, hij was
lichtdrager Gods bij uitstek. In Ezechiel wordt in een
metafoor beschreven wat voor rijkdom dit wezen bezat.
(Ez.28:13,14) Toen de Schepper voortvarend Zijn
scheppingswerk verder openbaarde en uitvoerde, was er bij
de engelen in de hemel grote vreugde en jubelstemming,
omdat zij o.a. mee mochten werken om de vaste materie
vanuit het niets (roept ten aanzijn..) tevoorschijn te brengen
en langs deze weg de aarde, de planeten en Alle
sterrenstelsels uit het heelal te formeren. Zij verwonderden
zich over de grote Wijsheid van het Opperwezen en het
vakmanschap dat Hij aan de dag legde, en hoe Hij
‘scheppende’ op ingenieuze wijze de onzienlijke en
zienlijke elementen op elkaar had afgestemd. Wat zullen zij
zich verwonderd hebben toen zij zagen dat Jahweh zelfs bij
machte was om leven aan vaste materie te verbinden, zoals
later in de planten- en de dierenwereld naar voren kwam!
Hoe was het mogelijk dat de Grote Voortbrenger zelfs aan
natuurlijke elementen een levensgeest kon geven waardoor
deze materie een ontwikkeling en groei kon doormaken?
Was er dan geen enkele grens aan Zijn kunnen? Het
machtige Koninkrijk dat God in de hemel tot stand had
gebracht, kreeg zijn weerslag in de natuurlijke stoffelijke
wereld. Dat alles geschiedde door ieder Woord dat van de
Vader uitging en waarbij al Zijn heilige dienstknechten
werden ingezet om Zijn wil te volvoeren en tot aanzijn te
brengen.
Tenslotte begon de Schepper aan Zijn kroonjuweel! Hij
opperde Zijn voornemen om een mens te gaan maken. ‘En
God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als
onze gelijkenis’, het mooiste en verhevenste dat Hij ooit
heeft bedacht. (Gen.1:26a) Toen begon Hij aan Zijn
Meesterwerk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *