De kostbare parel

De kostbare parel
‘Evenzo is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een
koopman, die schone parelen zocht. Toen hij een
kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht
al wat hij had, en kocht die.’ (Matt.13:45,46)
Sinds vele duizenden jaren is de mensheid met de waarde
van parels bekend. In de oudheid waren parels de meest
kostbare juwelen die er bestonden en hun waarde oversteeg
die van goud of diamanten. Dit kwam voornamelijk door de
zeldzaamheid waarmee deze schatten voorkwamen en de
moeite die gedaan moest worden om de vele oesters van de
zeebodem te winnen. Geschat wordt dat slechts één op de
15.000 tot 20.000 oesters een parel bevatte. Uit ons eigen
vorstenhuis is bekend dat Frederik Hendrik van Oranje in
1635 voor zijn echtgenote Amalia van Solms een collier
van 36 Oriëntparels kocht voor het bedrag van
dertigduizend gulden, hetgeen in onze tijd overeen zou
komen met ongeveer 3,5 miljoen euro!
Parels variëren in waarde door hun kleur, glans, vorm en
grootte. Over het algemeen hebben parels in sierraden als
parures en ringen een omvang ongeveer ter grootte van een
vingernagel. De grootste tot nog toe bekende parel echter
wordt bewaard in het South Kensington Museum in
Londen; deze heeft een gewicht van 454 karaat en een
grootte van rond de 5 cm., en staat bekend als de ‘Hopeparel’.
Tegen deze achtergrond lezen wij de gelijkenis die de Heer
Jezus ons gaf, van een koopman die deze kostbaarheden
zoekt. Wanneer wij de waarden van bovenstaande parabel
invullen, en betekenis toekennen aan de koopman, de
parelen en de kostbare parel, krijgen wij een helder zicht op
hetgeen de Heer Jezus met deze gelijkenis van het
Koninkrijk der hemelen bedoelde.
De koopman vertegenwoordigt een zondaar, iemand die als
ondergeschikte actief is in het domein van satan om er door
arbeid schatten te verzamelen. Deze schatten bestaan uit
bezittingen, rijkdom en geld, uit macht en aanzien en eer
van mensen. Zij zijn de voorwerpen die de begeerten der
ogen en van het vlees opwekken, en vervolgens de zonden
die worden begaan om aan alle begeerten te voldoen. Uit
deze arbeid groeit zo een zondeschuld en het negatieve
loon, dat satan uiteindelijk aan dit mens voor zijn
verzamelde ‘schatten’ zal uitkeren. Als die dag voor de
onrechtvaardige mens aanbreekt, blijkt al zijn
bijeengebrachte vermogen volledig waardeloos te zijn. De
duisternis en de pijn die zich manifesteert vanuit het
koninkrijk waarin hij zovele jaren trouw heeft gediend, kan
hij dan niet met zijn geld of kostbare voorwerpen afkopen.
Al is de zondaar op aarde rijk en bezit hij veel, maar is hij
liefdeloos omdat hij in het geheel geen acht slaat op de
nood van zijn medemens, dan zal hij blijken in de hemelen
de armzalige en ellendige te zijn. (Luc.16:19-30) Niet zijn
grote rijkdom was er de oorzaak van dat hij na het sterven
een geestelijke kwelling ondergaat, maar zijn liefdeloosheid
voor Jahweh en zijn naasten. Niet zozeer omdat hij rijk
was, maar vooral omdat hij als hebberige gierigaard geen
oog had voor de nood en ellende van zijn behoeftige
medemens.
Er is echter voor zondaars en dus ook voor deze mens een
weg om aan zijn straf te ontkomen. Dit wordt in de
gelijkenis beschreven, wanneer hij op een dag een
bijzondere en zeer kostbare parel ontdekt en hij al zijn oude
waarden en ‘schatten’ wil loslaten, om deze ene
wonderschone en kostbare schat te bemachtigen. De
kostbare parel is de Heer Jezus. In Hem en door Hem
ontvangt de zoeker het Koninkrijk van God. Als de in de
duisternis ‘werkende’ mens het Evangelie Gods ontdekt, dat
hij Jezus als Redder mag aannemen en die hem vervolgens
in Zijn Koninkrijk brengen zal om hem daar vele nieuwe
kostbaarheden te schenken, heeft hij daar alles voor over.
Met zijn handel om die kostbare Parel in ontvangst te
nemen, raakt de zondaar daarbij onvermijdelijk al zijn oude
schatten en verkregen ‘loon’ kwijt. Als die complete
vergoeding voor zijn misschien wel decennia lange carričre
bij zijn oude werkgever is geschrapt, zegt hij hem tevens de
dienst op om er elders een zeer kostbare betrekking voor
terug te ontvangen.
Tot de kostbaarheden die de oud zondeslaaf als eerste van
zijn nieuwe Meester ontvangt, behoort de eeuwigdurende
vergeving van zijn zondeschuld. Dit is een zeer groot
geschenk, want het torenhoge negatieve vermogen (=
schuld) dat op hem drukte, die neemt Jezus voor Zijn
rekening; hierdoor vervalt voor alle tijden iedere claim van
zijn oude baas. Hieruit kunnen wij tegelijkertijd ook
concluderen dat de Heer Jezus in de hemelen wel bijzonder
vermogend moet zijn, daar Hij anders niet voor zo’n grote
menigte slaven hun vrijheid kan bekostigen. Toen de
zoekende zondaar het Evangelie van Jezus Christus ten
gehore kwam en hij zich realiseerde dat heel zijn aardse
macht en bezit hem niet in staat kon stellen aan het rijk der
duisternis te ontsnappen, rukte hij zicht op uitnodiging van
Jezus om tot Hem te komen los uit de klauwen en de macht
van de boze. (Matt.11:28) Met het in ontvangst nemen van
de kostbare Parel, kreeg hij deel aan het kostbaarste bezit
van God!
Jezus’ woorden van vergeving van zonden en van een leven
in gerechtigheid door de dienst aan Jahweh, trokken hem zo
uit de duisternis om vervolgens de schone Parel, de gave
Gods, in ontvangst te nemen. De glans en de schoonheid
van Gods heerlijkheid werden voor hem zichtbaar, toen hij
die waardevolste Parel vond. Door alle andere begeerten los
te laten omwille van deze Parel, ontving hij de waarde van
God; hij werd als kostbare vernieuwde schepping op die
manier in de hemelen opnieuw geboren. Met de
wedergeboorte wordt de zondige mens uit de beperktheid
en duisternis van zijn wereldse bestaan naar boven gehaald.
Hij komt door de wedergeboorte voor het eerst in de
‘ruimte’ van het Koninkrijk van God, waardoor hij als mens
pas echt tot zijn recht komt en kan schitteren in goede
werken voor God en zijn naasten. Doordat hij dit
kostbaarste bezit, deze schone Parel heeft gewonnen, werd
zijn totale mens vernieuwd en werd hij zo ook zelf een
waardevolle nieuwe schepping. Voortaan bevindt hij zich in
het Koninkrijk van Jahweh en mag hij bidden om Zijn
Geest: hij wordt daarmee als levende bouwsteen ingevoegd
in het Lichaam van Christus. Waar op aarde hij zich ook
bevindt, door zijn geloof kan hij overal rekenen op de
aanwezigheid van God Zelf. De wedergeboorte bracht hem
in de dichte nabijheid van Jahweh, en op het gebed van
deze rechtvaardige kon de Allerhoogste Zich met hem
samenvoegen tot één geheel. (1Kor.6:17)
De onmetelijke rijkdom die een mens wordt gegeven, en de
eeuwige waarde waarin de mens wordt verheven als hij of
zij deel krijgt aan de schone parel en uiteindelijk aan de
volheid van Christus, is te zien als we naar onze volmaakte
Heer Jezus kijken. Op Hem hebben zonde of ziekte geen
enkele claim of uitwerking. Zo kunnen wij eveneens van de
Heer Jezus Zelf concluderen dat Hij de oudste en de éérste
mens-Gods is. Hij is van alle tijden het grootste
kroonjuweel van God, en daarmee de voornaamste en
kostbaarste. Het licht, de waarheid, de Kracht en de
heerlijkheid van Jahweh Zelf zijn in Jezus Christus
aanwezig en Hij wil ook dat wij diezelfde heerlijkheid van
Hem ontvangen en die tonen. ‘De lamp komt toch niet om
onder de korenmaat of onder het bed gezet te worden? Is
het niet om op de standaard gezet te worden?’ (Marc.4:21)
Behalve een zondaar, voor wie de kostbare schone Parel
zijn redding betekende, kan in een parallel allegorie de
koopman ook de duivel zelf voorstellen. De parels die hij
zoekt zijn mensen, die ooit als enige wezens door JHWH de
kans geboden kregen om naast Hem plaats te nemen. Dit
haat satan, want die hoge positie wil hijzelf. De oude vijand
van God heeft daarom door de eeuwen heen alles op alles
gezet, om door middel van de zonde de mens te beletten dat
hij zijn oorspronkelijk bedoelde positie zal innemen. Indien
satan een mens eenmaal heeft gevonden en hem tot zonde
heeft verleid, dan verstrikt dit mens in de dood en kan hij
zich in de hemelen niet meer tot God verheffen, omdat de
boze hem in een vaste greep houdt.
Jahweh daarentegen is doormiddel van Zijn Evangelie
steeds op zoek om de waardeloos geworden en ziek
gemaakte personen te redden, door hem te reiniging en te
reanimeren en door wedergeboorte Zijn Eigen waarde aan
de mens over te brengen. De speurtocht van satan is er
enkel op gericht om de heerlijkheid van de Allerhoogste
God die hijzelf ontbeert, ook de mens te ontzeggen. Daar de
wereld nog in de boze ligt en ieder kind er moet opgroeien,
krijgt de duivel hoe dan ook ooit eenmaal vat op hem en
kan die z. de vele kostbare mensenlevens aan zijn fortuin
toevoegen. Zo heeft de duivel vanaf het eerste mensenpaar
deze kostbare parels gezocht, en allen die in de vele eeuwen
na de zondeval de aarde hebben bevolkt.
Het is opmerkelijk dat in deze vergelijking een mens juist
met een mooie parel vergeleken kan worden. Al ligt hij
figuurlijk gesproken soms onherkenbaar diep in de modder
en in het slijk der aarde en is zijn kostbare bestemming
volledig uit het zicht, hij blijft voor de verzamelaar zeer
waardevol. In veel religieuze stromingen wordt deze
desolate menselijke status dikwijls bevestigd en wordt aan
zijn eigenlijke potentie volledig voorbijgegaan, waardoor
een mens veelal als een onbeduidende creatuur wordt
voorgesteld. Daarbij wordt zijn waarde tot nagenoeg nul
gereduceerd, tot een onbetekenend stofje aan een
weegschaal. Dit komt niet met de raad Gods overeen, want
Hij heeft voor al die onbeduidende ‘stofjes’ uiteindelijk wel
Zijn kostbare en geliefde Zoon Jezus overgehad. De vraag
die men ook direct kan stellen is; als de mens zo
waardeloos is, waarom is dan de duivel zo gretig naar hem
op zoek om hem te vinden en in bezit te nemen?
In de ogen van God de Vader overstijgt de waarde van Zijn
Zoon Jezus Christus alles en iedereen. De Zoon is de
Geliefde, de mens die de Vader lief heeft boven alles. In
Hem heeft de Almachtige God Zijn welbehagen. Alle
dingen die de Vader ooit heeft gemaakt en die door Hem tot
stand zijn gekomen, schiep Hij omwille van Zijn Zoon.
Voor de Vader is de Zoon het kostbaarste, en dus ook allen
die door de wedergeboorte Zijn Geest konden ontvangen en
deel van Zijn Lichaam zijn geworden. Door Hem, het
Woord Gods, heeft de Vader de ganse schepping tot stand
gebracht. Eveneens door Hem, nu als de voortgebrachte
Christus, gaat Hij deze door de boze aangetaste schepping
geheel vernieuwen. Door Christus, met aan het Hoofd de
eerst mens-Gods Jezus, worden alle dingen nieuw; zodat
zowel de oude hemel alsmede de oude aarde plaats gaan
maken voor een vernieuwde hemel en een vernieuwde
aarde.
Wanneer daar tussen alle in het aardslijk gevallen mensen
plotseling de mens Jezus verschijnt, raakt satan in grote
angst en paniek. Nog nooit ontmoette hij een mens met zo’n
persoonlijkheid. Deze Jezus van Nazaret laat Zich niet door
hem tot zonde verleiden en hij krijgt Hem niet in zijn
dienst. Het schrikbeeld van de boze is werkelijkheid
geworden: Is er dan toch een mens die hem in de hemelen
kan passeren, die volkomen aan God gelijk is en hem kan
onderwerpen? Ja dit mens Jezus is in de volmaakte gestalte
van Jahweh en satan moet zoals iedere engel Jahweh
gehoorzamen. De duivel kan tegen dit wonderschone en
gave mens niets uitrichten en hij heeft er alle andere reeds
bedorven mensen voor over, om ook Hem in zijn macht te
krijgen. Deze mooiste van alle mensen, dit kroonjuweel van
mens en God moet hij hebben! In een uiterste poging zijn
aloude macht terug te krijgen, ‘gaat hij heen en verkocht al
wat hij had, en kocht die.’
Ook voor de satan was Jezus dus het waardevolste dat hij
ooit in zijn bezit had. Deze Zoon van God werd zijn buit,
toen de Allerhoogste Hem als losgeld inwisselde in ruil
voor alle andere mensen. Ook dit smetteloze Mens zou hij,
door Hem te doden, als grootste trofee aan zijn
overwinningen kunnen toevoegen. Het was voor hem als
afvallige engel tevens de enige mogelijkheid zijn
machtspositie over de mensheid, waar ook deze Zoon des
mensen deel van was, te behouden. Indien hij Jezus niet
kon verleiden hem te dienen, dan zou hij Hem dit keer door
het brute geweld van de dood ongehoorzaam aan Zijn Vader
maken, om Hem op die manier toch nog in zijn dienst te
krijgen. Tijdens zijn talloze omzwervingen over de aarde,
gedurende de door hem veroorzaakte duistere geschiedenis
der mensheid, was satan dit nog nooit gebeurd. Het was
voor het eerst dat hij tegenover een mens kwam te staan die
dezelfde beeltenis had en gelijk was aan God Almachtig; dit
was de Heilige Gods!
En voor de ganse mensheid vertegenwoordigt Jezus
eveneens het waardevolste dat zij ooit heeft voortbracht.
Jezus is de ultieme mens. En nu deze mens Jezus Zijn taak
begon uit te voeren, werd het plotseling duidelijk dat satan
als de wereldbeheersende engel die hij was, zich jegens
Hem niet als afgod kon laten gelden. Op deze Jezus kon hij
helemaal geen vat krijgen, hij kon zelfs met al zijn
verworven rijkdommen en macht geen indruk op Hem
maken. (Luc.4:5-8) Christus kende het gebod van de Vader
‘Gij zult JHWH, uw God, aanbidden en Hem alleen
dienen.’ en daar hield Hij Zich aan.
Jezus geloofde dat de Vader Hem zou steunen en Zijn
positie als machthebbende Koning zou bevestigen: ‘En
JHWH zal u tot een hoofd maken, en niet tot een staart, en
gij zult alleen boven liggen, en niet onder liggen; wanneer
gij horen zult naar de geboden van JHWH, uw God, die ik u
heden gebied te houden en te doen’. (Deut.28:13)
Het was toch wel een buitenkans voor satan, die zelf de
macht van Jahweh wilde hebben, om ook deze uit God
geboren mens Jezus tot sterven toe te kunnen pijnigen. Toen
alle verleidingen niet hadden geholpen kon hij Hem nu
pressen tot ongehoorzaamheid aan Zijn God en Vader, om
ook deze ‘van boven geboren’ mens Zijn positie naast
JHWH de Allerhoogste af te nemen. De macht die hij reeds
over alle andere mensen had moest hij daarbij loslaten, om
die in zijn geheel te kunnen aanwenden in zijn strijd tegen
Jezus. De winnaar zou alles krijgen! De macht van de –
door het bloed van het Lam – gerechtvaardigde mens om tot
God te naderen en met Hem in Zijn Koninkrijk te
verblijven, zou hen vanwege Jezus te beurt vallen, indien
satan door Hem werd onttroont. .f deze toegang, deze
macht tot God te naderen zou de mensheid ten enenmale
worden ontnomen, indien de duivel deze nakomeling van
God, deze mens-Gods definitief wist uit te schakelen.
Gelukkig weten we allemaal hoe deze strijd is verlopen en
dat de Heer Jezus, ondanks het meer dan gruwelijke lijden
van Zijn doodstraf, stand heeft gehouden en de Vader niet
éénmaal ongehoorzaam werd. Daarmee heeft Hij de duivel
openlijk tentoongesteld, dus aangetoond dat de uit God
geboren mens JHWH lief heeft boven alles. Zo heeft
Christus over de duivel gezegevierd en zo zal Christus hem
blijven overwinnen, totdat door haar leden al Gods vijanden
gemaakt zijn tot een voetbank voor Zijn voeten. Doordat
onder leiding van de Heilige Geest de leden van Christus de
opdracht die hun Meester Jezus hen gaf, om de werken des
duivels te verbreken ten uitvoer brengen, wordt door hen de
toekomst naderbij gebracht. (Hebr.10:13, Kol.2:15)
Deze eeuwenoude toekomst vindt ook in onze dagen haar
vervulling, daar waar de met de Heilige Geest gedoopte
volwassenen Gods Woord prediken en ernaar handelen. Het
heden maar ook de toekomst wordt ons door het Evangelie
van Jezus bekendgemaakt. God wil dat wij ons in het heden
zeer wel bewust zijn dat de duivel en heel zijn legermacht
reeds door Hem de macht en de zeggenschap is afgenomen.
(Luc.19:10) De verdere toekomst is er een van algehele
verlossing van de boze. Ook van vertroosting, omdat alle
kwetsuren en hetgeen door satan is stukgemaakt, door de
Kracht van JHWH worden hersteld. En van blijdschap,
omdat God Zelf door Zijn Geest aanwezig is om met Zijn
Eigen Leven ons de eeuwige bescherming en veiligheid te
verzekeren zoals alleen JHWH God die geven kan. De
mens die wederom is geboren, maakt in Christus deel uit
van God en heeft door Hem deel aan de beloften van troost
en van eeuwig heil.
Tijdens zijn verblijf op het eiland Patmos, doet ons de
apostel Johannes over deze kostelijke, en uiteindelijk
geheel vervullende en voltooiende toekomst mededeling.
Hij was daar terechtgekomen omwille van het woord Gods
en het getuigenis van Jezus. Uit deze ene zin uit het boek
Openbaring kunnen wij nu dus heel gemakkelijk opmaken
waar de activiteiten van Johannes uit bestonden; hij had het
woord van God verkondigd, dat wil zeggen het Evangelie
van Jezus verspreid, dus van het deel krijgen aan Christus.
Daarbij had hij getuigenis gegeven van het feit dat Christus
ook in en via hém ter plekke of aanwezig was. De
aanwezigheid (de parousia) van Christus was voor
Johannes een allesomvattende realiteit geworden. Allereerst
toen hij door de Heer Jezus persoonlijk werd geroepen zich
bij Hem te voegen. En daarna, toen zijn Meester eenmaal
Zijn werk volledig had volbracht en Hij plaats nam aan de
rechterhand van de majesteit des Vaders, had Hij Zijn Geest
ook op deze jonge volgeling gelegd, om ook daarna nog
met Kracht vanuit Zijn Koninkrijk bij hem aanwezig te
blijven. (Mat.4:21 en Joh.20:22)
Door de Geest van Christus kwam ook Johannes in de
bevoorrechte positie om zondaren hun zonden kwijt te
mogen schelden. ‘Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn
ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze
toegerekend.’ Hiermee werd hij een medewerker Gods, die
net als zijn Heer Jezus de werken des duivels verbrak en
gevangenen der zonde kon heenzenden in vrijheid. Dit was
er de oorzaak van geworden dat ook hij, als prominent
strijder van Gods Koninkrijk, bij de vijand geducht was
geworden en derhalve door de duivel als mikpunt werd
genomen. Ondanks de verdrukking echter wist Johannes de
visioenen die hij op Patmos van de Heer ontving op te
schrijven, en deelt hij ons mee hoe de tijd verder in
vervulling zal gaan.
De tijdsspanne die Johannes ons met het oog op onze
kostbaarheid beschrijft, is die waarin de woonstede Gods is
gereedgekomen. De woonstede of het huis van de Vader
waar onze Heer Jezus als eerste mens over sprak, heeft
daarbij zovele woningen gekregen dat zij tot een complete
stad is uitgegroeid, tot de heilige stad van God: het nieuwe
hemelse Jeruzalem.
Dat het er in de voorafgaande periode en in de tijd waarin
deze stad tot haar volheid komt niet kalm en vredig aan
toegaat, daarvan getuigen de schalen met daarin de laatste
van vele en hevige plagen die over de wereld komen. Het
duidt dus op een bepaalde tijdsduur of periode, waarin satan
op een hevige manier en met grof geweld tekeer gaat en
waarbij hij de onwetende massa der wereldbevolking als
speelbal in zijn macht heeft. Ook de principemensen, die er
zich in ieder ras of bevolkingsgroep bevinden, en die op
grond van culturele en intermenselijke normen en waarden
in grote lijnen de grove demonische invloeden op afstand
wisten te houden, worden door de aanstormende horden
boze geesten uiteindelijk omver gekegeld. Het klimaat en
de inwerking van de concentratie demonen, zijn er in de
slotfase de oorzaak van dat de wereldbevolking de vele
plagen vanuit de hemelse gewesten over zich heen krijgt.
De ontevredenheid, de doelloosheid, de onrust, de
onreinheid en de boosheid die de demonen tijdens hun
invasie met zich meevoeren, brengen zij massaal op hun
met radeloosheid overspoelde prooien over. De
wereldbewoner moet al deze negativiteit en ellende
ondergaan, daar hij nimmer heeft geleerd hoe hij zich
vanuit het Koninkrijk Gods tegen deze sinistere creaturen
kan wapenen en handhaven. De ongelovige zonaar werd
immers nooit wederomgeboren en heeft nimmer geleerd om
met de Kracht van God te werken. De genade van het
levende ‘water des levens’ ontving hij niet in de innerlijke
mens, waarmee het demonenvuur had kunnen blussen.
De reden van het exorbitante optreden van de duivel om
zijn menselijke slaven tot openlijke zonden en afgoderij aan
te zetten is duidelijk; hij wil nu met grove middelen als
afgoderij, onreinheid, zedeloosheid en geweld de ganse
mensheid naar hun geest en ziel elimineren. Deel van de
mensheid zijn immers ook de op aarde levende leden van
Christus, die zich als geloofshelden tussen de menigte
bevinden. Zij zijn dan net als hun Heer Jezus als schone
parels tussen de geestelijk onbruikbaar gemaakte en
gedevalueerde andere mensen. Hun kostbare en
onaantastbare waarde danken zij aan hun Heer Jezus
Christus, die hun innerlijke mens tot Zich heeft getrokken
in het Koninkrijk van God. (Joh.12:32) Zij bevinden zich
vanaf hun wedergeboorte dan ook in twee dimensies
tegelijk, naar hun lichaam verblijven zij als ieder ander op
de wereld, maar door hun rechtvaardigheid op grond van
Jezus’ bloed, bevinden zij zich naar de ‘mens des harten’ in
het licht van het Koninkrijk van de Zoon van God, hoog
boven hun vijanden verheven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *