De gemeente van heiligen

De gemeente van heiligen
Nadat Jezus Zijn taak geheel heeft volbracht en de Vader in
alle dingen gehoorzaam is geweest, heeft Hij Zich gezet aan
de rechterhand van de Allerhoogste, bij Hem op de Troon.
(Kol.3:1) Vervolgens gaan de woorden van de Meester in
vervulling en worden Zijn gelovige volgelingen aangedaan
met de Kracht uit het Koninkrijk van God. ‘En zie, Ik doe
de belofte mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de
stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den
hoge.’ (Luc.24:49) En na volhardend in gebed bij elkaar
gebleven te zijn, wisten Zijn trouwe volgelingen zich na
korte tijd door Zijn tegenwoordigheid gesterkt. ‘en zij
werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met
andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te
spreken… En er kwam vrees over alle ziel en vele
wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.’
(Hand.2:4 en 43)
De volgelingen van de Heer Jezus, die van de begintijd
maar ook die in onze tijd, ontvangen na de schulddelging
op hun gelovig gebed voorzeker de Heilige Geest. Hemelse
rijkdom en heerlijkheid, waar Jezus de Zoon van God als
eerste mens in volheid over kon beschikken. Doordat Jezus
ons doopt met de Heilige Geest, verzamelen wij de kostbare
schatten in de hemel en bekleden wij ons met Zijn
gerechtigheid. ‘Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt,
hebt u met Christus bekleed.’ (Gal.3:27) De mens,
aangedaan met de gave van Christus, is het waardevolste
wezen dat de Schepper ooit bedacht. De glorie en majesteit
waaraan de heilige mens in Christus deel krijgt, gaat in het
bestek van God alle creaturen te boven. De heerlijkheid en
luister die over de mens in Christus geopenbaard wordt, is
met geen schepsel te vergelijken. Nimmer bedacht JHWH
een wezen dat hoger en mooier was dan Christus.
Deze mens is daarom de Partner van God. Schreef de
Psalmist nog van de mens ‘gij hebt hem bijna goddelijk
gemaakt’, in Christus wordt dit doel daadwerkelijk bereikt.
Goddelijk wil zeggen, heilig zijn volgens de wil van God en
dankzij Christus in Zijn nabijheid verkeren. De gehele
engelenwereld staat voltallig ten dienste aan de Vader en
Christus; de Zoon en de mensen die van Hem zijn. Deze
menigte heeft haar doel als Partner van God bereikt.
‘Want wie (de Heilige Geest) heeft, hem zal (verhoring)
gegeven worden; en wie (de Heilige Geest) niet heeft, ook
wat hij heeft zal hem (door de boze geesten) ontnomen
worden.’ (Mar.4:25) Van de in genade van JHWH gekregen
hemelse schatten en rijkdom van Zijn Geest, kan men door
Zijn liefde uitdelen aan behoeftige mensen. Vanwege de
rijkdom van Christus konden de heiligen Petrus en
Johannes tot de verlamde man bij de Schone poort der
tempel zeggen: ‘Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik
heb geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër:
Wandel!’ (Hand.3:6) Het gebed der heilige mensen roept
Gods Kracht aan en haalt Hem er Persoonlijk bij. Jezus is
voor Zijn gelovige volgelingen de betrouwbare Parakleet,
de Krachtige Helper uit ‘de Hoge’. Hijzelf is het die door
het rechtvaardige gebed (kaleoo = roepen) erbij wordt
gehaald (paraklčtos = erbij halen). Door de gave van de
Geest van Christus ontvangen de heiligen Zijn liefde, en
worden zij in staat gesteld om voor de zieken God erbij te
halen en hen te genezen. Net als Koning Jezus bestaat hun
werk op aarde uit het reinigen en redden van mensen die
geloven, door de werken des duivels te verbreken.
(1Joh.3:8)
De Geest van God stelt de heilige mens in staat om de
volheid van Christus te bereiken, dus uiteindelijk
gelijkvormig aan Jezus zelf te zijn. Onze Heer Jezus sprak:
‘Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet
het de Vader zien doen; want wat deze doet, dat doet ook de
Zoon evenzo.’ De gelijkenis met de Heer Jezus blijkt vooral
uit de geloofswandel van Zijn volgelingen, zij zijn zich van
hun hoge positie bewust geworden en bidden bij alles wat
zij ondernemen de Vader in de hemel en danken Hem, dat
Hij in alles zal voorzien. Jezus zei: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik
zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook
doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en
wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de
Vader in de Zoon verheerlijkt worde.’ (Joh.14:12) Het
Koninkrijk van God, dat door Jezus was ontsloten en
bekendgemaakt, daar waren Zijn discipelen naar binnen
gegaan.
De apostel Petrus is vervolgens een van de eersten die de
woorden van Jezus gaat toepassen. Als hij naar Joppe wordt
geroepen, vindt hij daar de pas overleden discipelin Tabita.
In navolging van zijn Heer Jezus bidt hij in Gods nabijheid
om Zijn hulp en tussenkomst; hij knielt bij het lijk en bidt
dat Jezus de gestorven vrouw weer levend zal maken. Net
als bij Jezus, verhoort de Vader ook Petrus en geeft hem
Zijn Kracht. Als deze de Heer Jezus heeft gedankt voor
hetgeen hij Hem vroeg, spreekt hij tot de vrouw ‘Tabita, sta
op!’, waarop zij haar ogen opent en overeind komt. De
innerlijke rijkdom die Petrus door de doop in de Heilige
Geest had gekregen, is zo enorm dat hij daarvan kan
uitdelen en tot Gods zegen in zijn omgeving kan zijn. Op
aarde bezat Petrus niet veel, maar in de hemelen was hij een
zeer vermogend lid van Christus en behoort hij tot de
Geliefde van JHWH, die alles van God Almachtig
ontvangt. Tot Zijn discipelen had Jezus gezegd: ‘geneest de
zieken, die er zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is
nabij u gekomen.’ (Luc.10:9) Dit is nu wel te begrijpen,
omdat de met de Heilige Geest gedoopte leden van
Christus, de Kracht van JHWH Zelf ter plaatse brengen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *