Adam, Gods zoon uit de aarde

Adam, Gods zoon uit de aarde
Dit had de Schepper reeds bij het eerste mensenpaar voor
ogen gestaan. Indien zij gehoorzaam aan Jahweh waren
geweest, hadden ook zij het eeuwige leven van Christus
ontvangen. Overigens was Adam een zoon van God die als
mens werd ‘geschapen’. Hij was dus niet ‘van boven’
geboren en had daarmee ook geen deel aan Christus, maar
hij was uit de elementen der aarde geformeerd. Indien
Adam en Eva niet ongehoorzaam zouden zijn geworden aan
de geboden van hun God, dan hadden deze eerste mensen
ook deel kunnen krijgen aan de Boom van eeuwig leven.
Zij zouden naar geest en ziel zodanig ‘rijp’ of volgroeid zijn
geworden, dat zij net als Jezus op zekere dag de volheid en
de heerlijkheid en de Kracht van de Almachtige God in
ontvangst konden nemen.
God wachtte er op dat de mens die Hij geformeerd had,
geestelijk de ‘huwbare’ leeftijd zou bereiken.
De tragedie van Adam was niet alleen dat hij de ‘maat van
de wasdom der volheid van Christus’ verbeurde, maar dat
hij door zijn daad van ongehoorzaamheid ook nog eens
werd besmeurd met ongerechtigheid, waardoor hij de dood
begon te sterven. De weg ‘naar omhoog’, naar de volheid
Gods was daarmee voor Adam definitief toegesloten; een
zondaar mag immers niet eten van de Boom des levens.
(Gen.3:22) Als echter een zondaar tot bekering komt, zijn
zonden erkent en ze berouwt, mag deze in alle vrijheid de
Heer Jezus aanroepen wiens onschuldig bloed ..k voor
hem of voor haar werd vergoten. Op grond daarvan treedt
dan de rechtvaardigheid in en mag dit mens daarna tevens
deel krijgen aan de Boom des levens; hij of zij mag de
Vader bidden om de Geest van Christus. Ten tijde van
Adam echter was de Heiland nog niet gekruisigd en
opgestaan uit de dood, zodat Adam bij het uitblazen van
zijn laatste adem de hades moest betreden.
Doordat Adam niet God gehoorzaam bleef, maar zich stelde
onder leiding van de satan, gaf hij zijn door God ontvangen
rijk der aarde over aan de boze. Toen de boze in Lucas
tegen de Heer sprak ‘zij is mij overgegeven’, zag dat op het
feit dat de eerste mens (Adam) die als Koning over de
schepping had moeten heersen, zijn koningschap aan satan
had overgedragen door hem gehoorzaam te zijn.
Met de wisseling van koning en koningschap over de aarde,
kwam satan in de positie waar Adam voorheen door God in
was geplaatst. En met zijn koningschap vestigde satan, de
oude rebel, tevens zijn koninkrijk over de aarde. In dit
koninkrijk werden door hem de demonische machthebbers
aangesteld, engelen die met hem het licht hadden verlaten
en daardoor eveneens door Jahweh God waren verstoten. Er
wordt nog opgemerkt dat de Vader naar gevallen engelen
nimmer meer omziet.
Voor dit leger van opstandelingen is er dus geen vergeving
mogelijk, of een weg terug. (Hebr.2:16)
Omdat zij in de volheid van hun existentie willens en
wetens Jahweh hebben tegengewerkt, zijn zij voorgoed
vervloekt en zullen zij allen uiteindelijk voor eeuwig in de
buitenste duisternis worden vastgezet. Zij waren immers bij
hun schepping helemaal compleet, dat wil zeggen dat zij
van meet aan over hun definitieve statuur konden
beschikken. De mens daarentegen werd ten val gebracht
terwijl hij zich als hemels wezen bezig was te ontwikkelen.
Door de interventie van de boze werd aan deze geestelijke
groei een voortijdig einde gemaakt. Juist de hemelse
volwassenheid wilde de Vader dat de mens die zou behalen,
geestelijke volheid en volkomenheid, en om die reden
stuurde Hij Zijn Zoon om alle blokkades op te heffen.
Wat bij de zondeval van Adam opgemerkt mag worden is
dat de groep engelen onder aanvoering van Lucifer, die hem
in de Hof van Eden terzijde hadden moeten staan, hun
‘eigen plaats’ hadden verlaten en in plaats van Adam te
helpen zich juist tegen hem hadden gekeerd. Dit konden zij,
omdat Lucifer ooit van God toestemming had gekregen
zich in de Hof op te mogen houden. En wat God éénmaal
heeft gesproken daar komt Hij niet op terug, want Zichzelf
verloochenen door van principes te veranderen kan Hij niet.
Daar Adam de macht van God had gekregen om over de
gang van zaken in de Hof te beschikken, kon de boze
aanvankelijk geen gezag over hem uitoefenen en moest
deze zich van de slang bedienen.
Toen de eerste mensen op de leugens van de slang ingingen
en daarmee Gods gebod overtraden, zag satan kans hen
daarmee van God te scheiden. Ieder mens die het gebod van
God overtreedt en contact met boze geesten opneemt, laadt
daarmee een zondeschuld op zich waardoor hij geestelijk
sterft. Daardoor is de boze dus niet alleen een leugenaar,
maar ook nog eens een mensenmoorder van genesis aan.
(Joh.8:44)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *